Schietende Britten en boze Irakezen

Het Britse optreden in het zuiden van Irak leek tot dusver redelijk succesvol. Gisteren veranderde dat beeld in Basra.

Een tikkeltje meewarig volgden Britse militairen in Basra de laatste jaren het dikwijls bikkelharde optreden van hun Amerikaanse collega's tegen verzetshaarden elders in Irak. Steunend op hun lange ervaring in Noord-Ierland, pakten de Britten de zaken in hun bezettingszone in het shi'itische zuiden subtieler aan, heette het. In plaats van bruut geweld was het beter via licht bewapende patrouilles het vertrouwen van de lokale bevolking te winnen en nauw met de lokale autoriteiten samen te werken.

Lange tijd leek die benadering goed te werken. Het bleef betrekkelijk rustig in Basra, de tweede stad van Irak. De Britse verliezen bleven, zeker in vergelijking met die van de Amerikanen, gering. Maar gisteravond werd in alle Britse huiskamers in één klap pijnlijk duidelijk dat hun aanpak veel minder doeltreffend is geweest dan de regering steeds volhield.

Op televisie was voortdurend te zien hoe opstandige jongeren, vermoedelijk aanhangers van de radicale islamitische geestelijke Muqtada al-Sadr, Britse pantservoertuigen in brand staken. De pantserwagens waren ingezet om twee Britse militairen in burger uit de gevangenis van Basra te bevrijden. Met tanks walsten de Britten vervolgens de muur van de gevangenis plat, in een uiteindelijk succesvolle poging het gearresteerde tweetal te bevrijden. Volgens de Britten werd het tweetal ten onrechte vastgehouden omdat met de autoriteiten is afgesproken dat de Britten immuniteit voor vervolging door de Iraakse justitie genieten. Eventuele vervolging voor vergrijpen op Iraakse bodem is aan de Britse justitie voorbehouden.

Van de veel geprezen samenwerking met de Iraakse autoriteiten, aan wie de Britten het volledige bestuur over Basra en omgeving zo snel mogelijk hopen over te dragen, viel niets meer te bespeuren. De Irakezen reageerden furieus.

Ook de voorgeschiedenis van het incident onderstreept hoe weinig greep de Britten in werkelijkheid hebben op de situatie in Basra. Zondag hadden de Britten 200 leden van de Mahdi-militie van Sadr aangehouden. Hiermee probeerden ze de steeds grotere invloed van de militie van Sadr een halt toe te roepen. Het was al geruime tijd bekend dat de politie van Basra op grote schaal door Sadrs groep is geïnfiltreerd. De lokale politiecommissaris erkende onlangs dat hij slechts op 25 procent van zijn politiemacht echt kan rekenen. De overige agenten kijken als het er op aankomt liever de andere kant uit of kiezen partij voor de militie van Sadr of een andere groep.

Na de arrestaties van hun strijdmakkers ontketenden Sadrs aanhangers een reeks van protestacties in de straten van Basra. Als gevolg daarvan beperkten de Britten hun patrouilles in Basra tot een minimum. De twee Britse militairen in burger, vermoedelijk commando's, waren waarschijnlijk wegens de onrust van de laatste dagen op een speciale missie.

Kenmerkend was dat ook zij de zaak niet vertrouwden, toen ze werden gemaand te stoppen bij een politieversperring. Ze vreesden met als politieagenten vermomde militieleden te maken te hebben. Ze reden door en schoten volgens Iraakse bronnen op de al dan niet bona fide politieagenten. Maar de Britten werden gepakt.

De verdenking is groot dat zowel Sadrs militie als de rivaliserende Badr-militie wapens ontvangt uit Iran. Basra ligt slechts enkele tientallen kilometers van de tamelijk poreuze grens. De Britse regering probeert al twee jaar lang toezeggingen van de Iraanse regering te krijgen dat ze zich onthoudt van wapenleveranties aan Iraakse milities. Maar de Britten beseffen dat de bereidheid tot medewerking tot het nulpunt is gedaald, nu de Britten het Amerikaanse verzoek steunen om Iran aan te klagen bij de VN-Veiligheidsraad wegens het omstreden nucleaire programma van het land.

Volgens The Times steunt Iran ook een terroristische groep onder leiding van Mustafa al-Sheibani. Deze groep wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van ten minste elf Britse militairen.

Voor premier Tony Blair komt de ontwikkeling in Basra op een hoogst ongelegen moment. Volgende week begint het jaarlijkse partijcongres van Labour. Hij had gehoopt daar binnenlandse kwesties aan de orde te stellen. In plaats daarvan dreigt hij nu opnieuw te worden geconfronteerd met de Britse aanwezigheid in Irak en de vraag hoe lang de Britten nog in dat wespennest moeten blijven.