Justitie vervolgt Van den Berg

René van den Berg is maandag in de koepelgevangenis van Haarlem aangehouden door justitie. De failliete valutahandelaar zal nu ook strafrechtelijk worden vervolgd. Dat heeft zijn curator gisteren bekend gemaakt.

Van den Berg zit sinds eind juli vast op last van zijn curator die vermoedt dat hij informatie achterhoudt en mogelijk van plan is te vluchten naar het buitenland. Feitelijk verandert er weinig, maar juridisch zit hij nu op strafrechtelijke gronden in voorlopige hechtenis. Justitie verdenkt de Hilversummer van ,,oplichting en faillissementsfraude'', aldus een woordvoerder.

Van den Berg heeft tegenover de curator bevestigd dat hij in de afgelopen jaren van ruim 1.400 particuliere beleggers zeker 50 miljoen euro heeft geleend, tegen hoogoplopende rentes. Buiten medeweten van zijn klanten om zou hij een groot deel van het geld hebben belegd in grond in Tsjechië. Vanaf begin dit jaar hield hij op met de maandelijkse uitbetaling aan zijn klanten. Hierop is door een belegger zijn faillissement aangevraagd.

De omvang van de totale vorderingen loopt, inclusief beloofde rendementen, inmiddels tegen de 160 miljoen euro. Volgens Frank Dijksta, een van zijn advocaten, blijft Van den Berg beweren dat hij het geld uit zijn Tsjechische belegging kan terugbetalen. Vorige week zou 70 miljoen euro hieruit vrij komen, maar die belofte is niet uitgekomen.

Gisteren werd ook bekend dat een andere omstreden beleggingsadviseur op vrije voeten is gekomen. Bert N. werd in augustus 2003 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, vanwege onder meer valsheid in geschrifte en verduistering. Hij had eind jaren negentig geld van zo'n honderd particuliere beleggers geïnvesteerd via zijn stichting Befra. Nadat Befra in 2000 failliet ging, kregen zijn klanten hun inleg slechts gedeeltelijk terug. Een deel bleek te zijn doorgesluisd naar zijn privé-rekening. Eind juli van dit jaar werd N. in België aangehouden en uitgeleverd aan Nederland. In kort geding eiste hij zijn onmiddellijke vrijlating omdat hij in de tijd van zijn strafproces overspannen zou zijn geweest, en geen fatsoenlijke verdediging kon voeren. De rechtbank van Amsterdam oordeelde gisteren dat hij dat, in vrijheid, alsnog mag doen. Hij is inmiddels bij de Hoge Raad in cassatie gegaan tegen een eerdere beslissing van het Hof om zijn beroep wegens overschrijding van de appèltermijn niet te behandelen.