Nederlander werkt in EU minste uren

Nederlanders werken het geringste aantal uren per jaar van de werknemers in de Europese Unie en werken bijna 500 uur per jaar minder dan werknemers in de Verenigde Staten.

Een Nederlandse werknemer werkt gemiddeld 1.338 uur per jaar. In alle andere EU-landen ligt het aantal gewerkte uren hoger en Amerikaanse werknemers werken meer uren dan het Europese gemiddelde, zo blijkt uit een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) dat is opgenomen in de `Europese Verkenning' die het CPB met het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft opgesteld. De jaarlijkse Europese Verkenning maakt onderdeel uit van het pakket overheidsdocumenten op prinsjesdag.

Het geringe aantal arbeidsuren in Nederland hangt samen met het grote aantal werknemers dat in deeltijd werkt.

Volgens het CPB is het verschil in arbeidsuren tussen de Verenigde Staten en Europa – en Nederland in het bijzonder – opmerkelijk, omdat deze in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog even hoog waren. Sindsdien is zowel in de Verenigde Staten als in Europa het aantal gewerkte uren gedaald ten gunste van meer vrije tijd, maar deze verschuiving is in Europa veel harder gegaan dan in de VS.

Het CPB brengt de daling in verband met veranderende persoonlijke voorkeuren zoals de wens voor meer vrije tijd, de beschikbaarheid van voorzieningen zoals kinderopvang, en het regime van belastingen en sociale premies. In Nederland is de marginale lastendruk – de belastingheffing op een extra verdiende euro – hoog, hetgeen meer werken ontmoedigt. Nederland is volgens het CPB koploper in Europa wat betreft de verschillen in koopkracht tussen gezinnen met en zonder kinderen. Het CPB spreekt in dit verband van een `gezinsdal' in de inkomensontwikkeling.

Verlofregelingen en de hoogte van uitkeringen hebben eveneens invloed op het gemiddeld aantal gewerkte uren per werknemer. Verlaging van de belastingen zal volgens het CPB leiden tot een toename van de arbeidsinzet per werknemer en de participatiegraad verhogen. Dit moet afgewogen worden tegen de voorkeuren van de bevolking wat betreft vrije tijd, aandacht voor zorg en regelingen voor ouderschapsverlof.

Het CPB ziet niets in Europese maatregelen om het aantal gewerkte uren te bevorderen. ,,Als al niet duidelijk is of nationaal beleid ter stimulering van het aantal gewerkte uren wenselijk is, dan is ook verregaande Europese beleidscoördinatie niet opportuun'', aldus het rapport.

WWW.NRC.NL:

dossier rijksbegroting 2006

    • Roel Janssen