Kuifje in de middeleeuwen

Striptekenaar Hergé liet zich in 1966 voor een nieuwjaarswens inspireren door de Gebroeders van Limburg.

In het museum Het Valkhof in Nijmegen is momenteel een tentoonstelling over de Gebroeders van Limburg te zien. De Nijmegenaren Herman, Paul en Johan van Limburg werkten tussen 1400 en 1416 als boekschilder voor de Franse hertogen Filips de Stoute en Jean de Berry. Voor de kostbare boeken die deze boekenliefhebbers lieten maken, schilderden de Nijmeegse broers prachtige miniaturen.

Het hoogtepunt in de expositie wordt gevormd door tien dubbelbladen uit de Belles heures van Jean duc de Berry, een getijdenboek – een verzameling vrome teksten die op vaste tijden van de dag gelezen konden worden. De bladgrote illustraties daarvoor maakten de gebroeders van Limburg tussen 1405 en 1409. De tentoonstelling laat ook zien dat hun werk door andere kunstenaars werd nagevolgd. Dat is voor de vijftiende eeuw niet zo vreemd, middeleeuwse kunstenaars kenden en gebruikten elkaars werk. Maar dat een twintigste-eeuwer zich eveneens liet inspireren is opmerkelijk.

Hergé (George Rémi, 1907-1983) is de geestelijk vader van stripheld Kuifje. Hij verrichtte ook ander tekenwerk, waaronder reclametekeningen. Ook zijn kerst- en nieuwjaarskaarten ontwierp hij zelf. De kaart voor 1967 lijkt sterk op een bladzijde uit een middeleeuws getijdenboek. De scéne is bekend: de drie `koningen' of `wijzen uit het oosten' zijn bij het stalletje aangekomen waar Jezus geboren is en vereren het Kind, dat niet is afgebeeld – wellicht uit vrees verdacht te worden van heiligschennis? Op de achtergrond kijken twee herders naar de hemel, mogelijk naar de ster die de `koningen' de weg wees naar de stal.

Wie het oeuvre van Hergé kent, heeft de personen op de kaart ongetwijfeld herkend: Kuifje (hij bespeelt een doedelzak), zijn hond Bobbie (in een eerbiedige houding), kapitein Haddock (hij neemt zijn hoed af) en de oude professor Trifonius Zonnebloem (uiteraard met zijn eigen wegwijzer, een slinger) fungeren als de drie `wijzen'. De herders zijn niemand anders dan de privé-detectives Jansen & Janssen en de draak in de rijkversierde bovenrand heeft de tronie van de schurk Roberto Rastapopoulos (mét monocle!).

Vergelijking met de drie bladzijden uit de Belles heures van Jean de Berry maakt duidelijk dat Hergé – net als een middeleeuwse kunstenaar – vrijelijk uit zijn bron geput heeft: alle onderdelen op zijn wenskaart zijn aan de hier getoonde miniaturen van – in dit geval – Paul van Limburg ontleend (de bladzijden 48v, 52r en 54v van het handschrift; de draak vindt men terug op 123v). Niet alleen de poses van de personen en dieren, maar ook allerlei details, zoals kleding, de stand van de herdersstaven, de vogel op het dak van de stal enzovoorts zijn nauwkeurig nagevolgd. De decoratieve randversiering op de wenskaart blijkt eveneens te zijn gekopieerd. Men oordele zelf.

`De gebroeders Van Limburg', t/m 20/11 in Museum het Valkhof, www.museumhetvalkhof.nl

    • Jos A.A.M. Biemans