`Mening expert telt te zwaar'

Kinderpsycholoog Ruud Bullens kreeg harde kritiek voor zijn rol als deskundige in de Schiedammer parkmoord. Hij reageert.

De politie faalde, de officier van justitie, de advocaat-generaal en de rechters faalden ook. Het oordeel van de commissie-Posthumus, die onderzoek deed naar de Schiedammer parkmoord, was vorige week hard. Speciale aandacht besteedt Posthumus aan de rol van de deskundigen die werden ingeschakeld in het opsporingsonderzoek naar de moord op de 10-jarige Nienke op 22 juni 2000. In het rapport staat: ,,De rol van deskundige 2 was groot.'' En: ,,Hij had zeker in het begin een sturende rol.'' Sterker nog: mede onder invloed van deskundige 2 zouden politie en justitie de verklaringen van de belangrijkste getuige, Maikel, in twijfel hebben getrokken waardoor Cees B. uiteindelijk ten onrechte in de gevangenis belandde.

Deskundige 2 is hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens (54). Bullens wordt voor vrijwel alle ernstige misdrijven waarbij kinderen betrokken zijn, door politie en justitie gevraagd als deskundige. Hij begeleidde de studioverhoren van de elfjarige Maikel, het vriendje van Nienke dat het drama in het park overleefde. De commissie-Posthumus oordeelde dat de manier waarop Maikel is verhoord ,,ontoelaatbaar'' was en dat het ,,onbegrijpelijk'' is dat deskundige 2 niet ingreep. Bullens zegt nu: ,,Ik heb bewust niet ingegrepen tijdens de verhoren. Maikel was ertegen opgewassen. Ingrijpen zou voor zo'n bijzonder kind véél traumatischer zijn geweest. Hij wilde het zelf afhandelen, ik moest hem die ruimte geven.''

De afgelopen week heeft de Rotterdamse politie verklaard er welbewust voor te hebben gekozen Maikel als (mede)verdachte te horen. ,,Die zware conclusie werd gebaseerd op de uitgesproken mening van deskundige 2, die van mening was dat Maikel een groot geheim bij zich droeg.''

Bullens zegt over de beschuldiging van de politie dat ,,de politie ook een eigen verantwoordelijkheid heeft''. Hij zegt dat ,,pijnlijk duidelijk is geworden dat de deskundige meer macht wordt toegekend dan reëel is''.

Bullens zegt dat hij na het eerste verhoor, waarbij hij in de regiekamer zat, Maikel zelf heeft gevraagd of die een `geheim' had. Volgens Bullens bevestigde Maikel dat. Later zegt Bullens tegen officier van justitie Edelhauser dat Maikel een ,,heel bijzonder kind is, dat mogelijk een groot geheim heeft''. Die mening van Bullens was voor de politie, volgens het rapport-Posthumus ,,de reden en de rechtvaardiging om Maikel bij herhaling stevig aan te pakken''.

Bullens heeft pas later,bij een persoonlijkheidsonderzoek naar Maikel het `geheim' doorgrond.

[Vervolg BULLENS: pagina 7]

BULLENS

'Rol van deskundige in proces uitvergroot'

[vervolg van pagina 1]

Bullens: ,,Pijnlijk duidelijk is geworden dat de rol van de deskundige wordt uitvergroot. De deskundige wordt meer macht toegekend dan reëel is.''

Op het bureau van hoogleraar kinderpsychologie Ruud Bullens ligt het rapport-Posthumus, een ordner met zijn correspondentie met justitie en het rapport dat hij zelf in deze zaak opstelde. Hij zegt dat hij nooit publiekelijk spreekt over de door hem onderzochte kinderen, hij heeft een beroepsgeheim. Hij was ook terughoudend tegen de onderzoekers van de commissie-Posthumus, die de rol van politie en justitie onderzocht in de zaak-Nienke. Maar na het harde oordeel van Posthumus en de berichtgeving in de media, vindt Bullens dat zijn ,,professionele integriteit in het geding'' is.

