Taalles heeft geen zin voor oudkomers

Zestig procent van de oudkomers, migranten die al langer hier verblijven en gebrekkig Nederlands spreken, beheerst de taal niet beter na het volgen van een integratiecursus.

Slechts 30 procent boekt een vooruitgang van één taalniveau. Dat is een van de uitkomsten in het vandaag verschenen Jaarrapport Integratie 2005 dat de positie van allochtonen in Nederland beschrijft. De regering mag dan ook ,,geen wonderen verwachten'' van het nieuwe, verplichtende inburgeringsstelsel dat midden volgend jaar wordt ingevoerd, aldus het rapport. Als gevolg hiervan worden een half miljoen oudkomers gedwongen om binnen vijf jaar een inburgeringsexamen af te leggen. Wel denken de onderzoekers dat het verplichte examen een extra stok achter de deur zal zijn. Maar ze betwijfelen, gezien de kenmerken van oudkomers – weinig opleiding, geen werk, weinig contacten – of hun taalniveau zal stijgen.

Ook voor de meeste nieuwkomers, veelal huwelijksmigranten met een geringe schoolopleiding, is de inburgeringscursus van 600 uur te gering om NT2 (Nederlands als tweede taal op niveau 2) te halen. Dit niveau is nodig om voor een vervolgopleiding in aanmerking te komen of te kunnen werken. Van de nieuwkomers die in 2004 een cursus volgden, bereikte 40 procent dat niveau; 30 procent niveau 1 en 25 procent bleef steken op niveau nul, aldus de onderzoekers.

Het Jaarrapport Integratie 2005 is een gezamenlijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Vanaf dit jaar komt het in de plaats van de bestaande periodieke publicaties van de overheid over minderheden.

Het rapport wijst er ook op dat het aantal concentratiewijken en -buurten sterker is toegenomen dan op grond van de bevolkingsgroei mag worden verwacht. Zo zijn bijvoorbeeld Turken en Marokkanen, de twee grootste allochtone groeperingen, in nog sterkere mate bij elkaar gaan wonen in Amsterdam en Utrecht. Maar in Rotterdam nam hun segregatie juist af. Turken en Marokkanen gingen daar meer verspreid over de stad wonen.

Verder vinden de onderzoekers het zorgelijk dat de wederzijdse acceptatie van allochtonen en autochtonen afneemt. De helft van de autochtone Nederlanders (maar ook van de Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroep) vindt dat de westerse leefwijze niet samengaat met die van moslims.