Italië geeft volleybalsters lesje topsport

Nederland kreeg gisteren bij het EK voor vrouwen een lesje topvolleybal van Italië. Bondsoach Avital Selinger wacht nog veel werk.

De wedstrijd Nederland-Italië bij het Europees kampioenschap vrouwenvolleybal in Kroatië was gisteren een goede graadmeter voor de internationale positie van twee ploegen, die met grote ambities toewerken naar het wereldkampioenschap van 2006 in Japan en de Olympische Spelen van 2008 in Peking. Vooralsnog valt de balans uit in het voordeel van regerend wereldkampioen Italië, dat Nederland met 3-1 (25-23, 25-19, 24-26 en 25-18) versloeg.

Een vergelijking met de Italiaansen leert dat Nederland op vrijwel alle onderdelen te kort schiet om nu al een plaats bij de Europese top, laat staan de wereldtop, te claimen. De talentvolle Nederlandse volleybalsters, die definitief zijn uitgeschakeld voor een plaats in de halve finales, hoeven weliswaar niet te wanhopen, maar de spiegel die Italië hun gisteren in Pula voorhield was confronterend.

Bondscoach Avital Selinger wacht nog veel werk om zijn ploeg op het gewenste hoge internationale niveau te krijgen. En de vraag is zelfs of dat kan met alle speelsters, die gisteren in het veld stonden. Op beslissende momenten in de wedstrijd ontbrak het Nederland aan lengte en slagkracht.

Selinger meent dat hij van kleine aanvalsters als Alice Blom (1.78 meter) en in iets mindere mate Debby Stam (1.84 meter) internationaal hoogwaardige speelsters kan maken, maar zij komen tegen de langere tegenstanders zoals gisteren de rijzige Italiaanse speelsters vooral in de blokkering lengte te kort. Aanvallend weet vooral de slimme Blom haar tekortkoming te compenseren. Toch is zij niet de powerhitter die een ploeg op cruciale momenten aan de beslissende punten helpt. Over die kwaliteit beschikt wel de andere hoofdaanvalster, Chaïne Staelens.

Als het peil van Blom, Stam in Chaïne Staelens wordt afgezet tegen die van de Italiaanse buitenaanvalsters is het niveauverschil evident. De geroutineerde aanvoerster Simona Rineiri scoort veel, vooral op momenten dat het spannend wordt. De scoringspercentages van gisteren spraken boekdelen: waar Chaïne Staelens elf punten bij elkaar sloeg, was Rineiri goed voor vijftien punten. In het moderne volleybal een verschil dat beslissend kan zijn voor de setwinst. En dan heeft Italië het grote talent Serena Ortolani (18) achter de hand. Zij is weliswaar nog de minste van het huidige basisteam, maar heeft wel de lengte (1.87) en kracht die Blom en Stam missen.

Hoewel Nederland in Ingrid Visser en Francien Huurman internationaal sterke midspeelsters heeft, mist het tweetal de dynamiek van hun Italiaanse tegenstandsters. Sara Anzanello en Simona Gioli zijn fantastische blokkeersters, die gisteren met veel betere scores uit de wedstrijd kwamen dan Visser en Huurman. En de succesvolle `omloopbal' van Huurman wordt geëvenaard, zo niet overtroffen door die van Gioli. Vooral in de blokkering zullen de Nederlandse midspeelsters zich moet verbeteren.

Ook bij de diagonaalspeelsters valt een vergelijking uit in het voordeel van Italië. Nog wel, want in Manon Flier heeft Nederland misschien wel zijn grootste talent. Zij is al goed, maar nog niet van het niveau dat de zes jaar oudere Italiaanse diagonaalspeelsters Elisa Togut gisteren haalde. Het verschil in scores: Flier vijftien punten en 21 van Togut. Daar staat tegenover dat de Nederlandse efficiënter met haar sprongservice was. Zij scoorde vier rechtstreekse punten en Togut nul.

Voor de spelverdeelsters geldt hetzelfde: Riëtte Fledderus is van internationale klasse, maar Eleonora Lo Bianco, die als speelsters opvallend veel gelijkenis met haar vertoont, is net iets vaster, net iets geraffineerder. Dat nuanceverschillen blijkt ook uit beider curriculum vitae: Fledderus werd ooit Europees kampioen, Lo Bianco wereldkampioen. De Nederlandse speelt in de Italiaanse competitie bij middenmotor Tortoli en Lo Bianco bij meervoudig landskampioen Foppapedretti.

De enige positie waar Nederland niet hoeft onder te doen voor de Italianen is die van libero. Zowel Elke Wijnhoven als Paola Cardullo is snel, beweeglijk, verdedigend sterk en betrouwbaar in de pass. Maar in de statistieken van het EK heeft de Nederlandse net iets betere scores dan haar tegenstandster van gisteren.

Resteert de teamprestatie. Daarin is Italië de bovenliggende partij, zoals gisteren weer bleek. Doordat het basisniveau van Nederland lager ligt dan dat van de Italiaansen, is Selingers ploeg voor een topprestatie nu nog te veel afhankelijk van de vorm van de dag. De Italiaansen spelen goed en harmonieus samen. Pas als Nederland die standaard haalt, mag het aan prijzen gaan denken. Tot die tijd past bescheidenheid.

    • Henk Stouwdam