Twee zieke mannen remmen Europa

De enige manier om snel een einde te maken aan de politieke patstelling die in Duitsland na de verkiezingen is ontstaan, zijn nieuwe verkiezingen, betoogt Timothy Garton Ash.

De man van het Indiase eethuis in Berlijn zei dat in India dit soort verwarring na de verkiezingen heel gewoon is. De politici kwamen er op den duur altijd wel uit en vormden dan een of andere coalitieregering, zei hij geruststellend tegen de Duitse tv-verslaggever. Zijn glimlach gaf aan: relax, neem er nog eentje. ,,Nou, dát is interessant. Indiase toestanden!'' – zo luidde, vanuit een onbewust etnisch superioriteitsgevoel, het commentaar van de buitengewoon competente Duitse studiopresentatrice. En haar toon gaf aan: zijn we werkelijk zó diep gezonken? Indiase toestanden, hier in Duitsland.

Waarop ik zou willen zeggen: ,,Was het maar waar.'' Hád Duitsland maar iets van de economische dynamiek van de grootste democratie ter wereld – een democratie die overigens iets ouder is dan die van de Duitse Bondsrepubliek. Om het geheugen op te frissen: de Indiase groei in de afgelopen twaalf maanden bedroeg 7,0 procent, de Duitse 0,6 procent.

De uitslag van de Duitse verkiezingen – als je dit een uitslag noemen mag – zal die kloof niet helpen dichten, en hij zal evenmin iets doen aan de chronische stagnatie en massale werkloosheid in wat nog altijd de grootste economie van Europa is. Wij bevinden ons op onbekend terrein, waar de leiders van de twee grootste partijen in het parlement, Angela Merkel en Gerhard Schröder, ieder de positie van bondskanselier en leider van een coalitieregering opeisen. (Schröder heeft gebroken met de gevestigde politieke traditie die vereist dat de leider van de grootste fractie in het parlement als eerste een poging doet om een parlementaire coalitie samen te stellen waarmee hij of zij kanselier kan worden.) Maar artikel 63 van de uiterst zorgvuldig geconstrueerde grondwet van de Bondsrepubliek schrijft een aantal stappen voor waarmee de partijen in de komende maanden, onder supervisie van de bondspresident, kunnen proberen ofwel een coalitieregering met een absolute meerderheid in het parlement te vormen, ofwel een minderheidsregering die gedoogd wordt. Als dat allemaal niet lukt, kan de president dit machteloze parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.

Dat zou naar mijn idee veruit de beste oplossing zijn. Het hele proces zou zes kostbare maanden vergen, maar alle denkbare coalitieregeringen zouden nog veel meer tijd verspillen. Alle coalities die nu mogelijk zijn, worden allianties van kat en hond, of zelfs van water en vuur. Ze zullen buitengewoon pijnlijke beleidscompromissen vereisen. Ze zullen worden geteisterd door botsende karakters en door partijen die zich in een gunstige positie proberen te manoeuvreren voor de verkiezingen die naar ieders verwachting vroeg of laat wel moeten komen. Op economisch en sociaal gebied – en waarschijnlijk ook in het buitenlands beleid – zal dit alleen maar leiden tot meer van die halfzachte prut waarin de Duitse hervormingspogingen al meer dan tien jaar zijn gesmoord. Dat is slecht voor Duitsland, slecht voor Europa en slecht voor de wereldeconomie.

De meest waarschijnlijke prut-fabriek zou de zogeheten `grote coalitie' tussen de sociaal-democraten en de christen-democraten zijn. Schröder heeft gezegd dat hij weigert te dienen onder Merkel, en Merkel wil evenmin dienen onder Schröder, dus zou er – tenzij één van de twee nog bijdraait – een dubbele onthoofding nodig zijn voordat de grote coalitie zelfs maar kan beginnen. Aangezien deze partijen op terreinen als de herziening van de gezondheidszorg lijnrecht tegenover elkaar staan, zouden hele bergen prut nodig zijn.

