De eindsprint...

De troonrede was vandaag meer dan gebruikelijk een thematisch opgebouwd politiek verhaal. Geen aan elkaar geniete opsomming van departementale plannen, maar een betoog over de accenten die het kabinet-Balkenende II wil zetten in het binnenlands beleid. Die hebben betrekking op het veiliger maken van Nederland, op het scheppen van werk, het terugdringen van de regelzucht en het verbeteren van de kwaliteit van de publieke voorzieningen. Dit zijn stuk voor stuk valide doelstellingen, die bovendien door goed beleid kunnen worden bereikt. Dat is moeilijker met de vijfde opgaaf die het kabinet zich stelt, namelijk dat er ,,meer onderling respect'' moet komen in de samenleving. Met de eerste vier doelstellingen houden de betrokken departementen zich bezig, maar een minister voor Respect is in Den Haag nog niet gesignaleerd.

De opstellers van deze nog altijd koninklijke openingstoespraak van het nieuwe parlementaire jaar verdienen niettemin lof voor hun thematische benadering. Maar hier staat tegenover dat de troonrede is geschreven vanuit een merkwaardig dubbelperspectief. De koningin heeft in de eerste persoon enkelvoud enige woorden gesproken aan het begin en aan het slot over haar vijfentwintigste ambtsjubileum dit jaar. In de rest van het betoog is sprake van de regering die plannen uiteenzet. Hier wringt weer eens het staatsrechtelijke korset waarbinnen kabinet en koningin zijn gevangen. Immers, als de koningin de troonrede uitspreekt, spreekt zij namens de regering. Maar als zij daarbij spreekt over ,,mij en mijn familie'' doet zij dat namens zichzelf. Dit dubbele perspectief leidt tot staatsrechtelijk scheelzien.

Het verhaal van de regering is minder somber van toonzetting dan het kabinet tot nog toe was. De eerste positieve resultaten van het beleid worden langzaam merkbaar, zo laat de minister-president de koningin zeggen. Maar aan de andere kant doet de troonrede geen concrete beloften aan de burgers. En dat is, gezien de onzekerheden van de economische conjunctuur, alleen maar wijs.

De minister-president brengt vandaag een duidelijke cesuur aan in zijn tweede kabinetsperiode. Balkenende zei vanochtend in een toelichting dat zijn regeringsploeg nu een ,,bijzondere fase'' ingaat. Daarmee doelde hij op de fase van de uitvoering van de inmiddels in wet gegoten kabinetsplannen. Een goede uitvoering noemde de premier terecht net zo belangrijk als het formuleren van goede plannen. Dit geldt temeer voor een kabinet dat zoveel en zulke omvangrijke plannen heeft gelanceerd. Een aantal daarvan is inmiddels gesneuveld, zoals voornemens op het terrein van de bestuurlijke vernieuwing. Of ze zijn op de lange baan geschoven, zoals de plannen van minister Peijs (Verkeer, CDA) over de mobiliteit. Maar de cruciale aanpak van de arbeidsongeschiktheid is nog maar pas in gang gezet. En de stelselherziening in de gezondheidszorg moet nog beginnen. Waar administratieve chaos dreigt, is een accent op goede uitvoering hoogst noodzakelijk.

Premier Balkenende preludeerde in dit verband op een voortzetting van de huidige regeringscoalitie na de volgende verkiezingen. Hij wil net als zijn voorganger Lubbers tijd om zijn karwei af te maken. Ervan uitgaande dat Balkenende II de rit uitzit, was de premier nogal vroeg met het spreken over een volgende regeringscoalitie. Maar het is wel toe te juichen dat hij hierover nu al duidelijkheid geeft.