`Beleid baseren op lagere groei'

De Nederlandse regering moet er rekening mee houden dat de structurele economische groei op de middellange termijn lager zal zijn dan waaraan Nederland de laatste decennia gewend is geraakt. Dat schrijft de Raad van State in zijn advies bij de miljoenennota 2006.

Het hoogste adviesorgaan van de regering beveelt het kabinet aan om in tijden van economische opgang geleidelijk een overschot op het overheidsbudget te laten ontstaan. Dat overschot kan dan in economisch mindere jaren worden aangesproken. Daardoor kunnen extra bezuinigingen en lastenverzwaringen vermeden worden op een moment dat werkgelegenheid en koopkracht toch al onder druk staan en de onzekerheid onder de bevolking toeneemt.

De Raad van State heeft zijn advies toegespitst op de lessen die kunnen worden geleerd uit de conjunctuurcyclus van de afgelopen periode. Na de economisch euforische periode eind jaren negentig is nu al zo'n vijf jaar sprake van een sombere economie. Deze periode wordt getypeerd als voor Nederland ,,ongewoon'': in hoogte en in duur, maar ook ongewoon ,,wat betreft de gemoedsgesteldheid waarmee Nederlandse burgers deze periode hebben ondergaan: van euforie aan het eind van de vorige eeuw tot gevoelens van onzekerheid en gebrek aan vertrouwen''.

Volgens de Raad is op de langere termijn ook een aanpassing in omvang en samenstelling van collectieve uitgaven nodig, die verder gaat dan nu door het kabinet in gang is gezet. Om het hoofd te bieden aan problemen als de vergrijzing, de immigratie, de globalisering en het terrorisme dienen andere keuzes te worden gemaakt. De groeiende uitgaven aan sociale voorzieningen (inclusief de zorg) en volkshuisvesting moeten een halt worden toegeroepen, ten gunste van investeringen in kennis, leefklimaat, fysieke infrastructuur en veiligheid. In dit verband beveelt de Raad onder meer aan de aftrekbaarheid van de hypotheekrente geleidelijk maar substantieel ,,aan te passen'' (verlagen).

Het kabinet erkent in zijn reactie op het advies van de Raad van State dat hoge structurele groei niet vanzelfsprekend is. Het onderschrijft ook de noodzaak van het geleidelijk streven naar een begrotingsoverschot op de middellange termijn, ,,al biedt [dat] in economisch goede tijden nog geen garantie voor het vermijden van ingrepen in economisch slechte tijden''.

Wat betreft de oproep om de collectieve uitgaven nog ingrijpender te herzien, reageert het kabinet terughoudend. De ingrepen die volgend jaar worden gedaan in het ziektekostenstelsel, de WAO, de WW en VUT/prepensioen zijn al aanzienlijk. De miljoenennota 2006 is volgens het kabinet ,,niet de juiste plek voor hypothetische bespiegelingen over de toekomstige rol van de overheid''.

De hypotheekrenteaftrek is de afgelopen jaren al op allerlei manieren aangepast, zo schrijft het kabinet, en er is dus geen aanleiding om deze nu opnieuw aan te passen.