Het noodzakelijke kwaad

De Wet op de Dierproeven is ouderwets, oordelen juristen. Maar wetenschappers vrezen een loopgravenoorlog als tegen iedere proef juridische bezwaar mogelijk wordt.

Laat wetenschappers die werken met proefdieren een middag lang discussiëren met dierenrechtenactivisten en ze slaan elkaar niet de hersens in. Sterker nog, ze wisselen beleefdheden uit — in het begin. Het is ,,plezierig'' om met elkaar een ,,constructief gesprek'' te hebben ,,in een prettige atmosfeer'' en ,,op basis van argumenten''.

En uiteindelijk raken de gemoederen alsnog verhit.

Het waren vooral de biomedische wetenschappers die zich opwonden tijdens een minisymposium over de Wet op de Dierproeven, eind vorige week in een zaaltje van het bestuursgebouw van de Universiteit van Utrecht. Zij voelen zich onheus bejegend. Niet alleen door dierenrechtenactivisten die hen proberen af te schilderen als gewetenloze dierenbeulen, maar dit keer ook door juristen, bestuurskundigen en filosofen die menen dat de 25 jaar oude Wet op de Dierproeven ouderwets is.

In het eerder dit jaar verschenen rapport Noodzakelijk Kwaad. Evaluatie wet op de dierproeven betogen de juristen dat de wet stamt uit een tijd waarin mensen dachten dat het poldermodel van overleg en compromis voor alles een oplossing bood. Modernisering van de wet is hoognodig, betoogt mede-auteur Bernd van der Meulen, hoogleraar recht- en bestuur aan de Universiteit Wageningen. Het toezicht op dierproeven is in Nederland te soft. Asielzoekers kunnen een procedure voeren tegen hun uitzetting, waarom kunnen dierenrechtenactivisten dan geen juridisch bezwaar maken tegen een dierproef?

Meer openbaarheid is gewenst, menen de auteurs van `Noodzakelijk Kwaad'. In een tijd dat salarissen van directeuren en sommige gegevens over bedrijfsovernames openbaar zijn, zo zegt Marja Zuidgeest van de Vereniging Proefdiervrij, moet die Wet Openbaarheid van Bestuur toch ook kunnen worden gebruikt om buitenstaanders meer zicht te geven op dierproeven. Later dit jaar debatteert de Kamer over het rapport `Noodzakelijk Kwaad'.

Modernisering van de Wet op de Dierproeven mag redelijk klinken, de wetenschappers in Utrecht trokken fel van leer tegen de voorstellen.

Secretaris John Karemaker van de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen zei te vrezen dat dierenactivisten elke bezwaarprocedure zullen aangrijpen om onderzoek te frustreren: ,,Folkert van der G. hield met zijn procedures ook drie ambtenaren aan het werk.'' Nu al kunnen mensen bezwaar maken tegen experimenten (nog beperkt in aantal) waarvoor dieren genetisch worden gemodificeerd. Martje Fentener van Vlissingen is medisch onderzoeker en lid van de in 1997 ingestelde Commissie voor Biotechnologie bij Dieren die de minister adviseert over enkele tientallen genetische experimenten die jaarlijks in Nederland worden gedaan. Ze vreest ,,een onwerkbare situatie'' als het regime dat geldt voor biotechnologie zou gaan gelden voor àlle vierduizend dierproeven die nu jaarlijks worden beoordeeld door zogeheten Dierexperimentcommissies, die zijn ondergebracht bij een kleine dertig universiteiten en onderzoekslaboratoria.

Anton Berns, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, schetste namens de Koninklijke Academie van Wetenschappen een doemscenario van ,,extreme vertraging'' en een braindrain van biomedische bedrijven naar het buitenland. Coenraad Hendriksen, proefdierdeskundige bij het Nederlands Vaccin Instituut, wees op de vooruitgang die is geboekt met de huidige wetgeving. Het aantal dierproeven is afgenomen, belastende proeven waarbij meer dan 50 procent van de dieren sterft zijn in beginsel verboden, dierproeven mogen niet worden gebruikt voor het testen van cosmetica en onderzoek met mensapen is verboden (met uitzondering van een onderzoek naar een vaccin tegen hepatitis-C dat loopt sinds begin 2003). Wetenschappers wijzen er ook op dat de overheid zelf in veel gevallen eist dat medicijnen en bepaald chemicaliën getest worden op proefdieren voordat ze op de markt worden toegelaten.

Bezwaarprocedures tegen biotechnologische dierproeven mogen nu voor veel oponthoud zorgen, volgens rechts- en bestuurskundige Bernd van der Meulen moet het mogeljk zijn om regels op te stellen die er voor zorgen dat een wetenschapper kan doorwerken tijdens de afhandeling daarvan. Maar proefdierdeskundige Harry Blom, verbonden aan de Universiteit van Utecht, vreest de juridische loopgravenoorlog die kan ontstaan als activisten bezwaar kunnen maken tegen elke denkbare dierproef. Hij stelt voor dat wetenschappers die proefdieren gebruiken in de toekomst een korte, begrijpelijke en openbare samenvatting publiceren die inzicht geeft in het hoe en waarom van individuele experimenten.

    • Michiel van Nieuwstadt