Italië hobbelt van crisis naar crisis

De Italiaanse regering van premier Berlusconi kampt volgens de vandaag afgetreden minister van Financiën met ,,totale besluiteloosheid''.

En opnieuw, vijf maanden na haar val en wederopstanding, is de Italiaanse regering in grote problemen. De herstart is eigenlijk nooit begonnen en lijkt met het aftreden van minister Domenico Siniscalco vandaag alweer te eindigen.

Er is ,,totale besluiteloosheid in de regering'', zo stelt Siniscalco in zijn ontslagbrief aan premier Silvio Berlusconi. Hij uit daarmee dezelfde kritiek die het kabinet nu al maanden krijgt van werkgevers, werknemers, oppositie en veel commentatoren. Met weet zich geen raad met Antonio Fazio, de president van de centrale bank, die partijdigheid wordt verweten, niet met de manier waarop de financiële problemen moeten worden aangepakt en met omstreden decentralisatieplannen.

Coalitiegenoten in de Italiaanse regering ruziën momenteel over bijna alles. Maar ze durven elkaar niet los te laten, door de belabberde peilingen. Uit recente onderzoeken blijkt dat slechts 27 procent van de Italianen tevreden is over de regering. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou de regeringscoalitie Huis van de Vrijheid 43,2 procent halen en de linkse oppositie van de Unie, onder leiding van Romano Prodi, 50,8 procent.

De bestuurlijke inertie is zo groot dat president Carlo Azeglio Ciampi zich gedwongen zag de regering op te roepen toch vooral concreet en realistisch beleid te voeren om de moeilijke problemen op te lossen waarvoor het land zich gesteld ziet. De kans hierop is echter klein nu Berlusconi intern heeft gezegd dat hij ,,alleen nog besluiten wil nemen die electoraal hout snijden''.

Zijn coalitiepartners bogen zich de afgelopen weken dus over de kieswet en hoe deze in hun voordeel te wijzigen. Zo sprak men over de overgang van een meerderheids- naar een proportioneel stelsel dat Berlusconi's coalitie bijna weer op hetzelfde electorale niveau zou brengen als de oppositie. Maar ook dit regeringsproject lijkt te stranden in gekibbel. De kleine partijtjes vrezen de voorgestelde kiesdrempel van 4 procent en de grote zien zonder die drempel de voordelen niet. De oppositie blokkeert intussen elke behandeling van een kieswetwijziging in het parlement door niet te komen opdagen tijdens de vergaderingen.

De eerste twee jaar was Berlusconi in zijn coalitie heer en meester, nu proberen de regeringspartijen zich wanhopig van hem en van elkaar te onderscheiden. Het verst hierin gaat de UDC, de partij die ook al verantwoordelijk was voor de regeringscrisis van vijf maanden geleden.

UDC-leider Follini vraagt met de stembusgang in het vooruitzicht al enige tijd om een ,,structurele koerswijziging'', wat een eufemisme is voor een nieuwe leider. Voor de UDC is het ,,niet vanzelfsprekend'' dat Berlusconi de premierkandidaat is in april volgend jaar. Follini vreest dat Berlusconi vanwege zijn vele belangenconflicten een garantie is voor verkiezingsverlies. Maar Berlusconi zelf denkt er niet aan zijn positie op te geven. Hij voelt zich gesteund door peilingen waaruit blijkt dat kiezers geen idee hebben wie in plaats van Berlusconi centrumrechts zou kunnen leiden.

Gefrustreerd door alle blokkades in de coalitie opende de UDC gisteren een nieuw front tegen de eigen regering. De partij opende de aanval op de begrotingsvoorstellen van Siniscalco. De UDC eist meer geld voor gezinnen en meer rendementsbelasting, iets wat de puisant rijke Berlusconi probeert tegen te houden. De Lega Nord ging nog verder met haar kritiek op de begroting. Minister van Hervorming Roberto Calderoli zei zelfs zeer oncollegiaal: ,,De begroting moet niet worden herschreven, maar dient nog geschreven te worden.'' Voor minister Siniscalco was dat waarschijnlijk de druppel.

    • Bas Mesters