`Buitendijkse natuur Zeeland komt er'

Gedeputeerde Staten van Zeeland menen dat de provincie er niet aan ontkomt om zeshonderd hectare natuur buitendijks aan te leggen. Zij trekken deze conclusie na een brief van minister Veerman (LNV, CDA) waarin hij de noodzaak voor zeshonderd hectare buitendijkse natuur onderbouwt. Om zo'n onderbouwing hadden Provinciale Staten gevraagd.

De minister acht zeshonderd hectare buitendijkse natuur noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de richtlijnen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens wetenschappelijk onderzoek is de aanleg van zeshonderd hectare aan schorren, slikken en ondiep water het minimum om de natuur die in de afgelopen decennia in en langs de Westerschelde verloren is gegaan, te herstellen.

Voor de ontpoldering komen onder meer in aanmerking de Hedwigepolder aan de oostkant van Zeeuws-Vlaanderen en een uitbreiding van natuurgebied 't Zwin op de grens van de Nederlandse en Vlaamse kust, tezamen goed voor driehonderd hectare. Voor de andere helft van de benodigde ontpoldering wordt nog naar geschikte gebieden gezocht.

De ontpoldering maakt deel uit van een pakket maatregelen dat is vastgelegd in een verdrag tussen Nederland en Vlaanderen dat de verdieping van de Westerschelde regelt, een wens van de Belgen om de haven van Antwerpen bereikbaar te houden. Nederland werkt daar op grond van goed nabuurschap aan mee. Zeeland krijgt volgens dit akkoord tweehonderd miljoen euro om de ontpoldering mogelijk te maken.

Er is in Zeeland verzet tegen de ontpoldering. Mede om die reden hebben Tweede-Kamerleden van CDA en VVD zich eerder deze week uitgesproken tegen het prijsgeven van grond aan het water. De Kamerleden Buijs (CDA) en Snijder (VVD) zijn van nut en noodzaak niet overtuigd, zo zeiden ze deze week op een bijeenkomst in het Zeeuwse Kapelle.

,,Ontpolderen is onacceptabel'', aldus Snijder. Buijs: ,,Als Europa de ontpoldering verplicht stelt, ontkomen we er niet aan. Maar ik steek het geld liever in nieuwe natuur binnendijks en in veiligheid. ,,Ik heb niet de indruk dat de natuur in de Westerschelde zo veel achteruit is gegaan. Ik zie schoon water. Ik zie zeehonden. We moeten elkaar geen milieuschuldcomplex aanpraten.''

De Zeeuwse gedeputeerde Thijs Kramer (PvdA) is voorstander van de plannen, al was het maar om de relatie met België niet te verstoren. ,,Als Nederland die afspraken over de verdieping van de Westerschelde niet nakomt, zal dat tot grote onrust in Vlaanderen leiden, afhankelijk als men is van de ontwikkeling van de haven van Antwerpen.'' Hij spreekt van een ,,heldere uitspraak'' van minister Veerman, die tevens de ,,zekerheid'' biedt dat de komende tien jaar nooit meer dan zeshonderd hectare buitendijkse natuur wordt aangelegd. Bovendien, stelt Kramer, kan de aanleg van buitendijkse natuur de veiligheid van Zeeland verder vergroten, bijvoorbeeld door brede vooroevers aan te leggen.

Is het denkbaar dat straks Zeeland akkoord is met een tussen Nederland en Vlaanderen gemaakte afspraak over ontpolderen, en de Kamer daar een stokje voor steekt? Kramer: ,,Ik kan me niet voorstellen dat CDA en VVD straks iets anders vinden.''

Op 7 oktober besluiten Provinciale Staten over het aanwijzen en inrichten van buitendijkse natuur.

    • Arjen Schreuder