`Iraniër hoort te zwemmen in goedkope olie'

Met een luide grom komt mijn in Iran gefabriceerde Nissan Patrol tot stilstand. Het is druk voor pompstation 148 in de Iraanse hoofdstad. Twee dagen geleden was ik hier ook, maar de tank van zestig liter is al weer bijna leeg. Héél veilig zo'n terreinwagen, zeker in het Iraanse verkeer, maar hij rijdt wel 1 op 6.

De motor uit, tankdop open; tevreden steek ik de benzineslang in de auto. De pomp ratelt als een bezetene maar ik geef er niet om. Net voordat de benzine over de auto klotst, tik ik voorzichtig het mondstuk tegen de rand van de tank, zodat er niet wordt gemorst. Wel aan het milieu denken natuurlijk!

Iets meer dan 55 liter getankt, tijd om af te rekenen. Vriendelijk lachend wenk ik naar een van de pompbediendes in een smerige overall. ,,Wat ben ik u schuldig?'' vraag ik hem opgewekt in het Farsi. Natuurlijk weet ik het antwoord al, maar het blijft leuk om te horen. ,,3.800 toman'', zegt deze verveeld. ,,Wel beste man, hier hebt u 4.000 toman. Hou de rest maar!'' zeg ik joviaal. Ik heb net 3,60 euro betaald voor 55 liter benzine, inclusief tip.

Terwijl de benzineprijzen in Nederland de hoogste ter wereld zijn, mikt Iran op de laagste plek op de ranglijst. Eén liter benzine (ongelood, alles is ongelood) kost 6,9 eurocent per liter. Dat is goedkoper dan een fles water in Iran. Hier geen accijnzen, kwartjes van Khomeiny of andere extra's bovenop de prijs. Sterker nog, de Iraniërs krijgen geld als ze gaan tanken. De Iraanse benzine is namelijk zwaar gesubsidieerd door de Iraanse overheid.

Hoewel Iran dagelijks 3,9 miljoen vaten olie uit de grond haalt en reserves heeft van 125 miljard vaten, moet er dagelijks 40 miljoen liter benzine worden geïmporteerd. Iran heeft niet genoeg raffinaderijen om aan de lokale vraag te voldoen en moet daarom benzine uit het buitenland halen.

De Iraanse overheid betaalt jaarlijks ruim twee miljard dollar om Iraniërs goedkoop te laten tanken. Ter vergelijking: in 2004 verdiende het land 32 miljard dollar met de olie-export.

Met de stijgende olieprijzen begint dit systeem wel heel duur te worden. ,,Wij willen dolgraag van de subsidies af, maar er zijn anderen die dat tegenhouden'', vertelde onderminister van Olie Seyed Mohammadi Hadi Nejad Hosseini in mei aan deze krant. ,,We verbranden veel benzine in Iran, dat moeten we veranderen.''

Daarom kwam er een plan om iedere Iraniër een rantsoen goedkope benzine te geven. Personenauto's zouden nog maar 150 liter per maand tegen het goedkope tarief van 6,9 cent mogen tanken. Daarna zouden ze meer moeten betalen, wel 10,3 cent per liter.

Nu de nieuwe ministersploeg is aangetreden na de verkiezing van de neo-conservatief Mahmoud Ahmadinejad tot president, is dit plan echter afgeblazen. Het volk zou maar gaan morren van prijsstijgingen en daar zit niemand van het Iraanse regime op te wachten. Zolang de wereldprijzen van olie stijgen, is er ook genoeg geld om benzine te importeren, is het devies.

Dus wordt er nog lustig getankt bij pompstation 148. ,,Het is maar goed dat de prijzen niet zijn gestegen'', zegt eigenaar Mohammad Reza Mirzai. ,,Als de benzineprijs stijgt, gaan alle prijzen omhoog. Vergeet niet dat een Iraniër gemiddeld 300.000 toman (262 euro) per maand verdient. Dan is 6,9 eurocent per liter in redelijk balans met het inkomen'', zegt Mirzai. ,,En vergeet niet dat wij zwemmen in de olie, het moet goedkoop zijn in Iran, dat hoort zo.''

Is er dan niemand die met het milieu rekening houdt in Iran? Teheran is een van de meest vervuilde steden ter wereld. Al die benzineslurpende auto's braken dagelijks enorme hoeveelheden uitlaatgassen uit. Dure benzine betekent minder auto's op de weg.

Het antwoord is nee, vrijwel niemand houdt zich bezig met het milieu. ,,We hebben al zoveel problemen in Iran'', klaagt Hossein Ayatollahi, die zijn dure Nissan Maxima volgooit. ,,De natuur is niet zo belangrijk. Autorijden is belangrijk, anders kom je nergens.''