Eva Marie Saint

Wim Wenders haalde voor `Don't Come Knocking' een ster uit de glamourtijd van Hollywood terug: Eva Marie Saint, 81 jaar en onaangedaan als altijd.

Het is moeilijk kiezen wat de beste rol is die Eva Marie Saint ooit heeft gespeeld: On the Waterfront (1954) van Elia Kazan of North by Northwest (1959) van Alfred Hitchcock. In de eerste film is ze een meisje van eenvoudige komaf, wier broer overleden is en die nu zijn beste vriend op het rechte spoor probeert te houden. In de tweede is ze een slinkse spionne en een femme fatale – die later niet zo heel slinks blijkt te zijn en zelfs geen echte spionne, maar natuurlijk wel een femme fatale. In North by Northwest speelde ze tegenover de gedistingeerde en ervaren ster Cary Grant die Hollywood aan zijn voeten had liggen. In On the Waterfront, haar filmdebuut, tegenover de jonge woesteling Marlon Brando die al snel Hollywood aan zijn voeten zou krijgen. Het is dubbel knap dat de blonde actrice tegenover beide mannen overeind bleef.

Als filmprijzen de doorslag geven, dan is de keuze gauw gemaakt. Saint (geboren in Newark, vlak bij New York, in juli 1924) won onder meer een Oscar voor On the Waterfront en niks voor North by Northwest. Bovendien is ze later vereeuwigd door Lloyd Cole and the Commotions in het liedje Rattlesnakes: `She looks like Eva Marie Saint in On the Waterfront.' Toch is het beeld van de stijlvolle blondine die met zwarte handschoenen in haar tasje grijpt en daarna met een damespistooltje Cary Grant doodschiet, een onuitwisbaar filmsjabloon. Daar was Hitchcock natuurlijk goed in. Hij perste Saint in zijn favoriete sjabloon, dat van de schijnbaar ijskoude en onberekenbare, maar uiteindelijk al te gewillige blondine.

Wat deze en de meeste van haar rollen gemeen hebben, is de kalme manier waarop zij ze vertolkt. Geen schreeuwerige scènes of gekke accenten. Ze was in de onvervalste tearjerker Exodus (Otto Preminger, 1960) een rustige verpleegster in de complete hectiek van een boot vol immigranten op weg naar het naoorlogse Israël. In de schaduw van de altijd tot overdaad geneigde Liz Taylor speelde zij een fletse domineesvrouw in The Sandpiper (Vincente Minelli, 1965).

En nu, na decennia van louter tv-werk (waaronder in de ook in Nederland bekende komische detectiveserie Moonlighting, als rustige moeder van de nerveuze Cybill Shepherd), haalde Wim Wenders haar terug naar het grote doek als moeder van de oudere macho-acteur Sam Shepard in Don't Come Knocking. Opnieuw is Saint op het doek de rust zelve, als ze in een blauw mantelpakje haar zoon van de bus haalt die ze al jaren niet heeft gezien en hem vanzelfsprekend in huis neemt. Hoe ze hem kalm, superieur, terechtwijst als hij zich in een café vervelend gedraagt. Hoe ze haar zoon beschermt tegenover de speurder die hem nazit en daarvoor met stalen gezicht liegt. Maar hoe ze later, ontmaskerd, die leugen toegeeft als de normaalste zaak van de wereld. Onaangedaan, dat is misschien de beste omschrijving van de acteerstijl van Eva Marie Saint. En Don't Come Knocking bewijst dat je daar als actrice oud – in elk geval 81 jaar – mee kunt worden.