`De onderhandelingen gaan nu ook over luiers'

Sinds februari bepalen ziekenhuizen en zorgverzekeraars zelf hun prijzen. Maakt dat de behandeling van een liesbreuk goedkoper?

Patiënten met oog- knie- en heupklachten uit Den Helder hebben er een kopzorg bij. Achmea-verzekerden die geopereerd moeten worden kunnen niet meer terecht in het plaatselijke ziekenhuis, tenzij ze hun portemonnee trekken. Het Gemini-ziekenhuis is te duur, vindt de ziektekostenverzekeraar. Daarom stuurt Achmea zijn `cliënten' naar een ziekenhuis dertig kilometer verderop, het Medisch Centrum Alkmaar of het Westfries Gasthuis in Hoorn.

Is dat erg?

We vragen het voormalig minister Frank de Grave, hij is voorzitter van het College Tarieven Gezondheidszorg. Zijn college inventariseert op verzoek van minister Hoogervorst de ervaringen met vrije prijzen, die ziekenhuizen en verzekeraars sinds 1 februari voor een aantal eenvoudige behandelingen zelf vaststellen. Hij zegt: ,,Ik onthoud me van waardeoordelen. Wij beoordelen als toezichthouder of het systeem van vrije ziekenhuisprijzen werkt. Vanuit de markt gezien is het heel goed dat Achmea overgaat tot niet-contracteren en een ziekenhuis merkt: ik ben te duur.''

Maar gaat de concurrentie hier niet ten koste van toegankelijkheid?

De Grave: ,,Dat is aan de rechter. De wetgever heeft beloofd dat vrije prijzen geen belemmering mogen zijn voor de toegankelijkheid. Voor een toezichthouder is cruciaal wat de consument ermee doet. Als die niet wil bewegen en massaal gaat bijbetalen voor het plaatselijke ziekenhuis, dan is de onderhandelingsmacht van verzekeraars een farce. Dan staat het systeem waarbij verzekeraars meer betaalbare en kwalitatief goede zorg afdwingen, onder druk.''

Frank de Grave schenkt zelf koffie in zijn Utrechtse kantoor. Naast hem zit Marja Appelman, ze is plaatsvervangend directeur van de nieuwe divisie marktwerking. Ze presenteren de eerste ervaringen met de vrije ziekenhuisprijzen. Voor harde conclusies over te dure behandelingen, ontoegankelijke zorg en kwalitatief achterblijvende ziekenhuizen ontbreken te veel gegevens. Wel blijkt dat de prijzen voor eenzelfde behandeling sterk uiteenlopen, per regio en per type ziekenhuis. Feit is ook dat er ,,nog niks is misgegaan'', zegt de Grave.

De eerste vrije prijsonderhandelingen hebben de zorg wel duurder gemaakt.

,,Over betaalbaarheid kunnen we nog geen conclusie trekken.''

Toch schrijft u dat de prijzen gemiddeld

5 procent hoger liggen dan begroot en de zorg 60 miljoen euro duurder wordt.

,,De begrote prijzen zijn administratief bepaalde prijzen, die zijn fictief. De feitelijke prijzen kunnen we niet betrouwbaar vergelijken met vorig jaar. Want de producten waren nieuw. Ook missen we productiecijfers. En er is geen rekening gehouden met inverdieneffecten, zoals het geld voor wachtlijstbemiddeling dat ziekenhuizen vroeger apart kregen en nu in de prijs hebben opgenomen.''

Wanneer weet u wel of de premiebetaler duurder uit is?

,,Komend voorjaar, als de tweede evaluatie uitkomt. Dan kunnen we pas conclusies trekken over de vraag of de prijzen omlaaggaan. Komend jaar zal er scherper worden onderhandeld. Ziekenhuizen hadden nu een betere onderhandelingspositie dan verzekeraars. Uitgezonderd Achmea waren zorgverzekeraars nog heel terughoudend om niet te contracteren, mogelijk uit angst voor imagoschade nu iedereen een nieuwe ziektekostenverzekering moet afsluiten.''

Hoe verklaart u de regionale verschillen?

,,Het kan wijzen op een verschil in onderhandelingskunst. Het kan te maken hebben met concurrentie: in Amsterdam verliezen ziekenhuizen eerder aan concurrenten dan in Zeeland, want daar zijn minder ziekenhuizen. Het kan ook wijzen op misbruik van marktmacht door een ziekenhuis. Maar daarvan is ons op basis van de beschikbare gegevens nog niks gebleken.''

Is er wel een markt als 85 procent van de ziekenhuizen onderhandelt met een verzekeraar uit dezelfde regio die meer dan 50 procent van de zorg afneemt?

,,Ik heb nog geen aanwijzingen voor het tegendeel.''

Als de regionale verschillen worden doorberekend in de premies hebben we postcodezorg.

,,Dat weten we nog niet. Steeds meer patiënten stappen over naar een verzekeraar in een andere regio. Verder moet je premiegegevens hebben en weten hoe de kosten zijn opgebouwd. Het kan heel goed zijn dat de verzekeraar in Friesland ruimhartig is tegenover ziekenhuizen maar verder lage kosten houdt door een efficiënte organisatie. Terwijl de Drentse verzekeraar een dure organisatie heeft en zorg op een `koopie' wil: geen drie luiers maar twee luiers, geen vijf maar drie prikken.''

Is er zo op inhoud onderhandeld?

,,De angst dat het alleen over de centen zou gaan is niet bewaarheid. De gesprekken begonnen over kwaliteit en eindigden met geld.''

Onderzoekster Marja Appelman weet er voorbeelden bij. Een ziekenhuis sprak af om niet meer bij elke operatie dezelfde dure doorligmatras te gebruiken. In sommige ziekenhuizen wordt bijgehouden hoeveel mensen als gevolg van complicaties opnieuw behandeld worden. En ziekenhuizen en verzekeraars praatten samen over de opbouw van een behandeling, het zogeheten zorgprofiel. Bijvoorbeeld wanneer een kijkoperatie de voorkeur verdient boven een buikoperatie, en dat iemand ten minste drie ontstekingen heeft gehad voordat zijn amandelen worden geknipt.

Is dat geen bemoeizorg?

,,Nee. Daar heeft de patiënt baat bij. Kwaliteit levert minder complicaties op en dat leidt tot lagere kosten. Wel is de kwaliteit nog onvoldoende transparant. Er moeten veel meer vergelijkingen komen op productniveau. Dat je weet hoeveel liesbreuken en spataderen een ziekenhuis doet en hoeveel er fout gaan.''

Hoe dwingt u dat af?

De Grave: ,,Bij voorkeur niet via de krant of de rechter, maar door te netwerken. Wenkbrauw-gesprekjes noem ik dat. We dringen via de Consumentenbond aan op deze informatie en hopen dat verzekeraars daar komend jaar ook financiële consequenties aan verbinden.''

Hoe geloofwaardig is het toezicht van een VVD'er? Een VVD-minister zette ziekenhuiszorg op de markt, de voorzitter van zorgverzekeraarskoepel heet Hans Wiegel en ook de voorzitter van ziekenhuizen is een liberaal.

,,Ik doe dit toezichtwerk met 200 hoogopgeleide collega's. Ik zoek de feiten, beschrijf de werkelijkheid, toets de regels. Politieke voorkeur is ondergeschikt.''

Maar liberalen geloven in de markt.

De voorzitter zucht: ,,Als minister van Sociale Zaken heb ik geleerd dat je met ideologische discussies niet ver komt. Ik kijk liever wat in de praktijk tot oplossingen leidt.''