DNA-bewijs kan hard of zacht zijn

DNA-bewijs is minder hard dan het lijkt, bleek in de Schiedamse parkmoord. Kan er ook mee worden gemanipuleerd?

Stel, mijn DNA wordt gevonden op het lichaam van een vermoorde vrouw. Ben ik dan de dader? Stel, mijn DNA wordt níet gevonden op het lichaam van de vrouw. Pleit dat mij vrij?

DNA-bewijs heeft de naam keihard en doorslaggevend te zijn, ook in tv-series als Crime Scene Investigation. Dat imago blijkt niet helemaal terecht. Op de plaats van de Schiedamse parkmoord werd niet één DNA-spoor gevonden van verdachte Cees B.. Toch werd hij veroordeeld. In een Tilburgse moordzaak uit 2000 werd op het lichaam van een met messteken vermoorde man DNA aangetroffen van een Somalische vluchteling uit Groesbeek, die werd aangehouden. Maanden later bekende een Rotterdamse student de moord. Hij wist zoveel details dat hij de dader wel moest zijn. Van hém werden geen DNA-sporen gevonden.

DNA-bewijs is niet zo rechtoe rechtaan, zegt Peter de Knijff, hoofd van het forensisch laboratorium van de Leidse universiteit. Het kan hard of zacht zijn. Als tien kenmerken van een gevonden profiel overeenkomen met dat van een verdachte, is de kans zeer klein (1 op 1 miljard) dat iemand anders dan de verdachte hetzelfde profiel heeft. Zijn het er minder, dan wordt die kans snel groter. Maar bij een overtuigende match ben je er nog niet, zegt De Knijff. Hoe is het DNA-spoor terechtgekomen op het lichaam? Via het misdrijf, of omdat verdachte en slachtoffer naast elkaar zaten in de trein?

Even voor de duidelijkheid: Als ik iemand wurg, kan het dus zijn dat van mij geen DNA wordt gevonden?

De Knijff: ,,Het kan zijn. We wéten het niet omdat er in Nederland bijna nooit sectie wordt verricht.''

Kun je je DNA-sporen zelf uitwissen?

,,Dan moet je wel heel veel kennis van zaken hebben. Zeker bij een impulsief misdrijf ligt dat niet voor de hand.''

Is het mogelijk om dwaalsporen uit te zetten, bijvoorbeeld door haren van anderen achter te laten, zoals dierenactivisten wel hebben gedaan?

,,Ik denk dat dat heel makkelijk kan. Maar daar hebben we nog geen inzicht in.''

En de belangrijkste vraag, na de Schiedamse parkmoord: Valt er in de rechtszaal met DNA-bewijs te manipuleren?

,,Ja natuurlijk'', zegt De Knijff. ,,De officier van justitie kan denken: Komt het mij uit, kan ik het gebruiken, vestig ik er de aandacht op? Maar dat gebeurt volgens mij met alle bewijs.''

Misschien, maar niet alle bewijsmateriaal heeft zo'n onaantastbare status als DNA. De expertise van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat al het DNA-onderzoek uitvoert voor politie en justitie, was lang boven iedere twijfel verheven. Waarom stellen bijvoorbeeld advocaten de juistheid van de NFI-rapportages niet vaker aan de kaak? ,,Ik heb nog nooit meegemaakt dat een advocaat om contra-expertise vroeg'', zegt Pieter Vleeming van de Europese Organisatie ter Bescherming van de Rechtspostie van Gedetineerden. ,,Misschien denken ze dat het geen zin heeft omdat de rechter toch het NFI-rapport gelooft. Maar het is wel gek dat een advocaat het niet eens probeert.''

Ook Peter de Knijff vindt dat heel vreemd. Zijn laboratorium is in de DNA-wet aangewezen om contra-expertises van DNA-onderzoeken te verrichten. Maar, zegt hij, van de 30.000 zaken die er geweest zijn sinds de DNA-wet werd ingevoerd, kreeg hij er slechts zes voorgelegd. ,,Advocaten bellen gewoon nóóit. Je maakt mij niet wijs dat ze al die andere zaken snappen.''

Volgens Annelies Röttgering, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, zijn de advocaten van plan een cursus forensisch bewijs op te zetten, maar is het er nog niet van gekomen. Verder vraagt ze zich af of contra-expertise zin heeft. ,,Advocaten moeten vooral meer vragen stellen, heb ik begrepen. Het technische testje is meestal wel goed.''

Volgens Peter de Knijff zijn er tot nu toe inderdaad nooit wezenlijke verschillen gevonden tussen zijn resultaten en die van het NFI. ,, Maar het blijft mensenwerk, dus fouten zullen bij beide labs zeker voorkomen. Een verwisseling van een label, een schrijffout. Wat we wel regelmatig zien is dat slechts een van de twee labs een goed profiel uit een spoor kan persen. Dit komt vooral bij zwakke sporen voor. Helaas zijn die vaak cruciaal.''

Strafpleiter Geert-Jan Knoops is een van de weinige advocaten die zich wel inspant om DNA-bewijs te ontkrachten. Momenteel doet hij dat onder meer in de Deventer moordzaak, waarin een fiscalist is veroordeeld tot twaalf jaar voor de moord op een vrouw in 1991. Bij een herziening in 2003 dook nieuw bewijs op: DNA-sporen van de fiscalist op de blouse van het slachtoffer.

,,Terwijl deskundigen zeggen dat die blouse vervuild kan zijn'', zegt Knoops, die in het buitenland laat nagaan hoe het spoor op de blouse terechtgekomen kan zijn. Hij legt de zaak voor aan het Europese Hof. ,,Als het gaat om het interpreteren van DNA-materiaal staan we in Nederland aan het begin. Het NFI vindt DNA en rapporteert dat, maar is het een daderspoor of niet? Wil je verdergaan met DNA, dan moet je goede procedures hebben om manipulatie te voorkomen.''

    • Joke Mat