Hoogervorst loopt vooruit op besparing

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) gaat in zijn begroting uit van een besparing van 785 miljoen euro. Apothekers moeten die realiseren door goedkopere, merkloze medicijnen voor te schrijven.

Maar daarover heeft Hoogervorst nog geen overeenstemming bereikt met de apothekers. De minister neemt in de begroting aan dat de overheid, apothekers, zorgverzekeraars en de farmaceutische industrie opnieuw een zogenoemd Convenant Geneesmiddelen zullen sluiten. De onderhandelingen daarover zijn momenteel in volle gang.

In de begroting van VWS stelt Hoogervorst dat de verlaging van de prijzen van geneesmiddelen volgend jaar een besparing van 785 miljoen euro moet opleveren. Dat is 100 miljoen euro meer dan in 2005.

Het eerste farmacieconvenant werd in 2004 afgesloten tussen de Bond van de generieke geneesmiddelenindustrie, apothekersvereniging KNMP, Zorgverzekeraars Nederland en minister Hoogervorst. Daarin spraken zij af dat apothekers voor een bepaalde kwaal het goedkoopste `generieke medicijn', waar geen patent meer op rust, zullen leveren èn declareren. Dat gebeurde lang niet altijd, meenden verzekeraars. De apothekers hebben jaren niet het goedkoopste geneesmiddel geleverd, maar het medicijn waarop ze van de fabrikant de hoogste korting kregen, stelden zij. De patiënt en verzekeraar betaalden daardoor te veel.

Door het convenant konden in 2005 voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de uitgaven voor de geneesmiddelen dalen. De besparing in 2005 kwam neer op ruim 100 euro per gezin. Het betreft vooral geneesmiddelen tegen een hoog cholesterolgehalte en tegen maagzuur.

Uitzicht op een akkoord voor een nieuw Farmaconvenant is er nog niet, zeggen de betrokkenen. Inzet zijn onder meer de tarieven van apothekers. Omdat zij hun bonussen en kortingen kwijtraken, willen apothekers meer geld voor hun werk.

,,Wij willen dat Hoogervorst erkent dat apotheken ondernemingen zijn, die risico's lopen'', zegt KNMP-voorzitter Marga van Weelden. ,,Daar hoort een kostendekkend tarief bij.''

    • Antoinette Reerink