Geen Götterdämmerung

Duitsland staat er gekleurd op na de Bondsdagverkiezingen van afgelopen zondag. De uitslag, die de sociaal-democraten van bondskanselier Schröder noch de christen-democraten van oppositieleidster Merkel een duidelijke meerderheid verschafte, heeft tot politieke verwarring geleid. In Berlijn en daarbuiten zijn de afgelopen dagen alle mogelijke scenario's afgedraaid, coalities gesuggereerd en verworpen, ultimata gesteld – kortom, is het spel om de macht losgebarsten. SPD-leider Gerhard Schröder heeft zich om te beginnen niets aangetrokken van de traditie dat de grootste partij de coalitiebesprekingen leidt en in principe ook de kanselier levert. De CDU/CSU is 0,9 procentpunt (of drie zetels) groter dan de SPD. Zelfs de kleinste meerderheid is een meerderheid. Maar Schröder negeert dat. Hij is een vechtjas, die weet dat de brutalen de halve wereld hebben. Hij heeft de verkiezingen net als Angela Merkel verloren, maar presenteert zich als de winnaar.

De CDU/CSU-leidster is door Schröders assertiviteit in de ongemakkelijke positie geplaatst van loser: niet alleen de feitelijke verliezer, maar ook degene die voorgoed zou hebben afgedaan. Merkel heeft de pech dat ze, omdat zij als lijsttrekker faalde, ook de flak uit eigen partij moet opvangen. Ze werd weliswaar herkozen als fractievoorzitster van de CDU/CSU in de Bondsdag – een bevestiging van haar leidersrol – maar aan haar stoelpoten wordt gezaagd. Edmund Stoiber van de zusterpartij CSU zou haar binnenskamers in ongezouten taal de schuld van de stembuscatastrofe hebben gegeven.

In deze lichtontvlambare atmosfeer worden snel onzinnige dingen gezegd en misschien gedaan. Menigeen heeft al geroepen dat er maar gauw nieuwe verkiezingen moeten komen. Of: er dient een grote coalitie te worden gevormd, maar zonder Merkel en Schröder omdat die elkaar uitsluiten. Of de suggestie luidt dat een minderheidscoalitie het beste is, met partijen die wél met elkaar willen regeren. Hier en daar, met name in de internationale pers, duiken doemscenario's op van instabiliteit en worden herinneringen opgeroepen aan de zwarte dagen van de Weimar-republiek, de onrustige periode van 1919 tot 1933 waarin inflatie en politieke turbulentie de weg plaveiden voor Hitler.

Duitsland, schreef dezer dagen met recht de Süddeutsche Zeitung, is geen Weimar maar een ordentelijke democratie. Het land is hooguit politiek wat op drift; er is echter stabiliteit genoeg om ook deze queeste naar behoren op te lossen. Het unieke Duitse staatsrecht, na de Tweede Wereldoorlog opgezet rond consensus en machtsevenwicht, schrijft zorgvuldig voor wat er nu dient te gebeuren. President Horst Köhler kan laten zien wat hij waard is als boven de politiek geplaatst staatshoofd. Dat partijen elkaar op voorhand uitsluiten, betekent niet dat Duitsland onregeerbaar is. Juist onder de gegeven omstandigheden is veel mogelijk – ook meerderheidscoalities. Waarom geen CDU/CSU, FDP en Groenen? Het werkt in een wijnstadje in de Palts, waarom zou het voor het land niet gaan? Zuiver cijfermatig is een linkse coalitie van SPD, Groenen en de nieuwe Linkspartei ook mogelijk. Uiteindelijk heeft een absolute meerderheid van de Duitsers links gestemd.

Kortom, van een Götterdämmerung is vooralsnog geen sprake. De kiezers hebben hun politici opgezadeld met een raadsel. Die hebben nu de plicht het hoofd koel te houden en in rust naar een oplossing te zoeken die Duitsland, en daarmee Europa, houvast biedt.