Kuipers' minzame mystificatie

Maar weinigen weten dat oud-uitgever Reinold Kuipers, die vandaag werd gecremeerd, bibliofiele juweeltjes drukte in kleine oplage.

K. Schippers constateert op de achterflap van Reinold Kuipers' zelfgemaakte bloemlezing uit zijn poëzie (Een haar in de pen, 45 exemplaren, Zutphen, 1996) `dichterschap van lichte tegenzin'. Dat is een uitstekende samenvatting van Kuipers' poëtica. Hij had een hekel aan wolligheid, zowel in taal als in beeld. Hij genoot echter van minzame mystificatie. Zo kwam hij tijdens een van zijn wekelijkse bezoeken aan mijn atelier, waar hij zichtbaar genietend tekst zette terwijl ik prenten drukte, achteloos op de proppen met het typoscript van Miss Lola. ,,Wat vind je hiervan?'' Repliek: is Lola niet de naam van een afwasborstel? ,,Eén punt erbij, kerel. De vraag luidt: zou jij het willen uitgeven?'' Schaterend droeg ik voor:

Lola, die de dag verachtte,

Wachtte tot de avond kwam

En wij zaten hand in hand

Op de rand van 't ledikant.

Volgens de colofon, die Kuipers later aanleverde, werd het `anonieme, in 1933 getypte manuscript van Miss Lola onlangs gevonden op het Haagsche Prinses-Irenepad. Het zat in een mapje dat, gezien de riemsporen, vermoedelijk van een rijwielbagagedrager was gevallen en, de route van den fietser indachtig, waarschijnlijk voor het Nederlands[ch] Letterkundig Museum en Documentatiecentrum bestemd was.' Ik gaf het in halflinnen gebonden boekje uit in 42 exemplaren; niemand besefte dat Kuipers de auteur was.

Anders dan deze krant een dag na zijn overlijden beweerde, drukte Kuipers zijn veuille volantes en boekjes niet in zijn garage. Die ruimte staat stampvol letterkasten en zetbokken. Vijftien jaar geleden kocht hij op mijn aanraden een proefpers, met elektrisch aangedreven inktwerk, en installeerde die in zijn overvolle studeerkamer. Jarenlang hielp ik met drukken, fungeerde samen met Wim Mol, gepensioneerd Arbeiderspers-typograaf, als papierinlegger en, toen Kuipers' ogen achteruitgingen, als drukprobleemoplosser annex Arendsoog. Dat leverde komische dialogen op: ,,Het oogje van de e in regel drie van onder, derde woord van links, loopt dicht.'' Antwoord: ,,wat is ook alweer links?'' Kuipers werkte van harte samen. Voor de imprint De Zondagdrukker[s] verrichtten Simon Carmiggelt en Jaap Meijer jarenlang hand- en spandiensten. Vooral de reeks Centsprenten, losse vellen met korte tekst en een plaatje, meestal linoleumsneden van Mance Post, is schitterend. Hoogtepunt is zonder twijfel Een rijm van Alfred Kossmann: God schiep als een voorbeeldig dier de nijvre mier. Zijn tweede schepping was nog beter: de miereneter.

`Interessant wit is hinderlijk wit. Hij [de typograaf] schept een thematische samenhang tussen vrijstaande elementen in het boek: de franse titel, de hoofdtitel, de bibliografische gegevens, de inhoud en alles wat er nog meer bij hoort', stelde Kuipers in het aan typografie gewijde nummer van De Gids (3/5, 1993). Typografische logica, dat is bij nader inzien wat ik van hem leerde. Na een komma minder spatie, idem dito na een dubbele punt. Die precisie, kommaneukerij volgens velen, herkent men in wat Kuipers drukte en schreef – zie Gerezen wit (Querido, 1990). Vandaag de dag maakt niemand zich zorgen over spelling en interpunctie, laat staan over hinderlijk wit.

Zeven jaar werkte De Zondagsdrukker aan De maancyclus van J.H. Leopold, naar handschriften van de dichter weergegeven door A.L. Sötemann en H.T.M. van Vliet. Jarenlang priegelde hij aan de talloze doorhalingen en varianten, gezet uit Bembo corps 5, die werden geplaatst onder en tussen de dichtregels. Hartbrekend veel werk voor een editie die dertig exemplaren telt. In 1998 vroeg hij mij telefonisch het zwikje te voorzien van een map uit Zaans bord plus een linoleumsnede. ,,Heeft het haast?'' Snedig als altijd: ,,Dan zou ik het jou niet vragen.''

Dat Zaans bord, ook wel kardoes genoemd, heeft veel ellende veroorzaakt. Tijdens het drukken van passages uit Louis Paul Boons De Kapellekensbaan bleken er zoveel onregelmatigheden – van corsetknopen tot kiezelsteentjes – in het karton te zitten, dat bij elke afdruk er weer een staart of stok van een letter afbrak. ,,Nou is de onderkast k in de titel kaduuk.'' Zetsel vervangen, opnieuw een afdruk. En om vijf uur een sigaar en een glaasje brandewijn.

    • Peter Yvon de Vries