Subsidieplan Van der Laan `technocratisch'

,,Moedig'', ,,onbegrijpe- lijk'': politici en kunst- instellingen reageren op de plannen van Van der Laan met het systeem van subsidieverdeling.

,,De bezem gaat er flink doorheen. Dit is het einde van de ons-ken-onsmentaliteit, waarmee politici probeerden culturele instellingen van hun voorkeur subsidie te laten krijgen.'' Nicolien van Vroonhoven, woordvoerder cultuur van het CDA, noemt het vrijdag gepresenteerde plan van Van der Laan om de beoordeling van kleine kunstinstellingen voortaan door de fondsen te laten doen, ,,moedig''. ,,Ik heb me bij de behandeling van de Cultuurnota vorig jaar enorm opgewonden over de pleidooien voor individuele gevallen in de Tweede Kamer en toen al gezegd: zo willen wij het niet meer.''

Van der Laan houdt behalve de kleintjes ook enkele grote instituten buiten de vierjaarlijkse cyclus van beoordeling door de Raad voor Cultuur: de sectorinstituten (nog in oprichting), de symfonieorkesten en de twee landelijke operahuizen, en musea met een rijkscollectie. Het aantal instellingen waarover in het nieuwe `subsidieplan' zal worden gesproken neemt daardoor substantieel af. Het CDA wil in de Kamer praten over hoofdlijnen van het cultuurbeleid en niet over de subsidie van afzonderlijke instellingen. Maar biedt het plan van Van der Laan daar wel voldoende garanties voor? Van Vroonhoven: ,,Absoluut niet. Ik wil ook hoorzittingen met de instellingen om te vernemen of er voldoende steun is voor dit plan.''

NDT-Directeur Jaap Hülsmann vindt het alvast ,,onbegrijpelijk'' dat het Nederlands Danstheater niet als grote instelling is uitgezonderd van beoordeling door de Raad voor Cultuur. ,,Wij zijn kwantitatief het belangrijkste culturele exportproduct van Nederland. Wij meten ons artistiek alleen met andere grote internationale gezelschappen. In de danssector is er geen discussie over dat Het Nationale Ballet en het NDT de twee grootste zijn en blijven. Het typeert de technocratische opstelling van deze staatssecretaris dat zij het orkestbestel zo in balans vindt en ons geen meerjarig subsidieperspectief durft te geven.''

Van der Laan toonde zich ontevreden over de reacties op haar beleidsdocument Meer dan de som uit 2003. Om een beter debat te bewerkstelligen moet de `cultuurnota' voortaan de visie van de bewindspersoon bevatten en niet meer de beslissingen over afzonderlijke subsidies. Van Vroonhoven: ,,Meer dan de som was meer een ego-document was vaag en onuitgewerkt. Daar konden we als Kamer niets mee.''

Door de verschuiving van oordelen naar de fondsen en naar internationale visitatiecommissies wordt de invloed van de Raad voor Cultuur beperkt. Kees Weeda, algemeen secretaris van de raad, ziet dat anders: ,,Als je kijkt naar het budget en de aantallen instellingen die wij gaan beoordelen, is dat zo. Maar de raad gaat meer de nadruk leggen op cultuurstrategische adviezen. Omdat onze capaciteit gehandhaafd blijft, krijgen we daar meer tijd en ruimte voor. Daardoor denk ik dat we niet aan invloed zullen inboeten.''

Thea Poortenaar, bestuursvoorzitter van het Fonds voor Podiumprogrammering en Marketing (FPPM) is tevreden: ,,Wel willen wij graag van het ministerie weten wat nu precies onze taakomschrijving is. Komt onze oorspronkelijke rol, stimuleren door het verstrekken van ad-hocsubsidies, niet in het gedrang? Wij verwachten een grote toename van het aantal aanvragen, maar dat hoeft niet tot meer bureaucratie te leiden. Ik kan me wel voorstellen dat wij ons secretariaat moeten versterken.''

Volgens Poortenaar komt er geen bestuurslaag bij. ,,Wij hoeven geen verantwoording meer af te leggen aan de Raad voor Cultuur.'' Weeda heeft dat anders gelezen. ,,Ik denk dat we onze know how moeten inzetten om de kwaliteit van de fondsen te waarborgen.''

De VVD vindt het plan een stap in de goede richting, zegt Annette Nijs. ,,Maar de Raad voor Cultuur mag van ons worden opgeheven.'' John Leerdam (PvdA) vindt het jammer dat het stuk van Van der Laan is opgesteld om de grote hoeveelheid aanvragers beter te geleiden. ,,Wees blij dat we zoveel aanvragers hebben. Nu krijgen de fondsen meer macht, maar verlegt de staatssecretaris daarmee niet de problemen? Bij de fondsen gaat dezelfde incestueuze groep mensen de aanvragen beoordelen.''