`Meer werken en de lonen matigen'

De arbeidsdeelname moet omhoog, de arbeidsproductiviteit moet toenemen en de loonmatiging moet onverminderd worden voortgezet. Dit staat in het Nationaal Hervormingsprogramma 2005-2008 dat het kabinet heeft opgesteld om het groeivermogen van de Nederlandse economie de komende jaren te versterken.

,,De focus ligt op economische groei en werkgelegenheid'', aldus het Hervormingspgrogramma. ,,De doelstelling blijft om in 2010 tot de kopgroep van de meest dynmamische kenniseconomieën in de Europese Unie te behoren.'' Het kabinet wil dat vrouwen meer uren gaan werken, dat de inactiviteit onder allochtonen wordt teruggedrongen en dat oudere werknemers langer blijven doorwerken. Bij de vergroting van de arbeidsdeelname kiest het kabinet voor een lijn die ook in veel andere Europese landen wordt gekozen, aldus het Hervormingsprogramma.

De afzwakkende groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland wil het kabinet keren door meer nadruk te leggen op kennis en innovatie. Door de overheid gefinancierd onderzoek moet zich richten op een betere wisselwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Verder zal onderzoek gericht worden op sleutelgebieden die van wezenlijk belang worden geacht voor de toekomst van de Nederlandse economie.

De toelating van kenniswerkers uit het buitenland zal worden versoepeld. Verder wil het kabinet het ondernemingsklimaat verbeteren door verlaging van de vennootschapsbelasting en verbetering van de toegang tot durfkapitaal.

Voorts roept het kabinet de sociale partners - werknemers- en werkgeversorganisaties - op om de afspraken van het najaarsakkoord over loonmatiging na te komen.

Het Hervormingsprogramma is een uitvloeisel van de zogenoemde Lissabonagenda van de Europese Unie. De Europese regeringsleiders hebben in 2000 in Lissabon een strategie afgesproken om de economieën van de lidstaten dynamischer en concurrerender te maken.

In de praktijk kwam hier niet veel van terecht. Na de herziening van de Lissabon-strategie eind vorig jaar is besloten dat alle lidstaten elke drie jaar een actieprogramma opstellen ter verbetering van het concurrentie- en vernieuwingsvermogen van de econonomie.

Het Nationale Hervormingsplan wordt naar Brussel gestuurd en met de overige lidstaten besproken.

Jaarlijks zullen de lidstaten verslag doen van de vorderingen die zijn geboekt.

    • Roel Janssen