`De regeldruk is niet minder'

Wat heeft Balkenende II het bedrijfsleven opgeleverd? Subsidies werden toegankelijker maar de concurrentiekracht werd niet groter.

Zomaar een paar speerpunten van het kabinetsbeleid, uit de miljoenennota van een jaar geleden: meer ruimte voor ondernemerschap, herstel van de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven, vermindering van de administratieve lasten en stimulering van innovatie in het midden- en kleinbedrijf.

Wat hebben ondernemers in de praktijk gemerkt van die beleidsvoornemens? ,,Bijzonder weinig'', zegt directeur Henk van Vlastuin van de Vlastuin Groep, een metaalbewerkingsbedrijf uit het Gelderse Kesteren. ,,Ik kan niet zeggen dat de regeldruk minder geworden is'', aldus Vlastuin, die tevens voorzitter is van de branchevereniging van industriële toeleveranciers, de Nevat. ,,Ik heb hier al twintig jaar een fabriekshal van 7.000 vierkante meter en die is nu ineens te groot, volgens de brandweer. Ik moet nu muren gaan zetten om de hal op te delen in kleinere ruimtes.''

Hij is wel positief over de toegankelijkheid van innovatiesubsidies voor kleine en middelgrote bedrijven. ,,Die is flink verbeterd sinds de introductie van de kennisvouchers.'' Met een kennisvoucher kan een ondernemer voor maximaal 3.000 euro `kennis' inkopen bij een kennisinstelling, waarmee het kabinet wil bereiken dat wetenschappelijk onderzoek beter beschikbaar komt voor het midden- en kleinbedrijf. ,,Die regeling is laagdrempelig. Na een intakegesprek weet je vrijwel direct of je in aanmerking komt voor een kennisvoucher. De administratieve rompslomp die erbij komt kijken is minimaal.''

Dat is bij andere subsidieregelingen wel anders, zegt Van Vlastuin. ,,Dan ben je de helft van de subsidie alweer kwijt aan papierwerk en het inhuren van adviseurs die de weg kennen in alle regels.'' Neem de WBSO, de subsidieregeling die korting geeft op de loonbelasting van werknemers die zich met onderzoek- en ontwikkelingswerk bezighouden. SenterNovem, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, kent de subsidies toe, maar ze worden uitgekeerd door de fiscus. ,,Het komt regelmatig voor dat SenterNovem de aanvraag goedkeurt, maar dat de Belastingdienst achteraf bij een controle vaststelt dat je toch niet helemaal aan de criteria voldeed. Dan kun je alle subsidie weer terugbetalen.''

Een sector waar in elk geval de kleinere bedrijven nauwelijks nog aan innoveren toekomen, is de voedingsmiddelenindustrie. ,,Die zijn vooral bezig met kosten besparen'', zegt Peter Bennemeer, voorzitter van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI) en directeur van snoepfabrikant Leaf International (Red Band, Sportlife). Producenten van voedingsmiddelen hebben veel last van de prijzenoorlog tussen de supermarkten, die gedeeltelijk wordt afgewenteld op toeleveranciers. ,,Die zijn vaak sterk afhankelijk van een paar grote afnemers, zodat ze wel korting moeten geven om te overleven.''

Dat is weliswaar geen gevolg van het kabinetsbeleid, maar het kabinet zou de concurrentiekracht van de levensmiddelensector volgens Bennemeer wél kunnen verbeteren door de mededingingsregels aan te scherpen. ,,Want het is duidelijk dat hier geen sprake is van een gezonde concurrentie. Er ligt veel te veel inkoopmacht bij een klein aantal grote supermarktketens.'' Terwijl inkoopcombinaties in de detailhandel de normaalste zaak van de wereld zijn, heet samenwerking tussen leveranciers al snel kartelvorming, zegt Bennemeer. ,,Die verhoudingen liggen nu duidelijk scheef.''

Waar het bedrijfsleven op dit moment volges Bennemeer de meeste behoefte aan heeft, is koopkrachtverbetering bij de burger. ,,Pas als consumenten weten dat ze erop vooruit zullen gaan, krijgen ze weer vertrouwen in de toekomst en gaan ze meer geld uitgeven. Daar hebben bijna alle sectoren in de economie op dit moment ontzettende behoefte aan. Herstel van de koopkracht betekent herstel van de economie.''

Bennemeer is vooral bevreesd dat het kabinet beloftes op het gebied van de koopkracht niet waarmaakt. ,,We schieten er bijvoorbeeld niks mee op als de koopkrachtverbetering van het kabinet tenietgedaan wordt door de stijgende energieprijzen. Of als de overheid aan de ene kant de onroerendezaakbelasting afschaft, maar de gemeentelijke lasten op een ander vlak weer stijgen. Het is belangrijk dat mensen werkelijk meer te besteden krijgen.''

,,Wat de concurrentiekracht écht vergroot'', zegt directeur Niels Huber van Boon Edam, 's werelds grootste fabrikant van draaideuren, ,,is flexibilisering van de arbeidsmarkt.'' Nederlandse bedrijven hebben volgens hem geen last van te weinig innovativiteit, maar van een te star ontslagrecht. ,,Het enige waar je op dit moment aan ziet dat de economie weer wat aantrekt, zijn de uitzendbureaus. Bedrijven huren nu weer uitzendkrachten in, omdat ze zelf nog geen nieuwe mensen durven aan te nemen. Daarvoor zijn ze nog te onzeker.''

Huber ziet dat bij zijn eigen bedrijf. ,,Ik ben zeer terughoudend met het aannemen van mensen. Ik heb regelmatig werknemers die aan hun maximum aantal tijdelijke contracten zitten, aan wie ik een vaste aanstelling zou geven als de arbeidsmarkt wat flexibeler was. Nu neem ik toch maar een uitzendkracht, ook al is die duurder. Het risico is gewoon te groot.''