Discussie over Europa, niet over Grondwet

De brede maatschappelijke discussie over de Europese samenwerking begint uiterlijk november en moet mei volgend jaar klaar zijn. Burgers mogen in de zogeheten Nationale Europa Discussie die zowel in zalen als op het web wordt gehouden, alles aan de orde stellen wat met die samenwerking te maken heeft, met uitzondering van het Grondwettelijk Verdrag. Dat is immers afgestemd bij het referendum van 1 juni.

Een en ander staat in de brief die het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, het presidium, gistermiddag aan de leden heeft gestuurd. Het debat was de burgers beloofd na het nee op 1 juni tegen de Europese Grondwet. De discussie moet kabinet en Brussel een idee geven hoe Nederlanders denken over de ideale taakverdeling tussen de EU en de lidstaten (subsidiariteit), over de voorgenomen uitbreidingen van de Unie, en hoe de Europese besluitvorming beter kan worden ingebed in de Nederlandse politiek.

In juni volgend jaar buigen de Europese regeringsleiders zich over het Europees Grondwettelijk Verdrag. Dat is in Frankrijk en Nederland gesneuveld, maar inmiddels in dertien andere lidstaten geratificeerd. Tien lidstaten moeten het verdrag nog tekenen. De Oostenrijkse kanselier Schüssel, vanaf januari volgend jaar voorzitter van de EU, en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken De Gucht hebben gezegd dat de twee nee-zeggers Frankijk en Nederland opnieuw een referendum moeten houden. De Luxemburgse premier Juncker heeft zich in dezelfde zin uitgelaten.

Het kabinet schrijft in één van de begrotingsstukken die vandaag officieel zijn gepubliceerd, dat het na de Europese top van juni volgend jaar zal `terugkomen' op het Verdrag. Staatssecretaris Nicolaï (VVD, Europese Zaken) zei gisteren echter dat dit niet betekent dat het kabinet een nieuwe toekomst voor het Grondwettelijk Verdrag ziet.

De discussie zal worden georganiseerd door een stuurgroep onder leiding van het Kamerlid Hamer (PvdA).