`Europa vraagt om centrale politie'

Het kabinet wil de 26 politiekorpsen omvormen tot één organisatie. Een goed plan, vindt oud-commissaris Nordholt van Amsterdam. Zijn vroegere baas heeft een andere mening.

Het Nederlandse politieapparaat is versnipperd en een samenraapsel van kernteams en speciale eenheden, schreef de toenmalige Amsterdamse korpschef Joop van Riessen in 2001. Hij deed dat in een rapport voor de Raad van Hoofdcommissarissen over de vorming van een landelijk rechercheteam.

De noodzaak van zo'n landelijk apparaat stond voor Van Riessen toen al vast. Maar hoe zo'n organisatie op poten te zetten in een politiebestel met 26 nagenoeg autonome korpsen? ,,Het ontbreken van een gezaghebbend nationaal aanspreekpunt voor de politie wreekt zich eens te meer'', luidde een van de verzuchtingen van Van Riessen.

Vier jaar geleden was dat pleidooi voor gedeeltelijke centralisatie van het politiebestel nog vloeken in de kerk in het circuit van hoofdcommissarissen en korpsbeheerders. Sinds de invoering van de Politiewet 1993, waarbij gemeente- en rijkspolitie opgingen in 25 zelfstandige politiekorpsen, zetten korpschefs (commissarissen) en korpsbeheerders (burgemeesters) de hakken in het zand bij elke aantasting van hun lokale autonomie. Het 26ste korps (Landelijke Politiediensten, KLPD) valt direct onder de minister van Binnenlandse Zaken.

,,We hebben nu een politiebestel met honderden bazen'', zegt Eric Nordholt, voormalig korpschef van Amsterdam. ,,Met een eindeloos vergadercircuit van bazen en bovenbazen. Een landelijk ICT-project als C2000 [communicatie tussen rampendiensten, red.] komt maar niet van de grond omdat het departement te weinig zeggenschap over de politie heeft. Minister Remkes moest zijn toevlucht nemen tot het sluiten van prestatiecontracten met de regiokorpsen omdat hij niet over zijn eigen politieapparaat gaat.''

Tot 2001 was praten over verandering van de Politiewet taboe. Toen presenteerden de ministers Korthals (Justitie, VVD) en De Vries (Binnenlandse Zaken, PvdA) de Nota criminaliteitsbeheersing. Daarin schetsten zij een somber beeld van de criminaliteitsbestrijding. Het ophelderingspercentage lag rond de 15 en er gebeurde niets met tienduizenden aangiftes van burgers.

Daarna, in de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002, hamerde Pim Fortuyn van de LPF er veelvuldig op: wie het over de doelmatigheid van de politie heeft, moet het hebben over de almacht van de regiokorpsen. Twee opeenvolgende kabinetten-Balkenende zetten in op `meer blauw op straat' en het optuigen van meer handhavings- en vervolgingscapaciteit van politie en justitie.

De huidige ministers Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) en Donner (Justitie, CDA) kregen al snel door dat de politie zich moeilijk liet sturen. Remkes kreeg, net als zijn voorgangers Dijkstal en De Vries, te maken met spraakmakende affaires waarvoor hij zich in de Tweede Kamer moest verantwoorden. Maar keer op keer moesten de ministers van Binnenlandse Zaken de Kamer erop wijzen dat zij niet over het lokale politiebeleid gingen. Donner en Remkes poogden de politie naar hun hand te zetten door het afsluiten van prestatiecontracten. Tegelijkertijd probeerden ze de geesten rijp te maken voor het beëindigen van de autonomie van de regiokorpsen.

De PvdA'er Ed. van Thijn (oud-minister van Binnenlandse Zaken en oud-burgemeester van Amsterdam) hoort die argumenten al 40 jaar. ,,Zolang als ik in de politiek zit, is centralisatie van de politie de wens van justitie. Dat is een lobby die altijd tegengegaan is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en de burgemeesters. Dat dreigt nu anders te lopen. Terwijl het evenwicht nu goed is. De burgemeester is er voor de openbare orde en de veiligheid, het openbaar ministerie voor het opsporingsbeleid. Moet zo'n bestel zomaar worden opgeheven?'' Volgens Van Thijn maakt dit kabinet een grote vergissing als nu besluitvorming wordt doorgedrukt. ,,Want een landelijk aangestuurde politie holt de macht en het gezag van de burgemeester uit.''

Oud-korpschef Nordholt is het niet met Van Thijn eens. ,,Ik was altijd al voorstander van een nationaal politiebestel. Maar dat was onbespreekbaar, zeker voor de PvdA. Dat politiebestel is voor de korpsbeheerders een persoonlijk instrument geworden in een politiek jasje. Daarom zijn Deetman, Cohen en Opstelten ook zo tegen deze voorstellen. Als dit kabinet iets wil, zal dat snel en simpel moeten gebeuren, en dat kan. In essentie hoef je alleen maar de rol van de korpsbeheerder uit de Politiewet te schrappen.''

Nordholt gelooft ook niet dat de wijkteams zullen sneuvelen in een nieuw politiebestel. ,,Wie dat roept, doet aan bangmakerij. Want dat zal niet gebeuren onder een goede minister en een gekwalificeerde korpschef. Dan wil ik nog wel eens zien of er getornd wordt aan het wijkteamconcept.'' Nordholt heeft een laatste argument voor een landelijk politiekorps: Europa. ,,Je kunt er voor of tegen zijn, maar de Europese ontwikkelingen maken het gewoon noodzakelijk. Je moet kunnen samenwerken en met de huidige organisatie lukt dat niet.''

Hij krijgt daarin bijval van de criminoloog Cyrille Fijnaut van de Universiteit van Tilburg. ,,Een landelijk politiebestel is nodig voor Europese samenwerking. Het is belangrijk om er zeker van te zijn dat je politieapparaat in staat is om operationele activiteiten te coördineren met die van de buurlanden. Als je sparringpartner in Duitsland de Kriminalpolizei is, moet je een gelijkwaardige en geloofwaardige partner zijn. Dat geldt al helemaal op het gebied van internationale rechtshulpverzoeken.''

Het is volgens Fijnaut een blunder geweest dat in de jaren negentig rechercheteams zijn ingekrompen ten gunste van de wijkteams. ,,Sinds 2001 wordt de recherche weer opgebouwd. Maar kijk eens wat er in de Randstad is gebeurd met de criminele netwerken, de drugsnetwerken, de vrouwenhandel, de wapenhandel of de wietteelt. Je kunt op z'n zachtst zeggen dat de aanpak daarvan niet erg van de grond is gekomen. Terwijl dat wel speerpunten zijn van het Europees beleid.''

    • Jos Verlaan
    • Rob Schoof