Egypte moet teugels laten vieren

De eerste Egyptische poging tot een presidentsverkiezing met verscheidene kandidaten maakt duidelijk dat het oude autoritaire systeem in het land is ineengestort, betoogt David Ignatius.

Het is moeilijk ons de Egyptische president Hosni Mubarak als brenger van verandering voor te stellen. In de 24 jaar die hij zijn land nu bestuurt, heeft hij blijk gegeven van een militaire hartstocht voor stabiliteit, met de bijbehorende argwaan ten opzichte van democratie. Zijn Egypte heeft vaak model gestaan voor de politieke stilstand van de Arabische wereld.

Toch is de 77-jarige Mubarak deze maand herkozen op een programma van politieke en economische hervormingen. Het feit dat zelfs de faraonische Mubarak aan democratische verkiezingen deelneemt, tekent de macht van de hervormingsbeweging in de huidige Arabische wereld. Die beweging is machtig omdat ze afkomstig is uit de Arabische maatschappijen zelf, en niet alleen van enthousiaste democraten in Washington.

Ik kan niet voorspellen of Mubarak de beloften zal nakomen die hij in zijn campagne heeft gedaan. Ik zie alle redenen waarom hij dat zou moeten doen, maar ook alle redenen waarom hij dat juist niet zal doen.

Wel is na deze eerste Egyptische poging tot een presidentsverkiezing met verscheidene kandidaten duidelijk dat het oude autoritaire systeem in het land is ineengestort. Ik betwijfel of Mubarak dit weer zou kunnen opbouwen, zelfs als hij het zou proberen.

Egypte was altijd een land waar mensen in het openbaar zeer zorgvuldig op hun woorden letten. Het was in wezen een eenpartijstaat en de prijs om je baan te houden – en soms om uit de gevangenis te blijven – was dat je veilig binnen de ongeschreven maar alom erkende rode lijnen bleef. De Egyptische staatspers was vaak de grootste boosdoener, zogenaamd onafhankelijk, maar met een bijna stalinistische kruiperigheid tegenover de machthebber. In deze oude onderdanige gewoonten komt nu gelukkig verandering.

In de gesprekken die ik een aantal dagen heb gevoerd vond ik de mensen opmerkelijk openhartig in hun commentaren. Interessant is bovendien dat politieke activisten uit het hele spectrum de situatie in Egypte ook in dergelijke bewoordingen beschrijven. Weliswaar zien velen de eenzijdige verkiezingen als een farce (Mubarak won met 88 percent van de stemmen), maar iedereen ziet Egypte veranderen en iedereen is het erover eens dat het moeilijk zal zijn de eenmaal begonnen verandering te stuiten.

Laten we beginnen met de meest extreme critici van het bewind, de Moslimbroederschap. Ik sprak Ali Abdel Fatah, een van de leiders van de Broederschap, bij het Syndicaat van Journalisten, dat de afgelopen maanden een toevluchtsoord voor activisten is geworden. Ook al verwerpt Abdel Fatah de verkiezingsoverwinning van Mubarak als frauduleus, hij denkt wel dat de democratische beweging in Egypte echt is. ,,Wij waarderen het pluralisme, en dringen daar ook op aan'', zegt hij.

Volgens Abdel Fatah is hij elf keer om zijn opvattingen gevangengezet, en ook de Broederschap mag nog altijd niet openlijk als politieke partij opereren – maar toch wil hij aan het nieuwe spel meedoen. Hij is van plan bij de parlementsverkiezingen van november meer dan 150 `onafhankelijke' kandidaten in het strijdperk te brengen en verwacht dat zo'n 30 van hen zullen winnen, waarmee de officieuze vertegenwoordiging van de groepering in het parlement ruwweg zou verdubbelen.

Trekkend aan een waterpijp in een koffiehuis aan de Imad El-Din-straat zit Amin Soliman Eskander, een van de medeoprichters van de protestgroep Kifaya. Hoewel de verkiezingen voorbij zijn, organiseert deze groep (waarvan de Arabische naam `Genoeg!' betekent) nog demonstraties.

,,De sfeer in het land staat geen onderdrukking meer toe'', legt hij uit. Eskander heeft zeven keer gevangengezeten om zijn afwijkende mening. Op de vraag of er volgens hem in Egypte nu een vreedzame politieke verandering kan komen, zegt hij: ,,Ja, natuurlijk.''

In een café aan de oever van de Nijl verklaart Hisham Kassem, die aan het hoofd staat van een felle, nieuwe, onafhankelijke krant, dat de dagen van de onderdanigheid voorbij zijn. Mubarak en zijn familie krijgen nu krantenkoppen naar hun hoofd die een jaar geleden nog ondenkbaar waren. ,,Ik weet zeker dat hij onze kritiek tandenknarsend ondergaat, maar we kunnen niet meer terug'', zegt Kassem.

Het Mubarak-kamp ontkent niet dat de spelregels veranderd zijn. Volgens Mohamed Kamal, een vooraanstaand politiek adviseur, heeft de oude nadruk op stabiliteit plaatsgemaakt voor een besef dat Egypte aan verandering toe is.

Dat is het belang van Mubaraks instemming dit jaar met een verkiezing tussen verschillende kandidaten, betoogt hij. ,,De president zat altijd hoog op de berg, omringd door mensen die hem wilden beschermen. Nu is hij van de berg gekomen en heeft hij de mensen om hun stem gevraagd.''

Een van de helderste lichten in de regering-Mubarak, minister Rachid Mohammed Rachid (Industrie), beaamt dat de verkiezing een soort verantwoording symboliseerde. ,,Mubarak heeft zijn kandidatuur serieus genomen en een lijst met programmapunten opgesteld. Dat was nog nooit vertoond.''

Het bewind van Mubarak is zeker in staat zijn beloften te verloochenen. Maar er is zoveel druk om te veranderen, van zoveel verschillende kanten (waaronder de regering-Bush), dat dit niet eenvoudig zal zijn. ,,Ik denk niet dat er nog een weg terug is'', zegt Gamal Mubarak, zoon van de president, tegen mij. En voorlopig ben ik geneigd hem op zijn woord te geloven.

David Ignatius is columnist. © Washington Post Writers Group.

    • David Ignatius