NL.PD

De tien grootste verstedelijkte gebieden in de wereld zijn Tokio, New York City, Mexico, Bombay, Sao Paulo, Los Angeles, Shanghai, Lagos, Calcutta en Buenos Aires. In bevolkingsomvang variëren ze van 22 miljoen mensen in Tokio tot 12,5 miljoen mensen in groot-Buenos Aires. Als we Nederland met 16,5 miljoen inwoners als zo'n wereldstad beschouwen, dan komen we tussen Los Angeles en Sao Paulo op de zesde plaats. Waarschijnlijk is Nederland het best vergelijkbaar met de regio Los Angeles – de county's Riverside, Ventura en Orange inbegrepen. Daar wonen ruim 15 miljoen mensen op 36.000 vierkante kilometer. In Nederland 16,5 miljoen op 41.000 vierkante kilometer.

Ongeveer de helft van Nederland woont in de Randstad, de versteende `ruit' Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht. Met Zuid-Nederland opgeteld bij de Randstad is tweederde van de bevolking verantwoord. De wereldstad Nederland is intussen georganiseerd in twaalf provincies, 489 gemeenten en 25 zelfstandige politieregio's. Dat is een cultureel en staatkundig gegeven. Het is het historisch gegroeide democratisch speelveld waarin veel nationaal gevoel is geïnvesteerd. Nederland hecht aan z'n identiteiten, is geworteld in provincies, steden en dorpen en vormde pas laat een eenheidsstaat. Voor het centrale gezag koestert men weinig warme gevoelens. Het binnenlands bestuur en de politieorganisatie zijn georiënteerd op stad en dorp. De burgemeester, de korpschef en de wijkagent zijn naar deze schaal gemodelleerd. Daar controleert de burger het gezag. Openbare orde in Nederland is lokaal maatwerk.

Intussen is Nederland in hoog tempo meer afhankelijk van en meer betrokken bij het buitenland geraakt. Grenzen vervagen, verkeersstromen groeien, de bevolking verandert van samenstelling. Veel welvaart, maar ook veel criminaliteit komt van buiten. De laatste jaren ook in de vorm van terreurdreiging. In dit licht is het niet vreemd dat de schaal van het politiebestel de afgelopen 15 jaar is vergroot en centrale aansturing aan belang heeft gewonnen. Vergeleken met de 17 rijkspolitiedistricten en 130 autonome korpsen van gemeentepolitie begin jaren negentig waren de 25 politieregio's een stap vooruit.

Het kabinet gaat nu verder op de weg naar centralisatie door de vorming van één korps landelijke politie aan te kondigen. Daar is wat voor te zeggen. De samenwerking was matig; op het gebied van automatisering zelfs dramatisch. De nadruk op het `wijkagent'-concept heeft gezorgd voor een zorgwekkend weglekken van specialisaties. Sommige regio's bleken te klein. Liquidaties worden niet opgelost, voor terreurdreiging ontbreekt slagkracht. De behoefte aan nationale politiediensten groeide en leidde tot een nationale recherche, een omvangrijker veiligheidsdienst AIVD en marechaussee, meer bijzondere opsporingsdiensten.

Maar van een gemeenschappelijke visie op de uitoefening van politietaken in de Wereldstad Nederland is het tussen de districten, landelijke diensten en rijksoverheid nooit gekomen, zo bleek uit het rapport-Leemhuis, dit voorjaar. Het politiebestel is een politiek slagveld gebleven waar korpschefs, burgemeesters en Haagse functionarissen elkaar naar het ambtelijke leven staan. Goedbeschouwd is dat de treurigste conclusie die het rapport trekt.

Dat het kabinet daar nu wat aan doet, valt te prijzen. Maar het kabinetsvoornemen laat nog veel onduidelijk. De rol van de burgemeester als beheerder wordt geschrapt. Nieuwe regionale veiligheidsbesturen moeten voor inspraak en democratische controle zorgen. Of de greep van de lokale gemeenschap op de politie daarmee bevredigend is geregeld, is nog hoogst onduidelijk. Toch ligt daar de sleutel voor wat misschien wel de meest vergaande bestuurlijke vernieuwing is die dit kabinet op zich neemt. Controle en verantwoording van de politiepraktijk op lokaal niveau blijft nodig.