Bordewijk (1)

Op zoek naar F. Bordewijk in Amsterdam – dat ligt niet zó voor de hand, want Ferdinand Bordewijk (1884-1965) staat in de eerste plaats bekend als een Haagse schrijver. Vergeten wordt nogal eens dat Bordewijk in Amsterdam geboren is en er de eerste negen jaar van zijn leven doorbracht. Daarna trokken zijn ouders met Ferdinand en zijn drie broers naar Den Haag, waar hij altijd zou blijven wonen.

Het kwam weer bij me boven toen ik in het literaire tijdschrift De Parelduiker een aantal nu pas door zijn familie vrijgegeven brieven van Bordewijk las. Het zijn verrassend persoonlijke brieven voor iemand die bekendstond als een introverte man die de publiciteit meed.

,,Inderdaad zijn er heel wat portretten van me verschenen'', schrijft hij aan Betsy Bertram-Haus, een oude kennis, ,,veel meer dan me lief is. Als je de ijdelheid achter de rug hebt vind je dat, om met Carmiggelt te spreken, allemaal onzin, – mooi of lelijk, onzin blijft het. Wat komt de persoon er op aan? Hij publiceert toch niet zichzelf, maar zijn werk?''

Amsterdam heeft hem nooit losgelaten, schrijft Bordewijk drie jaar voor zijn dood aan Betsy. ,,Ik voel me nog altijd trots daar te zijn geboren en het stempel van huis, omgeving, stad (...), vooral niet te vergeten de vele merkwaardige mensen die in mijn leven verschenen, – dat alles is onuitwisbaar. Intussen was ook Den Haag een merkwaardige en meer nog aardige stad. Maar Den Haag heeft veel meer verloren dan de hoofdstad.''

Zo mijmert hij nog wat door, zoals over zijn onpraktische wens om zijn laatste jaren in een oud huis in Amsterdam door te brengen. ,,Ik troost me met herhaalde bezoeken en rondgangen'', verzucht hij.

Amsterdam fungeerde als decor in enkele van zijn verhalen en in de romans Rood paleis, Bloesemtak en Tijding van ver. Mij intrigeert vooral zijn verhaal Keizerrijk uit de bundel De Wingerdrank, waarin hij een nog altijd bestaand steegje (,,het gruwbaar spleetje'') in het oude centrum beschrijft.

Keizerrijk is een lange steeg van ruim een meter breed die de Nieuwezijds Voorburgwal met de Spuistraat verbindt. De ingang van de steeg ligt tussen café Scheltema en het oude gebouw van het Algemeen Handelsblad. ,,Een steegje vol woningen, en dan vlak bij het Paleis. Het lag zo raar, je verwachtte het niet, je zag het niet'', schreef Bordewijk.

De steeg, nu overdag geopend en 's nachts afgesloten, is nog altijd van een Napolitaanse benauwenis. Een gedeelte bestaat uit nieuwbouw met appartementen, maar er staan ook nog oude, verweerde muren die de jonge Bordewijk moet hebben gezien.

In zijn tijd hing er nog die sfeer van ,,lugubere romantiek van armoede, overbevolking en gevaar'' die altijd veel aantrekkingskracht op Bordewijk heeft uitgeoefend. Hij woonde hier vijf minuten lopen vandaan, op Singel 198, een inmiddels verdwenen pand, achter het gebouw van de Associatie Cassa, de bank waar zijn vader werkte. Ook zijn school, de Nederlandsch-Duitsche School aan de Keizersgracht 279, lag op loopafstand. Die school bestaat ook al niet meer.

Het wordt tijd om Bordewijk tot in de Pijp te volgen. Morgen meer.

    • Frits Abrahams