Italiaanse minister stapt op

De Italiaanse minister van Financiën, Domenico Siniscalco, heeft gisteravond zijn ontslag ingediend. Hij is verbolgen over de besluiteloosheid van het kabinet-Berlusconi inzake de kwestie-Antonio Fazio, de president van de Italiaanse centrale bank, die onder vuur ligt om af te treden. Ook heeft Siniscalco moeite met de begroting 2006, die volgens hem dreigt te verworden tot een ,,verkiezingsbegroting''. Italië gaat in april naar de stembus.

Nog voor het ontslag vandaag formeel wordt, is in Italië geschokt gereageerd op het nieuws. De vice-coördinator van Berlusconi's partij Forza Italia sprak vanochtend over ,,een moment van de waarheid'' voor de Italiaanse regering. En de voorzitter van de werkgeversorganisatie Confindustria, Lucca di Montezemolo, zegt ,,grote zorgen'' te hebben en met Siniscalco te willen spreken. Inmiddels zou premier Silvio Berlusconi van plan zijn om tijdelijk het ministerschap van Financiën over te nemen.

In zijn ontslagbrief, die Siniscalco gisteravond naar premier Silvio Berlusconi heeft gestuurd, schrijft hij: ,,Ik ben het bijna nergens mee eens. Ik keer terug als hoogleraar naar de universiteit.'' Hij zegt af te treden wegens ,,de complete besluiteloosheid van de regering. Niet Fazio is het probleem, maar degene die niet in staat is om dit probleem op te lossen. Ik ben hierover niet verbitterd, maar vind het een schandaal'', aldus een boze Siniscalco, die vanochtend wordt geciteerd in la Repubblica.

De ex-directeur-generaal van het ministerie van Financiën Siniscalco trad iets meer dan een jaar geleden aan om Giulio Tremonti als minister van Financiën op te volgen. Hij beschouwde zichzelf als technische, niet politiek gekleurde minister. Hij zag zich gesteld voor de onmogelijke taak om een jaar voor de verkiezingen de zeer wankele financiële positie van Italië te verbeteren, terwijl de cijfers maand in maand uit verslechterden. Gisteren bracht het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een nieuwe jobstijding. Het begrotingstekort zou in 2006 oplopen tot 5,1 procent. De staatsschuld zou stijgen naar 110,9 procent.