De krant

Het zijn zware tijden in de dagbladjournalistiek. Oplagen dalen, kranten fuseren of verdwijnen. Wie weet de panacee?

Leon de Wolff, media-adviseur, doet er een gooi naar in zijn boek De krant was koning. ,,De lezers willen een krant die gaat over de dingen die dichtbij zijn'', schrijft hij. ,,Dichtbij wil zeggen dicht bij hun belevingswereld, passend binnen hun referentiekaders. In plaats daarvan krijgen ze een krant die is gemaakt vanuit de belevingswereld van de journalisten.''

Bij de presentatie van zijn boek, vorige week in De Balie in Amsterdam, waren nogal wat hoofdredacteuren aanwezig. ,,Wij worden al tien jaar door hem gebrainstormd'', vertelde Pieter Broertjes van de Volkskrant. Frits van Exter, hoofdredacteur van Trouw, schreef later: ,,Ook wij zijn bij hem in de leer.''

De Wolff is inmiddels ook prominent adviseur van het vernieuwde Algemeen Dagblad. Over de tendens van die krant was hij ,,heel hoopvol gestemd''. ,,Nieuws wordt daar toegankelijk gemaakt op een manier die meer diepgang geeft dan het NRC Handelsblad'', merkte hij op. Die mening stond, merkwaardig genoeg, haaks op de scepsis waarmee zijn `discipel' Broertjes even tevoren in een panel over het Algemeen Dagblad had gepraat. ,,Het was een serieuze nieuwskrant'', zei Broertjes, ,,maar dat is volledig verloren geraakt.''

Het maakte me allemaal des te nieuwsgieriger naar De Wolff en zijn boek. Na afloop van de presentatie sprak ik even met hem. Hij bleek een vriendelijke, ietwat goeroe-achtige man die je op bezwerende wijze overstelpt met sociologisch geladen begrippen. Na tien minuten was ik bekaf – en toen moest ik dat boek nog lezen.

Dat is inmiddels gebeurd. Weet ik nu ,,hoe het moet'' en kan ik dus eindelijk die gedroomde hoofdredactionele coup plegen? Ik moet het betwijfelen. De methode-De Wolff blijft mij te abstract. Wat te doen met belangrijk nieuws dat ver van `de belevingswereld' van de lezer afstaat? De Wolff werd het voorbeeld van de ramp in New Orleans voorgehouden. Het Algemeen Dagblad had dat nieuws met een kort bericht afgedaan. Was dat voortaan dé manier? Nee, zei de Wolff, ze hadden het met een foto erbij best groot kunnen brengen, want dat zou de lezer meteen aan zijn eigen watersnoodramp van 1953 hebben doen denken.

Maar als New Orleans nu eens was weggevaagd door een vuurspuwende draak? Had de AD-hoofdredacteur dan wél tegen zijn redactie mogen zeggen: ,,Jongens, wat de lezer niet kent, dat vreet hij niet?''

De ideeën van De Wolff over de taak van de journalistiek klinken zo passief. Hij ziet de journalist als `een makelaar in informatie': ,,De journalist heeft tot taak informatie te veredelen, hij moet kunstenaars, wetenschappers en politici begrijpen en hun gedachtegoed toegankelijk maken voor een beoogd publiek.''

De journalist als controleur van de macht, als onthuller? De Wolff vindt het maar misplaatste romantiek. ,,Wie de democratie wil verdedigen en schandalen wil onthullen, denkt aan de onthulling en niet aan de consument.''

Ik hoop dat hij en het Algemeen Dagblad, en al die andere door hem geadviseerde kranten, nog lang en gelukkig met elkaar mogen leven.