Vragen, vragen, vragen over de nieuwe zorgverzekering

Over vijftien weken heeft iedereen een nieuwe zorgverzekering. Verzekeraars kunnen dan bepalen hoe een knieblessure moet worden verholpen.

Na het lezen van de huis-aan-huisfolder van het ministerie van Volksgezondheid over de nieuwe zorgverzekering wilde Eylard van der Feltz uit Zeist meer informatie over de inkomensafhankelijke bijdrage die hij volgend jaar moet betalen. Hij vroeg het half juli per e-mail aan Postbus 51. Hij weet het nu nog niet. Fred Wezenaar uit Den Haag schreef: ,,Het stelsel is zo onoverzichtelijk dat ik niet eens weet wat te vragen.'' Veel van de 180 lezers die tot nu toe reageerden op een oproep in deze krant om vragen over het nieuwe zorgstelsel kenbaar te maken, klagen over het gebrek aan informatie. Ze zeggen met hun vragen niet terecht te kunnen bij hun zorgverzekeraar, niet bij de Belastingdienst en ook niet bij Postbus 51. Soms hebben instanties nog geen antwoord – veel is nog onduidelijk – en soms zijn medewerkers overbelast.

Vanaf 1 januari 2006 heeft iedere Nederlander te maken met een nieuw zorgstelsel. Niet eerder werd een pijler van de verzorgingsstaat zo ingrijpend veranderd. De politieke belangen zijn groot. Leidt de uitvoering tot chaos, dan kan minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) opstappen. Hij heeft zijn lot aan deze hervorming verbonden. De overheid wil de zorg al jaren anders organiseren en financieren. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat de kosten de pan uit rijzen omdat de bevolking een steeds groter beroep doet op medische hulp. In Nederland wordt nu jaarlijks al 48 miljard euro besteed aan de gezondheidszorg. Met die 10 procent van het bruto nationaal inkomen zijn maar liefst 1 miljoen mensen voorzien van werk. Een op de zeven werkenden heeft een baan in de zorgsector.

Door gereguleerde marktwerking in te voeren, hoopt de minister dat patiënten, artsen en verzekeraars efficiënter omgaan met de grote sommen geld. De liberale minister van VWS wil meer eigen verantwoordelijkheid, van artsen en ook van patiënten.

Op dit moment is iedereen via het ziekenfonds of particulier verzekerd. Vanaf 1 januari is er nog maar één soort verzekering. Dat moet uiteindelijk overzichtelijker en goedkoper zijn. Deze basisverzekering zal in ieder geval komend jaar vrijwel hetzelfde vergoeden als het ziekenfonds nu. De nominale premie voor de basisverzekering, die alle mensen moeten betalen, bedraagt volgens het ministerie straks gemiddeld ruim 1.100 euro.

Maar het zijn de verzekeraars die uiteindelijk de hoogte van de premie gaan bepalen, niet de minister. Grote verzekeraars hebben te kennen gegeven wellicht honderd tot tweehonderd euro boven de schatting van de minister uit te komen. Tegelijkertijd liggen er prijsvechters op de loer die van plan zijn de basisverzekering onder de duizend euro aan te bieden.

Let wel, die nominale premie is maar een onderdeel van het totaal dat mensen volgend jaar kwijt zijn aan zorgkosten. Iedereen betaalt ook een inkomensafhankelijke premie. Mensen in loondienst krijgen die vergoed van hun werkgever, maar betalen er wel belasting over. Werklozen, zelfstandigen en gepensioneerden betalen een lagere inkomensafhankelijke premie dan werknemers, maar draaien daar zelf volledig voor op.

Het kabinet heeft aangegeven dat iedereen in principe hooguit 5 procent van zijn inkomen aan de basisverzekering kwijt mag zijn, maar houdt een slag om de arm door te zeggen dat het geen garanties kan geven aan individuen.

Grofweg is te stellen dat particulier verzekerden volgend jaar minder ziektekostenpremie betalen dan nu, al moeten zij er wel rekening mee houden dat een aanvullende verzekering nodig is om dezelfde hulp vergoed te krijgen. Nu dekt hun standaard particuliere polis meestal fysiotherapie, alternatieve geneeskunde en cosmetische chirurgie, hulp die in het nieuwe basispakket ontbreekt.

Mensen die nu in het ziekenfonds zitten, zullen schrikken van de hogere premies. De minst koopkrachtigen krijgen daar eind december een compensatie voor: de zorgtoeslag. Die dient om in januari de verhoogde premie te kunnen betalen. Maar ook voor deze mensen geldt dat zij zich in veel gevallen aanvullend moeten verzekeren, net als nu.