De laatste keer dat er een grote coalitie was, in 1966-1969, was het resultaat – omdat de gevestigde grote partijen allebei in de regering zaten – een versterking van extreem-links en extreem-rechts. Harold James, een eminent historicus van het moderne Duitsland, betoogt dat de laatste keer dáárvoor dat Duitsland iets had wat op een grote coalitie leek, in de jaren 1928-1930 was. Dat had, onder invloed van de grote depressie, het rampzalige effect dat de kiezers in drommen naar de communisten en de nazi's werden gedreven, waarmee het einde van de Weimar-republiek werd verhaast. Als wij die interpretatie accepteren, zou het erop lijken dat Duitsland ruwweg om de 35 jaar de neiging heeft om het met een grote coalitie te proberen. Maar er is vrijwel niemand die meent dat de gevolgen deze keer ook maar bij benadering zo rampzalig zouden zijn. Waarschijnlijker is dat het zou gaan om een instabiele overgangsperiode tussen de ene redelijk stabiele regering en de andere, net als eind jaren zestig. In dat geval is het beter om het lijden te bekorten met nieuwe verkiezingen.

Je moet altijd uitkijken dat je in zo'n uitslag niet méér leest dan erin zit. Als Angela Merkels televisieoptreden wat effectiever was geweest en als haar campagne niet had geleden onder belastingvoorstellen die veel Duitsers als bedreigend ervoeren, zaten wij nu misschien allemaal uit te leggen waarom de Duitsers voor verandering hadden gekozen. Daar komt bij dat de partij die naar verhouding de grootste winst heeft geboekt, de FPD, de partij was die het stelligst had aangedrongen op economische hervormingen in de richting van een vrije markt. Desalniettemin kan het nettoresultaat van deze verkiezingen worden samengevat als een `Nein' tegen de vrije-martkliberalisering waarop de leidende Duitse ondernemers steeds hebben aangedrongen.

De Franse communistische krant L'Humanité kraaide dat de Duitsers het neoliberalisme de rode kaart hebben gegeven, net als de Fransen hebben gedaan bij het referendum dat eerder dit jaar het verdrag voor een Europese Grondwet om zeep hielp. `Nein' en `non' tegen het neoliberalisme, tegen iedere radicale verandering in de oude `sociale markteconomie', die naar hun gevoel zo goed functioneerde; `nein' en `non' tegen innovatie, risico, immigratie en het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie; `nein' en `non' tegen Amerika, of wat zij daarvoor aanzien. Dát is het karakteristieke Frans-Duitse liedje van vandaag.

Samen hebben deze twee naties, die, hoe je het ook bekijkt, de kern vormen van het Europese project, iets groots tot stand gebracht: zij hebben een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland, en dus in West- en Noord-Europa, ondenkbaar gemaakt. (Over Oost- en Zuid-Europa zou ik dat niet met evenveel stelligheid durven zeggen.) Een halve eeuw lang zijn Duitsland en Frankrijk de motor geweest van de Europese integratie. Nu is de Frans-Duitse motor veranderd in een Frans-Duitse rem.

Deze verkiezingen bevestigen wat al een tijd gaande is. In plaats van een nieuw begin waarop in Londen, Warschau en het Brussel van José Manuel Barroso gehoopt werd, met een `zwart-gele' coalitie tussen de hervormingsgezinde kanselier Merkel en de FDP, die de vrije markt aanhangen, in 2007 gevolgd door een geestverwante president Nicolas Sarkozy in Frankrijk, staan wij voor een nieuwe periode van stagnatie en verwarring. De zogeheten Lissabon-agenda voor economische hervormingen zal blijven stokken. Het altijd al pretentieuze streven van de EU om uiterlijk in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te zijn, zal nog bespottelijker lijken.

In deze omstandigheden zullen sommigen, met name in Groot-Brittannië, een beroep doen op Europese landen met gezondere economieën om zich te bevrijden van de Frans-Duitse rem. Laten wij teruggaan naar een eenvoudige interne markt, zullen zij zeggen, en op eigen houtje goede zaken doen in deze wereld. Nog helemaal afgezien van het feit dat een terugkeer naar een interne markt veel ingewikkelder is dan het lijkt, en dat de ontmanteling van de Europese Unie daar vermoedelijk niet bij zou blijven, is dit een kortzichtige raad. In een wereld van economische reuzen, waarin Amerika en Japan al gezelschap krijgen van China en India, hebben dwergen geen zonnige toekomst. Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland behoren weliswaar nog altijd tot de grootste economieën ter wereld, maar gezien hun groeicijfers zijn zij naar verhouding hooguit krimpende reuzen. Alleen Europa als geheel heeft het vermogen om zich in zo'n wereld staande te houden. Daarom is dit geen tijd voor leedvermaak. Voor ons, mede-Europeanen, is een spoedig herstel van de zieke mannen van Europa bijna net zo hard nodig als voor de Fransen en Duitsers zelf.

Timothy Garton Ash is schrijver.

    • Timothy Garton Ash