Op 30 juni 2000, ruim een week na de moord op Nienke, werd Bullens gebeld door officier van justitie Edelhauser. De belangrijkste getuige van de moord op Nienke in het Beatrixpark in Schiedam, was haar vriendje Maikel van elf. Hij overleefde het drama dat zich tussen kwart over vijf en zes uur 's avonds afspeelde in het park door zich dood te houden. Naakt, gewond en met zijn eigen schoenveter om zijn nek waarschuwde hij een voorbijganger.

Edelhauser zegt zelf in het rapport-Posthumus ,,dat deskundige 2 bij het onderzoek is gehaald om te letten op de belangen van Maikel tijdens de verhoren en om advies te krijgen over de wijze van verhoor van Maikel, waarbij ook de mogelijkheid van Maikel als verdachte moest worden onderzocht''. De eerste dagen beschouwde de politie Maikel als ,,100 procent slachtoffer'', maar er rezen al gauw twijfels. Ze vonden het gek dat hij zo emotieloos over de moord vertelde en dat hij zich dood had gehouden, terwijl zijn vriendinnetje werd vermoord.

Bullens: ,,Maikel kon als hij geconfronteerd werd met een inconsistentie of lastige vraag, zijn verhoorders minutenlang fixeren.'' Bullens zegt dat hij na het verhoor Maikel kort heeft gesproken en dat hij toen heeft gezegd: ,,Het lijkt alsof je iets te verbergen hebt, alsof je een geheim hebt. Maikel zei: `Dat klopt'.'' Bullens: ,,Hij, een kind van 11, noemde dat staren psychologische oorlogsvoering.''

Maikel hield zich goed staande in de verhoren, zegt Bullens. Ook tijdens het verhoor van 7 juli waarin de wurging van Maikel werd ,,nagespeeld''. Een van de verhoorders speelde de moordenaar, Maikel zichzelf. Bullens: ,,Hij was veel slimmer dan zij, ze kregen geen vat op hem en dat irriteerde hen mateloos.''

In het rapport-Posthumus wordt het ,,onbegrijpelijk'' genoemd dat Bullens geen enkele keer ingreep tijdens het verhoor. Bullens zegt dat hij Maikel sprak voor hij het verhoor inging: ,,Maikel was opgewekt. Hij zei: ik ben een kei in psychologische oorlogsvoering. Er was wel degelijk met hem besproken dat de verwurging zou worden nagespeeld. Ik heb bewust niet ingegrepen. Juist ingrijpen zou voor zo'n bijzonder kind traumatisch zijn geweest. Hij wilde het zelf afhandelen, ik moest hem die ruimte geven. Na het verhoor zei hij tegen mij dat hij tevreden was over zijn eigen rol. Mijn oordeel was dat het verhoor geen nadelig effect op hem had gehad.''

Edelhauser vraagt Bullens ook om een verdergaand onderzoek naar Maikel. Tegen de commissie-Posthumus zegt Edelhauser dat zij Bullens vroeg een onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van Maikel. Bullens zegt, en dat blijkt ook uit de schriftelijke opdracht, dat hij een persoonlijkheidsonderzoek moest doen. En dat is, zegt hij, heel wat anders. Hij beoordeelde niet of Maikel de waarheid sprak, hij onderzocht welke invloed de gebeurtenissen hadden gehad op Maikels psyche en of er reden was te twijfelen aan zijn waarnemingen ten tijde van de moord.

Bullens spreekt op 13 en 21 juli op zijn kantoor in Leiden met Maikel, zijn vader en zijn moeder. ,,Het waren twee gouden middagen.'' Maikel is, zegt Bullens, een uitzonderlijk intelligent kind. Zijn ratio lijkt meer op die van een jong-volwassene dan een pre-puber, maar zijn gevoel blijft daarbij achter. Maikels ouders herkennen dat rationele van Maikel. ,,Zo was Maikel van jongs af aan'', zeiden zij.

