`Contra-expertise Armstrong mogelijk'

Het Franse dopinglaboratorium Chatenay-Malabry beschikt over voldoende urine van wielrenner Lance Armstrong voor een contra-expertise. Dit zegt Dominique Laurent, de hoogste ambtenaar van het Franse ministerie van Sport, vandaag in een vraaggesprek met deze krant. ,,Het Franse ministerie heeft de internationale wielerunie UCI vorige week per brief laten weten dat een tegenanalyse mogelijk is'', aldus Laurent op een tweedaagse conferentie van sportministers in Liverpool. Volgens haar is het aan de zevenvoudig Tourwinnaar zijn onschuld te bewijzen. Het ministerie heeft Armstrong niet persoonlijk ingelicht. ,,Dat is aan de UCI.''

Vorige maand berichtte de Franse sportkrant l'Equipe dat Armstrong in de Tour de France van 1999 het bloeddopingmiddel epo had gebruikt. Het dopinglab Chatenay-Malabry had de in dat jaar afgenomen monsters van renners onlangs voor onderzoeksdoeleinden op de aanwezigheid van epo onderzocht – zonder hun medeweten. Terecht, vindt Laurent, want ,,het laboratorium is niet verplicht renners vooraf toestemming te vragen''. Het laboratorium is volgens haar eigenaar van geteste urine.

Laurent kan zich niet vinden in de mening van UCI-voorzitter Hein Verbruggen dat de Franse media een beschadigingscampagne tegen de Amerikaanse wielrenner voeren. ,,Verbruggen kan zijn aantijgingen niet staven. En ze getuigen ook van weinig realisme. Het laboratorium heeft wetenschappelijk onderzoek verricht naar een grote groep wielrenners. De journalist van l'Equipe heeft Armstrong eruitgepikt, maar wat bewijst dat?''

Armstrong beweerde onlangs tegenover tv-zender CNN dat er met zijn urine `gerommeld zou zijn'. ,,Wat hebben ze er ingedaan? Toen ik in dat flesje plaste, zat er geen epo in. No way'', stelde Armstrong, die in de Tour van 1999 17 urinemonsters afstond. Volgens de pas gestopte wielrenner zou in het Franse laboratorium ,,geen tweede urinestaal zijn die het resultaat van een positieve test kan bevestigen''.

VRAAGGESPREK pagina 15