Lege vitrines, volle depots

Het kabinet trekt extra geld uit voor archeologische opgravingen. Maar depots komen plaats tekort om het verse gedolven materiaal te bergen. ,,Niemand buigt zich over het grote historische verhaal.''

Een gemeente besluit een nieuwbouwwijk te bouwen. Ze verricht het verplichte onderzoek naar archeologische vondsten in de bodem en stuit op een oud, Romeins schip. Het overkwam de gemeente Utrecht tot twee keer toe bij de bouw van de wijk Leidsche Rijn.

Begin deze week maakte het kabinet bekend tien miljoen euro extra uit te trekken voor archeologie. Het geld is vooral bedoeld om `excessieve opgravingskosten' te dekken; voor gemeenten bijvoorbeeld, die belangrijke vondsten doen. Zulke opgravingen zijn duur, weten ze in Utrecht.

De toezegging van het kabinet is gemengd ontvangen. ,,Een vooruitgang'', oordeelt directeur Dorien Scheerhout van de Stichting voor de Nederlandse Archeologie (SNA). ,,Noodzakelijk'', meent archeoloog Boudewijn Goudswaard, directeur van een bureau dat onder meer bouwers adviseert.

Er klinken ook tegengeluiden. ,,De laatste jaren wordt meer geld dan ooit besteed aan de Nederlandse archeologie. Boekenkasten puilen uit van de rapportages, depots komen plaats tekort om de dozen met vers gedolven materiaal te bergen'', schrijft de bekende archeoloog Evert van Ginkel op de SNA-website. Hij wil zijn vakgenoten wakker schudden, maar stelt ook vast dat de opgravingen zelf niet het grootste probleem vormen – dat is de `verwerking' van de opgegraven voorwerpen.

Met de komst in 1992 van het Verdrag van Malta, bedoeld om het archeologisch erfgoed beter te beschermen, zijn gemeenten, projectontwikkelaars en aannemers verplicht voor aanvang van de bouw de bodem te onderzoeken op aanwezigheid van archeologische vondsten. ,,Dat gebeurt dus ook'', stelt Van Ginkel vast. Maar vervolgens verdwijnen de gevonden voorwerpen te vaak in het depot. ,,Niemand legt de voorwerpen bij elkaar en buigt zich over het grote historische verhaal.''

En hoewel hij musea in Assen, Nijmegen en Venlo niet te kort wil doen, vindt hij dat musea te weinig aandacht besteden aan archeologie. ,,In een gemengd museum wordt archeologie te vaak als het debiele broertje beschouwd.'' Lege vitrines, volle depots, denkt hij als hij daar rond loopt.

Steph Scholten, hoofd collecties van het Rijksmuseum voor Oudheden (RMO) in Leiden, vraagt zich ook af of ,,er ooit iets gebeurt met alle zaken die zijn opgeslagen in provinciale depots''. Natuurlijk, soms vloeien er mooie zaken uit voort, zoals onlangs een boek over de Nederlandse prehistorie. ,,Maar vaak worden archeologische vondsten niet met verve en smeuïgheid over het voetlicht gebracht.''

Scholten wijst ook op het gebrek aan gedegen onderzoek. ,,Universitaire archeologische instituten zijn de afgelopen twintig jaar flink aangepakt. Er is te weinig ruimte en geld voor onderzoek, laat staan dat wetenschappers eens boven de materie gaan staan om een goed overzicht te maken.''

Dat moet met de steeds uitgestelde ratificatie van het Verdrag van Malta veranderen. Het verdrag, waarvoor de Monumentenwet uit 1988 moet worden herzien, stelt dat deskundigen uiterlijk twee jaar na een opgraving een rapport moeten maken. Maar te vaak belanden die rapporten en de potscherven in een la en een doos, stelt ook Scheerhout van de SNA vast.

In het licht van de tien miljoen euro extra voor archeologische opgravingen was het besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg een dag later om het aantal opgravingen met de helft terug te brengen opmerkelijk. Volgens GS zijn de opgravingen te weinig succesvol, te duur en leiden ze tot veel vertraging in de bouw. Door beter vooronderzoek te verrichten willen GS ervoor zorgen dat er minder `onnodige' opgravingen worden gedaan.

Onder bouwers (en enkele archeologen) is instemmend gereageerd op het voornemen. Adviseur Goudswaard spot: ,,Nu moet je bij de bouw van ieder kippenhok onderzoeken of er iets van waarde in de bodem zit. Ondoenlijk.''

Maar andere archeologen zijn ontstemd. Hoofd collecties van het RMO Scholten: ,,Archeologie is voorspellen. Je zult uiteindelijk toch moeten graven om te zien wat er in de bodem zit.'' De vertragingen die opgravingen veroorzaken, worden zwaar overdreven, zegt Scheerhout. En ze waarschuwt: ,,Voor archeologie geldt: wat is verstoord, is voor altijd weg.''