De symboliek van oliekartel OPEC

Oliekartel OPEC gaat opnieuw meer olie op de markt brengen. De prijs van het zwarte goud zal volgens deskundigen echter niet dalen door deze puur symbolische geste.

De dagen dat de wereld hen vreesde zijn allang voorbij, maar nog nooit werd de uitkomst van een bijeenkomst van de leden van oliekartel OPEC van zo weinig importantie geacht voor de koers van de olieprijs. Dat lijkt vreemd. De olieprijzen zijn toch torenhoog en bedreigen de wereldwijde economische groei. Bovendien zaait de prognose van een nieuwe orkaan in de Golf van Mexico angst in de markt.

Reden genoeg, zo zou men verwachten, om met ingehouden adem de bijeenkomst van de OPEC te volgen. De Organisatie van olie-exporterende landen verzorgt immers 40 procent van de wereldwijde olieproductie en beschikt als groep over de grootste – bekende – olie- en gasreserves op aarde.

Maar niets is minder waar. Ondanks het feit dat de uitkomst van de vergadering in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen nog niet zeker is, wordt iedere uitkomst door olieanalisten nu al afgedaan als een puur symbolische geste. De elf leden van OPEC twijfelden vanmorgen nog wat ze zouden doen. Of het officiële productieplafond met 500.000 vaten per dagen verhogen, ofwel de reservecapaciteit van circa 2 miljoen vaten aanbieden zodat wie er olie wil hebben het ook kan kopen.

Het wegwuiven van beide opties door deskundigen is te begrijpen. Ten eerste produceert de OPEC momenteel al 500.000 vaten olie per dag meer dan volgens afgesproken regels mag: het productieplafond van de groep ligt officieel immers op 28 miljoen vaten. Een verhoging van het plafond zou dus niets anders doen dan de huidige situatie legaliseren.

Het vrijgeven van de reserves zal ook de olieprijs niet drukken. Extra olie, zo stellen zelfs OPEC-leden, helpt namelijk niet. Ruwe olie moet worden bewerkt – geraffineerd – tot producten als benzine en kerosine. En bij de raffinaderijen ligt het probleem. De wereldwijde raffinagecapaciteit wordt momenteel vrijwel geheel benut waardoor extra olie niet kan worden bewerkt. Daarbij komt dat alleen OPEC-lid Saoedi-Arabië nog een reservecapaciteit heeft van enige omvang. De Saoedische olie is echtere zware, zwavelrijke, olie die niet overal geraffineerd kan worden. De olie kan wel worden aangeboden, er zouden volgens analisten weinig kopers voor zijn. Maar de OPEC wil laten zien dat het alles doet om de prijs te drukken, ook al hebben de acties niet het gewenste resultaat. ,,De olie is beschikbaar. Als iemand het wil is het er'', zei de Saoedische olieminister Ali al-Naimi vanmorgen. Volgens Naimi, de machtigste man binnen de OPEC, kan het koninkrijk de productie van de huidige 9,5 miljoen vaten snel verhogen naar 11 miljoen als het nodig is.

Vanmorgen bleek dat het vrijgeven van de capaciteit tot wrijving leidt binnen het kartel, juist omdat de extra olie vrijwel geheel uit Saoedi-Arabië zou komen. Iran zou de Saoediërs geen mandaat willen geven om te produceren wat het wil en de Iraanse olieminister zou erop staan dat er een nieuwe bijeenkomst is voordat extra olie daadwerkelijk de markt op gaat.

Dat de invloed van de OPEC tegenwoordig beperkt is, bleek deze week weer. De toevloed van nieuwe olie zou normaliter de prijzen doen dalen, maar het tegendeel gebeurde. Niet de OPEC bleek belangrijk, maar de dreiging dat tropische storm Rita zal uitgroeien tot een orkaan en als orkaan de Golf van Mexico in zal trekken. De vrees voor nieuwe schade aan de olie-industrie in de regio die al zo werd getroffen door orkaan Katrina zorgde voor een prijsstijging. Het moet voor de olieministers een vreemde gewaarwording zijn om van de planken gespeeld te worden door een orkaan die nog geen orkaan is.

Dat de realiteit over de invloed van de OPEC ook tot westerse regeringen is doorgedrongen bleek uit een reactie uit Washington. Een hoge ambtenaar van de Amerikaanse regering zei dat producenten het lastig zouden hebben om extra olie te verkopen omdat de voorraden goed gevuld zijn. Tot voor kort waren het juist de Amerikanen die het kartel flink onder druk zetten om de olietoevoer zo groot mogelijk te houden.

Dit keer kwam de druk uit de Europese Unie. De ministers van Financiën van de EU riepen het kartel op om onmiddellijk meer olie op de markt te brengen. De oproep komt op het moment dat er onvrede is over hoge benzineprijzen en vrees over de impact van de dure olie op de economische groei. Dat meer olie helemaal niet tot benzine verwerkt kan worden lieten de Europese ministers even buiten beschouwing.