Bullens ontdekt ook het geheim van Maikel. Maikel zegt tegen Bullens dat de politie zo dóórvraagt als hij een antwoord niet weet. ,,Hij heeft daarom af en toe gejokt om zijn verklaringen kloppend te maken.'' Bullens citeert uit zijn rapport over Maikel. Daarin zegt Maikel: ,,Als je iets niet weet dat je wel zou moeten weten, als het echt dom is als je het niet weet, dan zeg je iets dat je logisch lijkt.'' Bullens: ,,En als de politie hem dan confronteert met zo'n leugentje, dan gaat hij zwijgen. En achter dat zwijgen zoeken volwassenen hele werelden.''

Bullens schrijft zijn definitieve rapport over Maikel en stuurt het naar de officier van justitie. Zijn eindoordeel: Maikel is, en dat is uitzonderlijk, niet getraumatiseerd door de gebeurtenissen. Bullens heeft geen enkele aanwijzing dat Maikel zelf dader is. En: hoewel Maikel soms de neiging heeft zijn verhaal kloppend te maken, zijn zijn verklaringen consistent. Ze geven een nauwkeurig beeld van wat er zich heeft afgespeeld.

Bullens heeft volgens de commissie-Posthumus een bandopname gemaakt van een van de twee gesprekken op zijn kantoor en die aan de politie gegeven. De commissie stelt dat Bullens daarmee het vertrouwen van Maikel heeft beschaamd, en, achteraf, Maikels vermoeden dat Bullens ,,een verlengstuk is van de politie'' versterkt. Bullens: ,,Er was absoluut geen sprake van een dubbelrol. Ik rapporteerde aan justitie, de ouders van Maikel waren daarmee akkoord.'' Bullens zegt dat hij zich niet kan herinneren dat hij het gesprek heeft opgenomen. ,,Blijkbaar is dat wel gebeurd. Maar ik kan het alleen maar ter adstructie van mijn conclusie aan de politie hebben laten horen. Zo van: luister maar, Maikel is echt oké.''

Zodra Bullens zijn rapport heeft ingeleverd, is hij niet meer bij de zaak betrokken. Tot 9 maart 2001, kort voor de eerste zitting bij rechtbank tegen Rotterdam. Cees B. is de verdachte. Op verzoek van Jacq Taekema, de advocaat van Cees B., wordt Bullens ontboden bij de rechter-commissaris (die het gerechtelijk vooronderzoek doet). Bullens: ,,Mij werd gevraagd naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van Maikel. Ik heb geantwoord dat ik dat nooit heb onderzocht. Wel heb ik gezegd dat voor Maikel bepaalde dingen minder belangrijk waren dan ze nu voor de politie zijn. Voor Maikel was het, begrijpelijk, belangrijker zijn eigen hachje te redden dan het feit dat de dader puisten had.''

Het verslag van dat gesprek bij de rechter-commissaris is later cruciaal geworden. Het onderliggende rapport van Bullens blijkt nooit door de officier van justitie aan het dossier voor de rechter te zijn toegevoegd. Het gespreksverslag ging wél naar de rechter. ,,Blijkbaar'', zegt Bullens, ,,is dat gespreksverslag op de zitting gebruikt om te staven dat Maikel zich vergist moet hebben in de beschrijving van de dader.'' Maikel had verklaard dat de dader puisten had en dat hij en Nienke rond kwart over vijf werden meegesleurd. Cees B. had geen puisten en zat om die tijd nog op zijn werk. Waarom het rapport van Bullens, waarin juist stond dat Maikels verklaringen consistent en waarheidsgetrouw waren, nooit aan de rechter is gegeven, is voor Bullens onduidelijk. En het maakt hem woedend. Was het opzet? Bullens: ,,Dat blijft gissen.''

    • Sheila Kamerman
    • Rinskje Koelewijn