Kiezen voor stilstand

Een Wahlkrimi, een verkiezingsthriller – zo werd gisteravond de uitslag van de Duitse Bondsdagverkiezingen gekarakteriseerd. De partijen van kanselier Gerhard Schröder (SPD) en zijn uitdaagster Angela Merkel (CDU/CSU) zijn zo dicht bij elkaar geëindigd dat van een duidelijke winnaar geen sprake is. Voorlopig staat de teller op 35,2 procent voor CDU/CSU en 34,3 procent voor de SPD. In zetels zou dit neerkomen op 225 om 222. Hierin kan nog verandering komen door de uitslag van een kiesdistrict in Dresden. Daar gaat men door het overlijden van een kandidaat pas op 2 oktober ter stembus. Voor Merkel is de uitslag een persoonlijke nederlaag. De conclusie moet luiden dat zij heeft gefaald als lijst- en stemmentrekster. Het directe gevolg hiervan is dat de CDU/CSU geen meerderheidscoalitie kan vormen met de winnende liberalen van de FDP. Merkel keek gisteravond tijdens een tv-debat achteraf zoals de Nederlandse PvdA-politicus Ad Melkert deed toen deze na stembusverlies van zijn partij in 2002 met een gezicht als een oorwurm in debat moest met Pim Fortuyn. Voor Merkel zijn de druiven het zuurst, hoewel het logisch is dat zij met haar voorsprong – hoe klein ook – bondskanselier wordt.

In die zin waren de woorden van Schröder voorbarig. Hij deed gisteravond net alsof hij de winnaar was en eiste het kanseliersambt alweer op. Feitelijk is van winst bij de SPD geen sprake. Schröders verlies is alleen veel geringer dan verwacht. Hetgeen wel een opmerkelijke prestatie is. Schröder is en blijft een man van het moment; een onnavolgbaar opportunist die zijn kans pakt als deze zich voordoet. Hij weet zich gesteund door het feit dat iets meer dan de helft van het totale Duitse electoraat links heeft gestemd. Als bij de SPD tenminste het resultaat mag worden opgeteld van de Groenen (8,1 procent) en van de nieuwe linkse partij van Gregor Gysi en oud-SPD-chef Oscar Lafontaine (8,7 procent).

De overwinningsnederlaag van de CDU/CSU heeft gecompliceerde coalitiebesprekingen tot gevolg. In theorie kunnen verschillende combinaties worden gevormd. Maar de praktijk is weerbarstig. Winnaar FDP (9,8 procent), een partij met een sterk economisch programma, wil niet met de sociaal-democraten regeren. Schröder wil niet met zijn tegenstrever Lafontaine in zee en zo zijn er meer bezwaren die een snelle formatie in de weg staan. Een grote coalitie CDU/CSU en SPD ligt dan voor de hand. Die doet misschien nog het meeste recht aan datgene waarvoor de Duitsers hebben gekozen: voor een heel klein beetje verandering en een politiek van uiterste geleidelijkheid. In een grote coalitie krijgt men dat automatisch, gelet op de partijtegenstellingen. Het zou een noodmaatregel zijn en Schröder heeft al gezegd dat hij geen grote coalitie onder Merkels leiding wil. Maar wat willen de Duitsers dan met een uitslag die eigenlijk aanleiding is voor prompt nieuwe verkiezingen?

Twee verliezers willen kanselier worden. Het is een recept voor politieke en economische stagnatie. Kennelijk zijn de grote Duitse partijen noch de kiezers doordrongen van de noodzaak de verzorgingsstaat te hervormen. Meer dan vijf miljoen werklozen hebben het nakijken. En al jarenlang: Schröder zei ooit te zullen opstappen als dit record zou worden gehaald. Maar hij blijkt niet weg te branden en blijft onverstoorbaar zijn arrogante lachje lachen. De werkloosheid, de vastlopende economie, de problemen in het oosten en de vergrijzing zijn ieder voor zich redenen de tering naar de nering te zetten. Maar de Duitsers moeten dat wel willen. Met dit verkiezingsresultaat hebben ze te kennen gegeven alles zoveel mogelijk bij het oude te willen laten. Dat kan slechts worden gerespecteerd, maar te betreuren is het wel.