Geen nieuwe ingrepen in sociale zekerheid

2006 wordt voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vooral een jaar van ,,werk in uitvoering''. Het departement heeft volgend jaar met 24,4 miljard euro een iets hogere begroting dan dit jaar (24,2 miljard euro). De stijging komt door extra geld voor de overheidsbijdrage die werkende ouders ontvangen voor de kinderopvang en een hogere rijksbijdrage aan de sociale fondsen en het spaarfonds AOW. Het kabinet trekt 2,5 miljard euro uit om de koopkracht te verbeteren. De koppeling tussen lonen en uitkeringen wordt hersteld. Ook de bevriezing van de lonen in de collectieve sector wordt beëindigd.

WIA vervangt WAO

Als de Eerste Kamer akkoord gaat, treedt op 1 januari 2006 de nieuwe Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) in werking. De wet gaat gelden voor werknemers die sinds 1 januari 2004 ziek zijn geworden (of worden). Alleen werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen nog een uitkering. Werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn, krijgen een loonaanvulling die oploopt naarmate zij meer werken. Wie minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, valt hier buiten.

Herziening WW

Het kabinet streeft ernaar in 2006 de Werkloosheidswet (WW) en het ontslagrecht te herzien. De maximale duur van de uitkering wordt verlaagd van vijf jaar naar drie jaar en twee maanden. Ook worden de eisen om in aanmerking te komen voor WW strenger. Werknemers moeten van de laatste 36 weken voor het ontslag ten minste 26 weken gewerkt hebben. De uitkering in de eerste twee maanden gaat omhoog van 70 naar 75 procent van het laatstverdiende loon.

Nieuw: levensloopregeling

Vanaf 1 januari schaft het kabinet geleidelijk de belastingvoordelen voor VUT en prepensioen af. Er komt een

levensloopregeling waarmee mensen zelf fiscaal aantrekkelijk kunnen

sparen voor het financieren van

tussentijds verlof of vervroegd

pensioen.