`Amerikaans van toon'

De troonrede is volgens dichter Joost Zwagerman nu bijna Amerikaans van aard. Hij mist de grandeur.

,,De taal die gebruikt wordt doet me denken aan de teksten in partijprogramma's: helder en no-nonsense. Het is bijna Amerikaans van aard, deze troonrede. To the point. De meeste zinnen zijn heel gewoon van opbouw, met het onderwerp vooraan in de zin. Maar af en toe heeft de auteur het omgedraaid en begint een zin bijvoorbeeld met `Aan internationale handel hebben wij een groot deel van onze welvaart te danken'. Dat is mooi, en komt de melodie van de tekst ten goede.

,,Erg lelijk vond ik de zin `onze verwevenheid met de wereld om ons heen is groot'. Hoezo, de wereld `om ons heen'? Waar anders? Een onderwijzer had hier een rood vraagtekentje bij gezet. Prachtig, bijna emotioneel vond ik de passage die begint met `Al die veranderingen leiden tot gevoelens van onzekerheid'. Die alinea wordt afgesloten met: `Het vertrouwen in de overheid is gedaald.' Punt. Witregel. En dan: `Dit laat de regering niet onberoerd.' Rust. Weer een witregel. Er straalt echt verdriet van uit. Ook een schitterende poëtische zin vond ik `Geweld, drugshandel, overlast en verloedering worden steviger aangepakt.' Heel mooi met die opbouw in aantal lettergrepen: een dichter zou daar zijn pet voor afnemen.

,,Aan het citaat van Juliana, die wordt aangehaald in de laatste alinea, zie je de poëtische taal van vroeger: `werveling van alle stromingen'. Dat is toch mooi? Begrijpelijkheid is prima, maar met zo'n ritueel als de troonrede mag er best wat grandeur bij: iets meer poëzie en retoriek in plaats van die overheidsfolder-taal.''

    • Olga van Ditzhuijzen