Het volk spreekt niet als kip zonder kop

Via opiniepeilingen kan de burger stoom afblazen. Maar dit leidt zelden tot een structureel debat of tot verandering van politiek beleid, stelt Joke Hermes.

Luisteren naar de gewone burger staat sinds Pim Fortuyn hoog op de agenda van politici en de media. Politici gaan de straat op en tv-programma's en kranten gaan te rade bij burgers en laten meer gewone mensen zien. Die aandacht heeft niet geleid tot een groter vertrouwen in de politiek. Integendeel.

Het vertrouwen is op een historisch dieptepunt beland. Grote enquêtes in opdracht van de media en van de overheid zelf (zoals de zogeheten Belevingsmonitor van de overheid) tonen al geruime tijd dat de steun beperkt blijft tot maximaal een derde van de bevolking. De antwoorden van de gepeilden, representatief voor wat Nederland vindt, krijgen geen politieke vertaling.

Politici zijn bij de burger op zoek naar meningen en beleidssuggesties, maar ze vinden vooral emoties. Die zijn van een zo andere orde dat ze niet in het politieke vertoog kunnen worden opgenomen. Op onvrede reageren politici dan vooral met een oude reflex en proberen hun beleid beter uit te leggen. Burgers, op hun beurt, beschouwen het politieke oor, de open microfoon of het journalistieke opschrijfblok als een uitnodiging om ervaringen, grieven en angsten kort en bondig te verwoorden.

Er is dus, in het post-Fortuyntijdperk, sprake van meer vox pops: straatcommentaren van betrokkenen en omwonenden die analytisch niet erg sterk zijn maar wel zeer geschikt om emotie over te brengen. Televisiejournalistiek en de populaire pers bedienen zich graag van deze vorm. Na Fortuyn kregen we ook steeds meer opiniepeilingen. Medeburgers geven hun mening en verworden tot een anonieme collectiviteit. De opiniepeiling, zeker in de ogen van haar uitvinders (mannen als George Gallup), zou een aanvullende vorm van burgerconsultatie in een massademocratie moeten zijn. Het is evident onzinnig om voor elk wissewasje naar de stembus te gaan, om het even of het nu referenda of verkiezingen betreft. Een peiling laat snel zien hoe de meningen zijn verdeeld. Maar tot meer begrip – waarom mensen bijvoorbeeld de overheid wantrouwen – leiden peildata zelden. Dat komt omdat er wel meningen worden gemeten, maar onduidelijk is hoe die totstandkomen. Voelt een respondent zich onveilig omdat er in de buurt meer wordt ingebroken of omdat er meer over te zien is op televisie?

De journalistiek zoekt, begrijpelijkerwijs, graag sprekende, zelfverklarende beelden. Gewone mensen zien we als gevolg daarvan vooral in de media als ze een probleem hebben, of zijn, en niet als amateurdeskundigen. Daarmee ontstaat een paradox als het gaat om de media als podium voor meningsvorming. Immers, het in beeld brengen van de gewone man of vrouw was bedoeld om hun een plaats te geven in de nieuwsverslaggeving in de hoop dat zij, via hun commentaar en kritiek, de gang van zaken in het land kunnen beïnvloeden. Peilingen en vox pops zijn echter niet meer dan een uitlaatklep. Ze brengen de burger weliswaar in beeld, maar zonder nadere interpretatie van het achterliggende proces van meningsvorming leiden ze tot een effectief negeren van diezelfde burger. Het is lippendienst aan de democratie. Burgers mogen hun hart luchten, maar ze zien daar geen beleidsverandering voor terug. Verontwaardiging en woede maken gewone mensen interessant maar diskwalificeren hen ook, zonder verdere reflectie, als meningsvormers. Het merendeel van de afgewogen oordelen op televisie en in de kranten komt nog altijd van experts, van burgers in functie.

Op zich is er niets tegen peilingen en ook niets tegen geëmotioneerde losse zinnen die willekeurige burgers in de buurt van nieuwsobjecten uitspreken. Daarmee wordt het nieuws aansprekender en herkenbaarder of worden trends aangeduid. Maar wat in peilingen en vox pops volstrekt onduidelijk blijft, is wat mensen bindt. Emotie, ervaring en argumenten zijn ontvlochten. De resulterende suggestie is dat burgers dom zijn, dat ze niet de moeite nemen zich te informeren en dat ze vanuit de onderbuik spreken. De emoties die we zien, verwijzen echter ook naar gedeelde fantasieën, verlangens, angsten, hoop en utopieën. Die moeten geduid worden als onderdeel van de morele kaders aan de hand waarvan we reflecteren over de manier waarop we met elkaar verbonden willen zijn. Emoties moeten geinterpreteerd en gecontextualiseerd worden. Het is hoog tijd om zicht te krijgen op publieke meningsvorming.

Laat journalisten doen waar ze goed in zijn door bijvoorbeeld politici vasthoudend in het vizier nemen of door gewone mensen langdurig te volgen en te ondervragen. Burgers kunnen en willen zich ook best verantwoorden voor hun mening, als ze maar de gelegenheid krijgen om tot een echte oordeelsvorming te komen. De politicoloog James Fishkin heeft gesuggereerd dat representatie gekoppeld moet zijn aan deliberatie, waar dan ook ruim de tijd voor moet zijn, bijvoorbeeld via burgerconventies. Op internet zien we dat gebeuren op weblogs, of op het webcongres van deze krant. Hier verschijnt de redenerende burger als gesprekspartner van de krant, de politiek en van zijn medeburgers. Hier zien we een begin van publieke meningsvorming waar ook politici zich toe kunnen verhouden. Helaas is dit soort discussies vaak weinig gestructureerd. Ons collectieve beeld van medeburgers zal pas kunnen veranderen als ook in de dagelijkse verslaggeverij wordt doorgepraat na het eerste stoom afblazen. Laat journalisten de gebruikelijke routine maar omdraaien: betrap gezagsdragers op emoties en help burgers te komen tot argumenten.

Joke Hermes is lector Publieke Meningsvorming bij de Hogeschool INHOLLAND. Deze tekst is gebaseerd op de lectorale rede `Verborgen debatten, onzichtbare burgers' die zij vandaag heeft uitgesproken in de Rode Hoed in Amsterdam.

    • Joke Hermes