Burger moet weer spaargeld gebruiken om rond te komen

Uit de Macro Economische Verkenning blijkt dat Nederlanders straks voor het vierde achtereenvolgende jaar hun spaargeld moeten aanspreken.

Nederlanders hebben de daling van hun besteedbare inkomen opgevangen door hun spaargeld aan te spreken. De particuliere besparingen dalen dit jaar met 3,5 procent, nadat ze ook al in 2003 en 2004 daalden. Voor volgend jaar wordt een verdere afname van de besparingen verwacht.

Dit houdt in dat Nederlandse consumenten in 2006 voor het vierde achtereenvolgende jaar gezamenlijk meer uitgeven dan ze aan beschikbaar inkomen ontvangen, aldus de staf van het Centraal Planbureau (CPB) in de Macro Economische Verkenning 2006 (MEV) die gelijktijdig met de miljoenennota is gepresenteerd. Het CPB spreekt van ,,een uitzonderlijke ontwikkeling die zich in de naoorlogse periode alleen begin jaren tachtig ook heeft voorgedaan''.

Tegenover de daling van de particuliere besparingen staat een sterke stijging van de collectieve besparingen door de opgelopen pensioenpremies. Maar deze verplichte besparingen zijn niet direct besteedbaar omdat ze vastliggen tot de pensioenleeftijd.

Ondanks het beroep op spaargeld neemt de particuliere consumptie dit jaar voor de derde achtereenvolgende maal af. De krimp van de particuliere consumptie met 0,75 procent wordt veroorzaakt door de daling van het beschikbare inkomen met 1,25 procent, aldus de MEV. De koopkracht verslechtert dit jaar bij nagenoeg alle huishoudtypes. Volgend jaar zal de koopkracht door de lastenverlichting waartoe het kabinet heeft besloten zich iets herstellen. Aangezien de werkgelegenheid na vier jaren van daling in 2006 eveneens iets zal verbeteren, verwacht het CPB volgend jaar een toename van het gemiddelde gezinsinkomen met 2,25 procent. De consumptie zal naar verwachting met 1 procent stijgen.

In de MEV wordt veel aandacht besteed aan het nieuwe zorgstelsel dat op 1 januari in werking treedt. Het CPB beklemtoont dat de werking van het nieuwe stelsel met onzekerheid omgeven is. ,,De effecten zullen geleidelijk over een reeks van jaren zichtbaar worden'', aldus het CPB.

Wel bepaalt de invoering van de nieuwe zorgverzekering grotendeels de koopkrachtontwikkeling in 2006. De overgang van het oude systeem met particuliere verzekeringen en het ziekenfonds naar een uniform systeem leidt er ,,onvermijdelijk'' toe dat sommige huishoudens er fors op vooruitgaan en andere er op achteruit, aldus de MEV. Gezinnen met kinderen onder 18 jaar (die `gratis' meeverzekerd zijn) en 65-plussers gaan er door het nieuwe zorgstelsel in koopkracht op vooruit. Voor particulier verzekerden zonder kinderen en alleenstaanden kan het koopkrachteffect van het zorgstelsel negatief zijn.

Volgend jaar nemen de totale zorguitgaven toe met 3,25 procent, maar de collectieve zorguitgaven stijgen met maar liefst 22,5 procent. Dit komt omdat in het nieuwe stelsel veel uitgaven die nu nog tot de particuliere zorguitgaven worden gerekend tot de collectieve uitgaven gaan behoren. Bovendien gaat de overheid particuliere verzekeraars een vergoeding betalen voor geleverde diensten. Door het grotere beslag van de zorg op de collectieve sector stijgen de collectieve uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Dit past in een trend die zich sinds 2002 aftekent waarbij de omvang van de collectieve sector van jaar op jaar toeneemt. In het laatste jaar van het tweede paarse kabinet bedroegen de collectieve uitgaven 39,7 procent van het bruto binnenlands product. Volgend jaar lopen ze volgens het CPB op tot 41,4 procent. Ook de collectieve lastendruk, het totaal van belastingen en sociale premies, neemt toe: van 37,7 procent in 2002 naar 39,7 procent in 2006.

Het begrotingsbeleid is na twee jaar van bezuinigingen volgend jaar ,,licht expansief'', aldus het CPB. De overheid geeft meer geld uit. Het verwachte herstel van de economie voorkomt dat het overheidstekort oploopt. Dit blijft stabiel op 1,8 procent van het bbp. Het zogenoemde structurele tekort, waarbij de invloed van de economische conjunctuur wordt meegewogen, verbetert volgend jaar wel – althans als rekening wordt gehouden met het gegeven dat de belastinginkomsten bij een opgaande conjunctuur een jaar naijlen. Hierdoor komt volgens het CPB ,,een begrotingspositie nabij evenwicht binnen bereik''. Dit is in overeenstemming met de Europese begrotingsregels. De stijging van de staatsschuld, waarvan sinds 2002 weer sprake is, vlakt af. Het CPB rekent voor dit jaar op een staatsschuld van 54,75 procent en voor volgend jaar op een kleine daling. De Nederlandse staatsschuld blijft ruim onder de maximaal toegestane Europese norm van 60 procent van het bbp.

De Macro Economische Verkenning besteedt dit jaar bijzondere aandacht aan de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie. Hierbij merkt het CPB onder meer op dat het aantal ambtenaren van de Europese Unie (25.000) ongeveer even groot is als het aantal rijksambtenaren in Nederland dat zich niet met uitvoerende taken bezighoudt.

Hoewel de Nederlandse regering en de Europese Commissie een andere definitie hanteren om de hoogte van de Nederlandse `nettobijdrage' aan de EU te berekenen, is Nederland ongeacht de gekozen definitie de grootste nettobetaler van alle EU-lidstaten. Deze zomer zijn de onderhandelingen in Brussel over de begroting voor de komende jaren vastgelopen. Het ging hierbij om de herziening van de nettobetalingen, een daling van de Britse korting en sanering van de landbouwuitgaven. Nederland hield vast aan een lagere nettobijdrage, maar liet na om de landbouwuitgaven ter discussie te stellen. Binnen het kabinet had minister Veerman (Landbouw, CDA) gedreigd te zullen opstappen als aan het landbouwbeleid getornd zou worden.

Het CPB schrijft in een nauw verholen kritiek op het kabinetsstandpunt: ,,De conclusie is dat hervormingen van het Europese landbouw- en cohesiebeleid [sociale en regionale steun, red.] van wezenlijk belang zijn voor de financiële perspectieven van Europa. Veeleer dan bij wapengekletter over de inkomsten en uitgaven van afzonderlijke lidstaten liggen daar kansen voor een effectieve en efficiënte financiering van Europees beleid.''

    • Roel Janssen