Topman Popolare Italiana stapt op om Antonveneta

De Italiaanse bankier Gianpiero Fiorani, de grote plaaggeest van ABN Amro in de overnamestrijd om Antonveneta, is het afgelopen weekend opgestapt als topman van Banca Popolare Italiana (BPI).

De berichten over de aanstaande verkoop van het belang van BPI in Antonveneta aan ABN Amro plus het nieuws dat justitie een derde aanklacht tegen hem in voorbereiding heeft, brachten hem tot het ,,onmiddellijke en definitieve'' afscheid van de bank uit het noordoosten van Italië. Wie Fiorani zal opvolgen, is nog niet bekend.

Het aftreden van Fiorani – die begin augustus voor twee maanden werd geschorst als topman door de Italiaanse justitie – brengt de verkoop van het belang van bijna 30 procent van BPI in Antonveneta dichterbij. Het hele weekend zou er zijn onderhandeld tussen de advocaten van BPI en ABN Amro. De Nederlandse bank heeft de Italiaanse centrale bank inmiddels toestemming gevraagd om een meerderheidsbelang te nemen in Antonveneta. ABN Amro heeft zelf een belang van 30 procent in de bank uit Padua.

Als voormalig golden boy in de financiële wereld en protégé van president Antonio Fazio van de centrale bank vindt de 45-jarige Fiorani zich nu terug in de positie van verdachte die zich de komende tijd moeten gaan verdedigen tegen drie juridische aanklachten. De meest recente betreft het afleggen van een valse verklaring tegen een overheidsfunctionaris. Fiorani zou volgens Italiaanse kranten hebben gezwegen over het bestaan van anonieme bedrijven in Zwitserland, die mogelijk als opslagplaats voor persoonlijke rijkdommen dienst deden die hij heeft vergaard gedurende zijn presidentschap van de Banca Popolare di Lodi, de naam waaronder BPI tot deze zomer opereerde.

Eerder startte justitie onderzoeken tegen Fiorani wegens beursmanipulatie en handel met voorkennis. Zo zou hij in de strijd om de overname van Antonveneta met rijke vrienden en partners hebben samengezworen. Zijn bank leende geld aan deze vrienden om daarmee aandelen Antonveneta te kopen die ze later weer met forse winst aan BPI konden terugverkopen. Via deze stromannen en geheime partners kreeg Fiorani al vroegtijdig grip op Antonveneta, zonder dat ABN Amro en andere marktpartijen dat wisten.

Nadat Fiorani door de rechter in Milaan uit al zijn functies was gezet en duidelijk werd dat BPI geen kans meer had om Antonveneta over te nemen, startte het bestuur van BPI onderhandelingen met ABN Amro over de verkoop van haar aandeel in Antonveneta. Naar verwachting wordt het verkoopcontract uiterlijk woensdag ondertekend. Na deze overeenkomst – welke moet worden goedgekeurd door de Italiaanse justitie, beursautoriteit Consob en centrale bank – zal ABN Amro een bod op de overige aandelen moeten uitbrengen.