Een van de risico's van het nieuwe zorgstelsel is dat mensen met lage inkomens de maandelijkse zorgtoeslag uitgeven aan andere zaken dan hun verzekering en aldus onverzekerd raken. Een ander gevaar is dat mensen zich zo goedkoop mogelijk gaan verzekeren en kiezen voor een polis met een hoog eigen risico. Dan kan het gebeuren dat ze bij ziekte de doktersrekening niet kunnen betalen. Zorgverzekeraars hebben nu al steeds vaker met wanbetalers te maken.

Wie volgend jaar zijn premie te laat betaalt, kan door de verzekeraar worden geschorst. Wie niet is verzekerd, kan een boete krijgen. Wanbetalers kunnen zich wel bij een andere verzekeraar melden, verzekeraars zijn verplicht iedere geschorste klant van een concurrerende verzekeraar te accepteren.

Verzekeraars moeten volgend jaar namelijk iedereen accepteren die een basisverzekering bij ze wil kopen: jong, oud, ziek, gezond. Voor de duurdere patiënten (lees: zieken en ouderen) krijgen verzekeraars een subsidie van de overheid. Het is mogelijk klanten te weigeren voor aanvullende verzekeringen, maar niet vóór maart 2006. Wie nu al ziek is, moet dus voor die tijd een aanvullende verzekering hebben afgesloten.

Het basispakket lijkt op het huidige ziekenfondspakket, maar het is in het nieuwe stelsel op een andere manier omschreven. Nu bepaalt de wet dat iemand met een knieblessure recht heeft op vrij exact omschreven behandelingen. In de nieuwe wet zijn de vergoedingen functioneel omschreven. Dat wil zeggen dat iemand met een knieblessure recht heeft op zorg die deze blessure verhelpt. Hoe dat gebeurt en door wie is meer dan nu aan de verzekeraar. Die kan bepalen dat de blessure alleen met een specifieke behandeling, zeg, een kijkoperatie, in een daartoe aangewezen kliniek wordt verholpen.

Verzekeraars kunnen nauwelijks op de inhoud van het basisverzekeringspakket concurreren. Wel kunnen zij klanten bij concurrenten weglokken met lagere premies. Als zij samenwerken met ziekenhuizen die efficiënt zijn en contracten met grote werkgevers sluiten, kunnen zij hun premie laag houden. Met aanvullende en collectieve verzekeringen kan wel geconcurreerd worden. Verzekeraars spannen zich nu al in om contracten te sluiten met ondernemingen en organisaties die veel werknemers hebben. Verzekeraars mogen collectief verzekerden straks een premiekorting bieden van hooguit 10 procent. Zodra verzekeraars weten hoeveel geld patiënten het afgelopen jaar hebben uitgegeven, hoe hoog die `schadelast' komend jaar zal zijn en hoeveel geld ze van de overheid krijgen, kunnen ze hun premies vaststellen. Vooralsnog is het schatten van kosten voor komend jaar lastig, omdat in ziekenhuizen onlangs een nieuw, nog onvolkomen, declaratiesysteem is ingevoerd. Daardoor hebben ziekenhuizen hun administratie niet op orde. Dit inmiddels beruchte DBC-systeem (diagnosebehandelcombinatie), waarin iedere behandeling van vrijwel iedere aandoening een nummer en een prijskaartje heeft gekregen, beoogt medische kosten uiteindelijk transparanter en beter vergelijkbaar te maken.

Het is nog niet te zeggen wat voor aanvullende verzekeringen maatschappijen zullen aanbieden en tegen welke prijs. Geen verzekeraar zal als eerste zijn premies willen publiceren. Concurrerende maatschappijen kunnen hun prijzen daar namelijk op enten. Het wachten is op 16 december, de uiterste datum voor het bekendmaken van de tarieven.

Vandaag zijn wel de gevolgen van de nieuwe zorgverzekeringswet voor enkele groepen mensen wat duidelijker. Maar wie wil weten wat hij volgend jaar exact gaat betalen aan zijn ziektekostenverzekering moet wachten tot eind dit jaar.

Of het zorgstelsel goed functioneert, is op zijn vroegst in de loop van volgend jaar te zien. Van een verzekering merken burgers namelijk het minst als ze gezond zijn. Pas als ze ziek zijn, merken ze of ze door een goede arts of in een fijn ziekenhuis behandeld worden en wat dat kost. Omdat 2006 een overgangsjaar is en de spelregels in 2007 weer worden aangepast, zullen de `wildwesttaferelen' die sommige Kamerleden voorzien zich ver na de ambtstermijn van Hoogervorst kunnen afspelen.

    • Esther Rosenberg
    • Antoinette Reerink