`Scholen voor de kinderen en werk'

In het nieuwe Afghanistan willen ook de nomaden een `normaal' bestaan leiden. Zij hopen dat na de verkiezingen Afghanistan zal veranderen in een land zonder geweld en armoede. `Ik ben moe van dit leven.'

Als God het wil, zegt de 60-jarige Haji Hakem, dan komt er het liefst morgen nog een eind aan zijn nomadenbestaan.

Op But Khat, een droge kale vlakte ten oosten van de Afghaanse hoofdstad Kabul, staat Hakem om `s ochtends zeven uur in een van de rijen te wachten om te kunnen stemmen voor de eerste parlementaire verkiezing sinds 1969 in Afghanistan.

Het stemlokaal is een wapperende kakigroene tent. In totaal staan er vijftien van dergelijke tenten op de vlakte: vijf voor de vrouwen, tien voor de mannen.

,,Ik ga stemmen op iemand die iets voor Afghanistan wil doen'', zegt Hakem, een rijzige man met grote witte tulband, lange grijze baard en getekend gezicht. ,,Afghanistan is een land, maar we vormen geen geheel.''

Hakem is een zogeheten Kuchi, een stam van Pathaanse nomaden die van oudsher met hun geiten, schapen en kamelen over de weiden van de zuidelijke Hindu Kush trokken. De schattingen over het aantal Kuchi's lopen uiteen van twee tot vier miljoen. Decennia van oorlog hebben echter hun eeuwenoude levensstijl aangetast. Ze zijn op een keerpunt aangekomen. ,,Hoe kun je leven in een gebied waar voortdurend wordt gevochten?'', verzucht Hakem. ,,Ik ben moe van dit leven.''

Er was altijd de angst voor landmijnen, op grote schaal gelegd tijdens de bezetting door Sovjet-troepen in de jaren tachtig en tijdens de latere burgeroorlog. Landmijnen hebben veel slachtoffers gemaakt, onder de rondtrekkende nomaden én onder hun vee.

,,We werken nu in de bouw. We zijn zes maanden hier en als de winter komt, gaan we met gehuurd transport naar Jalalabad omdat het weer daar beter is'', vertelt Hakem. ,,We hebben er genoeg van. Het enige wat we kunnen, is hopen dat de verkiezingen ons een beter bestaan zullen geven, scholen voor de kinderen en genoeg werk.''

De parlementsverkiezing en de verkiezingen voor provinciale raden die gisteren gelijktijdig werden gehouden, zijn relatief soepel verlopen, ondanks enkele gewelddadige incidenten. Meer dan twaalf miljoen kiezers hadden zich laten registeren. Huisvrouwen, artsen, een dichter, zakenlieden, mullahs, leraressen en krijgsheren – de kandidaten kwamen uit alle lagen van de maatschappij.

De kandidaten voerden campagne op persoonlijke titel, de meesten zijn niet gelieerd aan een politieke partij. In Afghanistan voelen de inwoners traditioneel sterke banden met hun etnische groep of stam. In sommige regio's genieten lokale krijgsheren nog altijd aanzien, en is de positie van de mullahs op het platteland onaantastbaar. Van een politieke cultuur met actieve partijen is na decennia van oorlog niet of nauwelijks iets overgebleven. De opbouw van volwaardige politieke partijen heeft tijd nodig. Analisten in Kabul vrezen dan ook dat de Afghanen een verlamd parlement zullen krijgen, een soort volkstheater met kissebissende parlementariërs.

Zo'n zwak parlement past in de strategie van de vorig jaar gekozen president Hamid Karzai. Hij wil voorkomen dat, zoals in het recente verleden, in Kabul verschillende machtscentra ontstaan. Daarom ook is in de begin vorig jaar aangenomen grondwet gekozen voor een sterk presidentieel systeem.

Maar in het kamp op But Khat spreekt de Kuchi Yosof Khan de hoop uit dat het nieuwe parlement juist in staat zal zijn de regering van Karzai aan het werk te zetten. Op But Khat leven volgens verkiezingsfunctionaris Ahmad Wali Ahmadzi zo'n 6.000 Kuchi-gezinnen in tenten. Ooit, voordat de Sovjet-Unie in 1979 Afghanistan binnenviel, leefden de Kuchi's ook op deze plek, toen nog een groen gebied met een gezonde vegetatie. Maar hevige bombardementen dwongen de Kuchi's te vluchten. Velen kwamen terecht in vluchtelingenkampen in Pakistan.

Nu zijn ze weer terug omdat president Karzai hun heeft gevraagd om te komen, zegt Yosof Khan die ook staat te wachten om zijn stem uit te brengen. Het But Khat van toen is nu een onherbergzame vlakte, waar seizoenen lang geen spatje regen is gevallen. ,,We hebben geen water, geen stroom. Er groeit hier niets'', zegt Yosof. Het wordt tijd, zegt hij, dat Karzai over de brug komt met zijn beloftes.

Scholen, een kliniek, geld om huizen te bouwen: de Kuchi's van But Khat herhalen dat keer op keer. ,,We zitten hier al een paar jaar, maar van de president hebben we niets meer gehoord.''

Dus stemmen de Kuchi's deze zondag op Kuchi-kandidaten. Voor de Kuchi's zijn in het nieuwe parlement tien zetels gereserveerd, waarvan drie bestemd zijn voor vrouwen. De 42-jarige Esia Khan zegt: ,,Natuurlijk stemmen wij op een Kuchi. Wij willen deelnemen aan het politiek proces, wij willen gehoord worden in Afghanistan.''

    • Philip de Wit