Kwestie-Iran niet in VN-Veiligheidsraad

Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië dringen na verzet van Rusland en China niet langer aan op snelle inschakeling van de VN-Veiligheidsraad om Iran veroordeeld te krijgen wegens zijn nucleaire programma. Dat is vanochtend bekend geworden in Wenen, waar deze week de bestuursraad van het Internationale agentschap voor atoomenergie (IAEA) vergadert. Een verdere escalatie over het Iraanse nucleaire programma lijkt daarmee voorlopig afgewend.

De drie grote Europese landen die in de kwestie-Iran namens de Europese Unie (EU) opereren, wilden aanvankelijk een resolutie ter stemming aan de IAEA-bestuursraad voorleggen om het conflict door te verwijzen naar de VN-Veiligheidsraad. Net als de Verenigde Staten verdenkt de EU de regering in Teheran ervan in het geheim te werken aan de productie van een atoombom. Maar de afgelopen dagen lieten onder andere Rusland en China weten faliekant tegen inschakeling van de Veiligheidsraad te zijn. De `EU3' trekt daaruit de conclusie dat verwijzing naar de Veiligheidsraad, wat mogelijk is met meerderheid van stemmen binnen de IAEA-bestuursraad, geen zin heeft. Als permanente leden van de Veiligheidsraad kunnen Rusland en China elke maatregel tegen Iran blokkeren, en de verdeeldheid in de internationale gemeenschap zou er alleen maar verder door worden aangewakkerd.

Gesteund door de VS gaat de `EU3' nu proberen binnen de IAEA bredere steun te verwerven voor harder diplomatiek optreden. In een nieuwe ontwerptekst wordt Iran verweten niet te handelen in overeenstemming met het NPV, het internationale verdrag tegen verspreiding van kernwapens, maar wordt niet expliciet gesproken over rapportage aan (en daarmee inschakeling van) de Veiligheidsraad. Het IAEA moet schendingen van het Non-Proliferatieverdrag melden aan de Veiligheidsraad, maar volgens EU-diplomaten kan dat voor onbepaalde tijd worden uitgesteld.