Het beeld

Contemporaine geschiedschrijving is typisch een terrein waarop publieke omroepen zich kunnen onderscheiden. Bij het tweede Duitse net ZDF hebben ze er zelfs een professor voor in dienst, Guido Knopp.

Gisteravond was het laatste van vier delen te zien in de door Knopp gesuperviseerde serie Goodbye DDR. De titel verwijst naar de speelfilm Goodbye Lenin (Wolfgang Becker, 2003) over een jongen die voor zijn in november 1989 in het ziekenhuis opgenomen moeder na een coma van een paar jaar de Duitse eenwording geheim weet te houden, door haar allerlei Oost-Duitse parafernalia en eigengemaakte televisie-uitzendingen te voeren. Het bioscoopsucces vormde de opmaat van een golfje van Ossi-nostalgie.

Elke aflevering van Goodbye DDR begint weliswaar met een Trabant, maar verder zorgt Knopp dat warme herinneringen aan volledige werkgelegenheid in de boeren- en arbeidersstaat weinig kans krijgen. Zeker, de interviews en beeldfragmenten hebben het format van de bij commerciële zenders zeer geliefde series à la I love the 90's met beelden van de ijsrevueglamour van kunstschaatsster Katarina Witt. Het zijn slechts opwarmertjes om het mes nog dieper in de wond te kunnen draaien. De televisiepresentator van geraffineerde televisieshows op de zaterdagavond vertelt hoe hij van de partij in crisisperioden bepaalde woorden niet meer gebruiken mocht: `vlees', `verkiezingen'. Gisteren werd het mooie lied van de Oost-Duitse grenstroepen Jung sind die Linden snel onderbroken door getuigenissen van nabestaanden van enkele van de bijna duizend doden die aan de Duits-Duitse grens vielen.

Zo'n serie als Goodbye DDR valt ook op door de geraffineerde en zorgvuldige makelij, die bijvoorbeeld expliciet `Originalton' meldt als de originele, bij de archiefbeelden horende geluidsband weerklinkt. In het tijdperk van postmoderne montage, waarin je elk geluid achter elk oud beeld mag plakken, vind ik zulke precieze verantwoording bijna ontroerend.

Toch zijn anachronistische montagegrapjes soms ook effectief en zinnig. Andere tijden (NPS/VPRO), de Nederlandse pendant van de ZDF-series van Guido Knopp, mag wat mij betreft in de vormgeving wel eens wat meer durven, zoals gisteren gebeurde in de aflevering over de revolutie die Pieter Jelles Troelstra moest afblazen. Er zijn weinig bewegende beelden en al helemaal geen geluidsfragmenten uit de novembermaand van 1918. Andere tijden bedacht een alternatief: dagboekfragmenten, bijvoorbeeld van de katholieke minister Aalberse, werden voorgelezen door ex-premier en geestverwant Van Agt en Martin Ros van de Arbeiderspers sprak woorden van Troelstra.

Nog prikkelender was de vondst om de voorbereidingen van politie en leger om in te grijpen tegen een linkse machtsgreep in 1918 te illustreren met archiefmateriaal van de Amsterdamse politie in de jaren zestig, met name tijdens de belegering van het gebouw van De Telegraaf in de zomer van 1966. Zeer postmodern, heel onverantwoord, erg leuk. Dat zie ik Talpa nu weer niet doen.

Ook heel vermakelijk waren de verkenningen van de jongens van Keuringsdienst van Waarde (RVU) in de wereld van de vrouwelijke hygiëne. In hun gebruikelijke telefonades met de consumentenvoorlichters werden ze gewantrouwd als viezeriken bij navraag over de werking van verschillende soorten inlegkruisjes. Maar op een grote vakbeurs in Genève bleken weer alleen mannen rond te lopen, onder wie iemand die werd aangeduid als `maandverbandmachinefabrikant'.

    • Hans Beerekamp