Protest

Het meisje droeg een spijkerbroek, een trui en een zwarte hoofddoek en ze zat achter een tafeltje naast het podium. Bij haar konden deelnemers aan de protestbijeenkomst `Genoeg is genoeg', zaterdag op de Dam in Amsterdam, pamfletten afhalen. De bijeenkomst was georganiseerd door 32 minderheidsorganisaties, vele met een Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Het bijzondere van het meisje was dat ze een meisje was. Ze viel zo op omdat er verder nauwelijks vrouwen aanwezig waren. De Dam was gevuld met een zee van ruim duizend allochtone mannen, uit alle windstreken, die hun vrouwen en dochters hadden thuisgelaten.

Vanaf het podium klonken, als je alle voorspelbare retoriek er afpelde, reële protesten tegen bijvoorbeeld discriminatie van etnische minderheden in het uitgaansleven en, vooral, op de arbeidsmarkt; er werd gewezen op stigmatiserende uitspraken van de politici Verdonk, Zalm, Hoogervorst en Remkes, en organisator Mohammed Rabbae riep dat het geestelijke klimaat voor buitenlanders de afgelopen veertig jaar nooit zó slecht geweest was als nu.

Allemaal waar – maar waar waren de vrouwen?

Thuis dus. En waarom vroeg niemand van de sprekers, ook Femke Halsema en Marion Bloem niet: ,,Waarom hebben jullie ze niet meegenomen? Gelden al jullie protesten soms niet voor hen?''

,,Vandaag kunnen we sámen laten zien dat we een ander Nederlands volk willen'', zei Ineke Bakker, voorzitter van de Raad van Kerken, in haar toespraak. Samen? Mannen én vrouwen? Daar bleek op de Dam niets van, maar dat bedoelde zij niet.

Is een dergelijke bijeenkomst de geëigende plek om zoiets aan de orde te stellen? Ach, waarom niet? Wie betoogt moet geloofwaardig zijn. Die moet laten zien dat hij bereid is ook de gebreken in eigen kring onder ogen te zien.

Het antisemitisme in de moslimwereld is ook zo'n punt. Er waren toespraken van een vertegenwoordiger van Een ander joods geluid en rabbijn Soetendorp (in zijn geval voorgelezen door iemand anders), maar zij lieten de kwestie onaangeroerd, afgezien van een zeer voorzichtige toespeling door Soetendorp.

De bijeenkomst was ook om andere redenen een gemiste kans. Er was te weinig gedaan om het Nederlandse publiek erbij te betrekken. Aansprekende Nederlandse artiesten ontbraken en de voorlichting was minimaal.

Het resultaat: een in zichzelf besloten protesterende groep, waaraan het winkelende publiek zich gemakkelijk kon onttrekken. Twee werelden die als ijsschotsen langs elkaar dreven. Een beeld dat nog versterkt werd door het Jordaan-festival even verderop, aan de voet van de Westerkerk. Daar waren de verhoudingen omgekeerd: vrijwel geen allochtoon te bekennen.

,,Amsterdam, ik wil je wel bekennen dat ik zoveel van je hou'', klonk het eensgezind uit al die autochtone kelen. Ook het lied van de Amsterdamse grachten ontbrak niet, dat lied waarin gezegd wordt dat ,,niemand zich beter kan wensen dan een Amsterdammer te zijn''.

Virulent heimwee naar een Amsterdam dat niet meer bestaat. Veel van die zingende mensen woonden allang niet meer in Amsterdam. Ze hadden hun plaats afgestaan aan mensen die ze nooit hadden leren kennen.

    • Frits Abrahams