Respect? Niet voor een groep restkippen

Eén van de vier centrale opgaven van het kabinet-Balkenende II is ,,meer onderling respect in onze samenleving''. Want ,,Ons land kent een grote verscheidenheid aan mensen en opvattingen. Het recht van alle mensen en van alle organisaties op hun eigen identiteit vormt de grondslag van onze rechtsstaat. Dat recht is gebaseerd op de overtuiging dat we respect moeten hebben voor de ander.'' Zoals zoveel voornemens van Balkenende II bezit deze centrale opgave de schoonheid van de budgettaire onafhankelijkheid. Kost niks.

Met veel goede wil kunnen we het recht op een eigen identiteit in de Grondwet terugvinden, maar waar staat dat `respect'? Desondanks lijkt het staatshoofd deze vierde centrale opgave zelfs de belangrijkste te vinden, de enige die een persoonlijke toelichting krijgt en nog wel aan het slot.

Ze verwijst naar haar voorganger, haar moeder. Die vond het in 1980 belangrijk ,,te mogen helpen streven naar die samenleving, waarin men respect heeft voor wat een ander beweegt, naar een goed samengaan in alle verscheidenheid''.

Zoals veel uitspraken van de moeder van het staatshoofd heeft ook deze iets dubbelzinnigs. Vertegenwoordigt dochter keurig als 's lands duurste en invloedrijkste nieuwslezeres het CDA-standpunt van de gelovige christen – respect komt je toe als lid van een collectief, van de kudde – haar moeder heeft het behalve over deze Kuijperiaanse `verscheidenheid' ook over ,,wat een ander beweegt''. Wat weer neigt naar het individu. Het enige domein waarin respect thuishoort. Uiterst bedenkelijk daarom, dat de huidige regering een knieval maakt voor de collectivistische invulling van het begrip respect.

Want in landen als Nederland heeft men vooral respect voor individuen die als persoon iets bijzonders hebben gepresteerd. Dat mag alles zijn. Een goed boek geschreven, een mooie film gemaakt, een enerverende rol neergezet, een zaal plat gespeeld, een amateurvoetbalclubje naar een hogere divisie getraind, gerevalideerd van een infarct, een overvaller afgeschrikt en niet flauwgevallen, op latere leeftijd een studie afgerond, met de godsdienstige omgeving durven breken, het contact met die afschuwelijke familie hersteld, eigenhandig een huis gebouwd, trombone leren spelen, de nek uitsteken, persoonlijke risico's nemen.

Kortom, respect verwerf je door individuele verdiensten en niet – en zeker niet automatisch – als willekeurig lid van een groep. De nu gestelde vraag om respect komt dan vooral ook uit culturen die hun identiteit uitsluitend aan een collectief ontlenen. Van personen die (nog) over een geringe identiteit beschikken, zoekende jongeren bijvoorbeeld, met een lage sociale en economische status.

Het niet krijgen van respect is in hun projectie vrijwel synoniem met discriminatie, zelfs als zo'n beschuldiging niet hard valt te maken. Deze attitude heeft de Britse komiek Sacha Baron-Cohen op onnavolgbare wijze te kijk gezet in de film Ali G. Indahouse (2002), door de verbastering van het r-woord: `R.E.S.T.E.C.P.'

Helaas hebben wij geen pendant van de Londense Ali G. Wij moeten ons behelpen met Ali B., de slaapverwekkende rapper en vrome moslim uit Almere, bij wie het woord `respect' op de lippen bestorven ligt. Maar helaas in de traditie die Baron-Cohen juist zo venijnig parodieert: de New Yorker hiphop scene met de bozige mannen die altijd gedist worden, wat hun arme, maar willige bitches weer moeten bezuren.

Let op: Amerika levert ook andere voorbeelden dan die rijke, bozige en seksistische negers. Kijk naar John Adams, de tweede Amerikaanse president. Zijn echtgenote Abigail vond dat vrouwen meer uit de Amerikaanse revolutie moesten halen. Vergeefs. Maar Adams legde haar wel zijn meest ingewikkelde politieke problemen voor. In 1776, vlak na de Declaration of Independence, jubelde Adams over ,,a Revolution, the most compleat, unexpected and remarkable of any in the History of Nations''. Hij hoopte tegenover Abigail dat die Revolutie vergezeld zou gaan van – en nu komt het – ,,a Decency and Respect, and Veneration introduced for Persons in Authority, of every Rank.'' Jawel, respect voor mensen uit alle lagen van de samenleving. Personen. Geen groepen.

Wat kunnen wij nog veel leren van de Amerikaanse Founding Fathers, heren Bush en Balkenende.

Daarom dit verzoek. Laat ieder die hecht aan het woord `respect' als kwalificatie voor individuele verdiensten, voortaan de term `restkip' hanteren tegenover vertegenwoordigers van collectieven. Respect voor Fats Domino en Cormac McCarthy. Restkip voor Jesse Jackson en George W. Bush. En de leden van het kabinet-Balkenende.

August Hans den Boef is verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management.

    • August Hans den Boef