...en de rugwind

Zou het dan toch nog gebeuren? De begroting voor 2006, zoals vandaag officieel in de miljoenennota gepresenteerd, voorziet voor het eerst sinds 2002 een herstel van de koopkracht van de burger. Zo'n 2,5 miljard euro aan extra bestedingen wordt daar door het kabinet voor aangewend.

Het mag gezegd worden: dat na vier jaar van economische stagnatie het jaar 2005 zal worden afgesloten met een begrotingstekort van slechts 1,8 procent van het bruto binnenlands product is een prestatie van formaat. Het gros van de overige eurolanden heeft dat zelfs onder gunstiger omstandigheden niet voor elkaar gekregen. Duitsland worstelt met een tekort dat nu al vier jaar achtereen de Brusselse drie-procentsnorm overschrijdt en dit in 2006 ook zal blijven doen. De Franse regering erkende gisteren dat ook daar het tekort de norm volgend jaar overschrijdt.

Het is begrijpelijk dat het kabinet-Balkenende II in 2006 wil aantonen dat alle pijnlijke bezuinigingen en hervormingen zin hebben gehad. Een herstructurering van economie, sociale zekerheid en overheidsfinanciën zorgt in theorie dan wel voor een hogere welvaartsgroei op termijn, maar de kiezer wacht nog steeds op de praktijk. 2006 vormt de aanloop naar het verkiezingsjaar 2007, waarin het kabinet beloond hoopt te worden voor het gevoerde beleid. Of de in de afgelopen jaren gehanteerde prudentie daarbij wordt gehandhaafd, is de vraag. Dat geldt voor de begrotingstechniek zelf – zie het indirect deels aanwenden van aardgasmeevallers voor consumptieve doeleinden. Het geldt ook voor het geprojecteerde macro-economische klimaat van 2006.

Het Centraal Planbureau, dat de macro-economische ramingen aanlevert, voorziet voor volgend jaar een economische groei van 2,5 procent. Het is de beste prestatie sinds 2000. Zo'n hoogtij tilt alle schepen op, en zorgt voor een gunstige wending van de parameters van het economisch en financieel beleid. De zogenoemde consensus-ramingen van banken en andere instellingen zijn beduidend minder positief, met een gemiddelde groeiraming voor Nederland van rond 1,75 procent in 2006. Het voorspellen van de internationale conjunctuur is per definitie onzeker, maar 2006 lijkt wel zeer ongewis te worden, uiteenlopend van de vooruitzichten voor de allesbepalende Amerikaanse economie, de Duitse economie bij een mogelijk langdurige periode van politieke stuurloosheid en uiteraard het steeds wispelturiger prijsverloop van ruwe olie.

Een prognose voor 2006 zou dan ook voorzien moeten zijn van een beduidende onzekerheidsmarge. Dat het kabinet onder deze omstandigheden ook nog eens boven aan de bandbreedte van de groeiprognoses gaat zitten, maakt een onvoorzichtige indruk. Als het CPB de begroting 2006 zelfs onder deze vooronderstellingen al aanduidt als `licht expansief', hoe pakken de overheidsfinanciën dan uit als de conjunctuur zich niet aan het optimistische scenario houdt? Het kabinet staarde tot nu toe de conjunctuur strak in het gelaat. In 2006 knippert het voor het eerst met de ogen.