Een oude sok met een luchtje

We sparen veel.

We sparen weinig.

De eerste boodschap werd vanmiddag door De Nederlandsche Bank gebracht, de tweede gisteren door het Centraal Planbureau. Hoe kan het dat twee gezaghebbende instituten zulke tegenstrijdige lezingen van de economische werkelijkheid hebben? En niet op het minste onderwerp: sparen en consumptie zijn hét thema voor politici als er gediscussieerd wordt over hoe de economie aan de praat te krijgen.

Het Centraal Planbureau (CPB) kwam gisteren tot de conclusie dat consumenten al een paar jaar interen. Dat was een verrassing en hing sterk samen met een andere manier van tellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. ,,Nieuwe informatie en verbeterde inzichten'' van de toeleverancier hebben tot gevolg dat bestedingen en inkomsten anders worden geteld. Gevolg: in 2003 en 2004 blijken de consumptieve bestedingen groter dan het beschikbaar inkomen. In gewoon Nederlands: de consument heeft een gat in zijn hand, hij geeft meer geld uit dan hij ontvangt.

Vanmiddag signaleerde De Nederlandsche Bank (DNB) een stijging van de spaartegoeden, een stijging van de totale bezittingen (sparen inclusief beleggingen en huizen) en een stijging van het vermogen van huishoudens. Ofwel, hun bezittingen groeien sneller dan hun schulden. Het geld stapelt zich op. Saillant detail: het spaarloon – het belastingvrije sparen via de werkgever – is veel populairder bij hoge inkomens dan bij lage inkomens. Nog niet zo lang geleden lobbyden de Socialistische Partij en het nationaal instituut voor budgetvoorlichting met succes voor het spaarloon dat het kabinet wilde afschaffen.

Vraag blijft, wordt er nu meer gespaard of minder? Wellicht wordt het antwoord bewaard door de Nederlandse huizenmarkt. De waardestijgingen van het vastgoed tellen wel mee in de groeiende bezittingen van Nederlandse huishoudens. Consumenten krijgen op hun, theoretische, overwaarde ook makkelijk een kredietje bij de bank. Maar in de inkomsten van huishoudens is de welvaartsgroei door de huizenprijzen niet zichtbaar. De inkomsten worden immers niet gerealiseerd. Kortom, kijkend naar de loonstrookjes wordt er ingeteerd, maar kijkend naar het onderliggend vermogen stapelt de rijkdom zich op.

Het spaarloon toonde in een notendop dat politici soms aan de verkeerde knoppen draaien of met verkeerde verwachtingen aan de juiste knoppen draaien. Misschien kunnen economische denktanks als het CPB en DNB zich eens gezamenlijk in het sparen verdiepen zodat beleidsmakers iets makkelijker grip krijgen op de jongste spaarparadox.