Boeren met Brussels beleg

Aan de keukentafel van zijn boerderij in het Zuid-Hollandse Langerak gebruikt Kees Romijn (38) pen en papier om beter te kunnen uitleggen welke rol Europese landbouwsubsidies in zijn melkveehouderij spelen. ,,Ik zou niet zonder Europese subsidies kunnen. Dat is het beleg op de boterham.''

Romijn, die samen met zijn vrouw Cora (39) in een maatschap de boerderij beheert, is een van de 80.000 ontvangers van 1,26 miljard euro per jaar aan Europese subsidies voor Nederlandse boeren. Gisteravond laat bracht het ministerie van Landbouw deze gegevens naar buiten. Conclusie: de meeste subsidies gaan naar de grootste bedrijven. Romijn: ,,Grote bedrijven zijn levensvatbaar, de subsidies helpen daarbij. Ze zijn niet bedoeld om kleine, op zichzelf onrendabele bedrijven overeind te houden.''

De boerderij van de Romijns is iets groter dan de gemiddelde melkveehouderij. De eigenaren leiden rond door de stallen en over het terrein. Het 50 hectare grote bedrijf heeft 75 melkkoeien, zestig stuks jongvee, drie paarden en tien schapen. Op tien hectare is maïs gezaaid, maar Romijn gebruikt het land ook voor het wegwerken van de grote hoeveelheden mest die de boerderij produceert.

De omzet wordt grotendeels gegenereerd door de melkproductie. ,,We zitten met een opbrengst van 650.000 kilo melk per jaar aan ons maximum'', zegt Romijn. Per kilo brengt de melk 32 eurocent per jaar op. Daar bovenop komt 2,3 cent Europese subsidie, oftewel bijna 7 procent. Bij een winstmarge van 5 tot 10 procent is duidelijk waarom Romijn meent dat het geld uit Europa onmisbaar is.

Maar niet alleen de melkproductie komt in aanmerking voor Europese subsidies. Naast ongeveer 15.000 euro toeslag voor melk krijgt Romijn dit jaar 2.400 euro subsidie voor twintig stuks slachtvee en 800 euro voor 2 hectare maïs. Voor de tien schapen ontvangt Romijn nog eens 27 euro ooipremie per dier, ,,net genoeg om een boekhouder de formulieren hiervoor te laten invullen''. Over het totaal wordt een korting van 3 procent geheven ten behoeve van plattelandsprojecten. Totale bijdrage uit Brussel in 2005: een kleine 18.000 euro.

Wat vindt Romijn van de nieuwe openheid over Europese landbouwsubsidies in Nederland? In zijn antwoord klinkt de parttime bestuurder door van de belangenorganisatie voor boeren LTO Noord die Romijn ook is. ,,Ik lever een dienst aan de maatschappij met melk volgens hoge kwaliteits- en gezondheidsnormen. Ik help het cultuurlandschap te behouden. Dan wil ik best laten zien wat ik daarvoor krijg.''

Het Europese subsidiestelsel bevindt zich in een omschakelingsfase. Ondersteuning van de productie wordt geleidelijk vervangen door een toeslagenstelsel voor het boerenbedrijf. Inkomensondersteuning dus. ,,Daarvoor moet ik wel voldoen aan achttien richtlijnen over onder meer milieu, dierwelzijn en flora- en faunabeheer'', zegt Romijn. Volgend jaar loopt de subsidie verder op. Zo gaat de melktoeslag naar 3,5 cent.

Maar Romijn verwacht dat tot 2014 de subsidie door kortingen met 12 tot 19 procent zal inkrimpen. Hoe ziet de toekomst er dan uit? ,,Die is sterk afhankelijk van de grillen van de politiek. Wij hebben de intentie een gespecialiseerd melkveehouderijbedrijf te blijven. Schaalvergroting is noodzakelijk. Maar in de buurlanden gaat dat veel makkelijker. Daar maak ik me wel eens zorgen over.''

    • Reinoud Roscam Abbing