Gedrag kun je niet zomaar veranderen

Als organisatiepsycholoog durf ik met grote stelligheid te beweren dat de uitspraak `Huisarts, pas u aan' van Kieke Okma als oproep tot gedragsverandering zijn effect zal missen. Het lijkt eerder een wensgedachte dan een serieuze aansporing.

Okma voert een aantal argumenten aan (waarvan ik er een aantal zwak vind) om haar standpunt dat de rol, beloning en praktijkvoering van de huisartsen anders geregeld zouden moeten worden, te onderbouwen. Als zij vervolgens stelt dat deze veranderingen mogelijk veroorzaakt zouden kunnen worden door de toenemende `feminisering' van het beroep, sluit dat op geen enkele wijze aan op haar eerdere constateringen.

Hooguit kan het verhaal samengevat worden als het benoemen van een aantal maatschappelijke trends (mondigheid van de patiënt, opkomst van alternatieve geneeswijzen en gebruik van nieuwe media), de mening van de auteur (de hoogte van het inkomen van de huisarts en de daarbij behorende taken), en het beschrijven van een aantal ontwikkelingen in de huisartsenzorg (rol van de praktijkverpleegkundige, de huisartsenposten en de toenemende `feminisering' van het beroep). De samenhang en (vermeende) causaliteit tussen deze onderdelen ontbreekt.

Verandering van gedrag bij zowel individuen als groepen is veel minder vaak het gevolg van intentie (van de betrokkenen), en veel vaker het gevolg van een reactie op de veranderde externe omgeving dan wij zouden willen aannemen.

Deze overschatting van de intentie van individuen staat binnen de psychologie ook wel bekend als de fundamental attribution error. Een kans op blijvende gedragsverandering is verankerd in het aanspreken van beide elementen, `intentie' en `externe omgeving'.

    • Drs. R.A. van der Zouw