Het honkbalsprookje van `onze jongens'

`Het honkbalsprookje is voorbij', zo stond zaterdag in vrijwel alle Nederlandse dagbladen te lezen. Het team van bondscoach Robert Eenhoorn verloor vrijdagavond in Rotterdam, tot verdriet van de chauvinistische honkbalfans, in de halve finales kansloos van Zuid-Korea. Een dag later ging de strijd om een bronzen WK-medaille verloren tegen Panama. Alle euforie rond het optreden van de Nederlandse ploeg had niet geleid tot een prijs. Dat is misschien maar beter ook, want anders zouden we zelf nog echt gaan geloven dat `onze jongens' tot de wereldtop behoren.

Natuurlijk was de sfeer in de Nederlandse honkbalstadions de voorbije weken aandoenlijk. Duizenden mensen die gezellig samen in de zon dansen, springen en zingen bij een sportevenement. De van het betaalde voetbal beroofde publieke omroep deed dankbaar mee aan deze nazomerhype door de halve finale en het duel om de derde plaats van Nederland rechtstreeks uit te zenden. Al snel werd ook gerept over een `historische prestatie'. En bondsvoorzitter Jan Rijpstra dacht direct munt te kunnen slaan uit de honkbalgekte. Dat het slechts om een schijnsucces ging, werd voor het gemak maar even vergeten.

Het WK in Nederland was in de praktijk niet veel meer dan een kampioenschap voor veredelde amateurs. De beste honkballers ter wereld speelden de afgelopen weken in de Amerikaanse Major League om een plek in de World Series. De meeste profs in de VS weten niet eens van het bestaan van het WK af. Stel dat volgend jaar in Duitsland alle voetballers uit de Primera Division, de Premier League, de Serie A en de Bundesliga ontbreken, wie zou dan durven spreken van een WK?

Volgend jaar maart treffen de beste profhonkballers elkaar voor het eerst in de geschiedenis tijdens een nieuw evenement: World Baseball Classic. Zestien landenteams, waaronder Nederland, strijden dan mét hun sterren uit de Major League om de enig echte wereldtitel honkbal. Op dit moment heeft Nederland met Andruw Jones van de Atlanta Braves slechts één speler op het hoogste niveau. Volgend jaar zal blijken waar Nederland internationaal echt staat. In honkbalsprookjes hoeven we dan niet meer te geloven.

    • Koen Greven